10.453
0

Journalist en filmmaker

Clarice Gargard (1988) houdt zich van jongs af aan bezig met media en maatschappij. Van jongerenradio en -debatten tot aan online publicaties en workshops betreffende thema's als kunst en cultuur, politiek en diversiteit. Zij is werkzaam geweest bij verschillende omroepen waaronder AT5 en NTR waar zij maker, verslaggever en presentator van diverse programma's is geweest. Momenteel werkt zij fulltime als redacteur bij de VARA. Daarnaast is Clarice freelance interviewer, host en dagvoorzitter. Ook organiseert ze Cinnamon Amsterdam, een multidisciplinaire kunstinitiatief in de Balie en Bitterzoet.

Het racisme-beestje bij de naam noemen

Dooddoeners in het publieke debat over het angstaanjagende 'r-woord' 

Historicus Zihni Özdil presenteerde donderdagavond in de Balie zijn pamflet ‘Nederland, mijn Vaderland’. Een boek waarin hij de noodzaak van het alomvattend Nederlands burgerschap verklaart. De term ‘allochtoon’, een bunkerbegrip voor alles wat niet-wit is, zou achterhaald en discriminerend zijn. We moeten naar een punt waar iedereen (of je nou Turkse-, Marokkaanse -, Iraanse -, Surinaamse -, Nederlander en ‘goed of fout’ bent) als ‘gewoon’ Nederlands wordt gezien. Helaas bleef het gesprek hangen bij of we wel moesten praten over institutioneel racisme en of het überhaupt bestaat.

Zihni leidde de avond op eloquente, inzichtelijke en open wijze in. Het gesprek – met publicist Paul Scheffer en presentator Martijn de Greve – dat daarop volgde vorderde als een luis op een teerton. Het ‘debat’ was een schoolvoorbeeld van hoe we in Nederland omgaan met het niet omgaan met racisme en de dooddoeners die de discussie op slot zetten. Ik zal er een paar behandelen:
Het woord waar het om gaat willen vermijden
We willen over racisme praten maar het niet benoemen. Paul Scheffer had het over ‘aannames’ en ‘biologische verschillen en bepaalde beelden die mensen daarbij hebben’. Hij sjeesde heel behendig als een skiër op de piste langs het ‘r-woord’ want dát was dan weer te overdreven. Maar waarom eigenlijk? Je geeft in je omschrijving de definitie ervan maar het woord zelf vermijd je. Dat is alsof je naar het politiebureau gaat om een roof te melden en het omschrijft als ‘het ongewild afstaan van jouw eigendom door dwang en agressie van een ander’ zonder het diefstal te willen noemen, ‘want dat gaat toch echt een beetje te ver’. 
“Er is toch positieve discriminatie: kijk naar de oproep van de Correspondent
Ja, dat klopt maar het feit dat er speciale handelingen nodig zijn om de zogenaamde allochtoon ergens binnen te krijgen, vertelt ons eigenlijk dat er een probleem is waardoor het niet vanzelf gebeurt en er dus onbedoeld onderscheid gemaakt wordt. Plus, hoe goedbedoeld en prijzenswaardig het initiatief ook is: iedereen weet nu van elk ‘gekleurd’ persoon die daar gaat werken dat diens etniciteit een rol gespeeld heeft, een gegeven dat boven de kwaliteiten van haar of hem prevaleert. Er wordt met argusogen naar het werk gekeken en je fungeert als woordvoerder voor een groep mensen, enkel omdat die op jou lijkt. Dit alles is geen reden om een kans – als je die krijgt – niet te grijpen. Het zet alleen enorm veel druk op één persoon om iets te dragen waar die eigenlijk niet voor getekend heeft. 
“Ik hoef het toch niet met je eens te zijn”
Natuurlijk hoef je het niet met me eens te zijn. Integendeel, mijn moeder en ik kunnen het nooit eens worden over of ik me nou als een zwerver kleed of dat het bohemian chique is maar ik houd nog steeds van d’r. Het gaat niet om de angst om ongelijk te hebben maar over of we wel op dezelfde frequentie de discussie voeren. Ik zag onlangs een accuraat samengevatte tweet van cultuurblog Son of Baldwin hierover: “We kunnen het oneens zijn en nog steeds van elkaar houden, tenzij jouw ‘meningsverschil’ samenvalt met mijn onderdrukking en de ontkenning van mijn menselijkheid en bestaansrecht.”

Het ‘anderen’-argument
Wanneer de vader van de vriendin van jouw buurmeisjes nicht zwart is en wél van Zwarte Piet houdt en géén probleem heeft met het woord ‘neger’ is dat een ongeldig argument in de discussie. Het feit dat je denkt dat mensen die een huidskleur delen als één entiteit met dezelfde mening moeten functioneren – eer je ze serieus neemt – zegt al iets over jouw aannames en onwelwillendheid.

“Ja maar als alles steeds maar racisme is, dan is niets meer écht racisme”
Herhaal die zin nog eens hardop. Martijn de Greve opende het gesprek over institutioneel racisme met een aanval op de (toegegeven) vele tweets van Zihni Özdil over het onderwerp. Alsof hij daarmee wilde zeggen: ‘omdat je het zo vaak noemt, bestaat het niet echt’. Een probleem dat aangekaart wordt, zou niet echt zijn, simpelweg door de frequentie waarmee het benoemd wordt. Vanuit die logica beredenerend bestaat ‘het enorme aantal’ vluchtelingen in Nederland ook niet. Ik bedoel hoeveel zie jij er per dag? Alleen omdat iets geen onderdeel uitmaakt van onze belevingswereld, betekent niet dat het niet bestaat. 

Tot slot, hoor ik vaak ‘kan je niet iets anders schrijven of maken’. 
Jazeker, dat kan ik. Sterker nog, dat doe ik en héb ik gedaan. Om een of andere reden blijkt dit toch het onderwerp te zijn dat het meest blijft hangen bij mensen. Ik heb eerder in een column in de Nrc Next gesteld dat ik het eigenlijk liever ook niet ‘steeds’ over racisme heb. Ik lijk mezelf dan tot mijn huidskleur te reduceren. Het voelt enigszins als de Griekse mythe van Sisyphus, de sterveling die tot in de eeuwigheid gedoemd is om een rotsblok de berg op te dragen en telkens weer naar beneden te zien donderen. Het liefst zou ik filosoferen over het alledaags leven, de hedendaagse kunst of schrijven over de ietwat verontrustende innige vriendschap en verbintenis die ik voel wanneer ik een diepte-interview met popster Rihanna lees maar daar kan ik nog niet helemaal aan toegeven zolang racisme nog op deze manier speelt in de samenleving waar ik deel van uitmaak. 
Ik vraag niet om excuses. Ik wil geen medelijden. Het enige dat ik vraag is dat je luistert, leest en zelfkritisch bent. En wanneer je merkt dat je boos wordt en inzoomt op de derde zin van de vierde regel van de vijfde alinea en vermoeid raakt. Stop. Want de enige die meer ‘racisme-moe’ is dan jij, is degene die het ervaart. Dus hierbij graag het verzoek om in gesprekken, debatten en bijeenkomsten het racisme-beestje bij de naam te noemen zodat we allen verder kunnen met ons leven en dat rotsblok hopelijk eindelijk eens kunnen laten liggen. 

Update
Een kleine toevoeging naar aanleiding van de reacties. De veronderstelling dat mensen van ‘kleur’ per definitie níet racistisch kunnen zijn, is incorrect. Helaas heeft iedereen zo zijn vooroordelen over anderen die gebaseerd zijn op etniciteit, religie, seksuele geaardheid, handicap, of wat dan ook. Maar de dominante groep die vooral in het Westen – en vaak zelfs in andere gebieden – de macht heeft, is wit. Dankzij die machtspositie kunnen anderen die niet tot dezelfde groep behoren makkelijk worden onderdrukt of gediscrimineerd, waardoor zij geen toegang hebben tot dezelfde vrijheden als de dominante groep. Het probleem is niet dat je vooroordelen hebt maar dat ze in een positie van macht (onbedoeld) invloed kunnen hebben op hoe mensen – die niet op jou lijken – beoordeeld worden. Wie dat niet durft te benoemen, is debet aan het mechanisme dat tot racisme en buitensluiting leidt, en werkt een oplossing alleen maar tegen. En dát is het probleem.

Geef een reactie

Laatste reacties (0)