1.616
44

Onderzoeker fac. Rechtsgeleerdheid EUR

Wouter de Been is sinds 2008 postdoctoraal onderzoeker aan de Faculteit der rechtsgeleerdheid van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Sinds 2009 werkt hij hier aan een onderzoeksproject over conflicten in de multireligieuze samenleving. In dit project wordt geprobeerd tot een meer dynamische en open interpretatie te komen van klassieke idealen als neutraliteit, scheiding van de kerk en staat, godsdienstvrijheid, gelijkheid en vrijheid van meningsuiting.

Het “realisme” van het populisme

De Europese respons op de uitdaging van populisten als Le Pen, Wilders, Orban en Kaczynski wordt steeds bloedelozer

wilderslepenDe EU lijkt verstrikt in een doodspiraal. De financiële crisis van 2008 en de redding — of was het vernedering? — van Griekenland heeft tweedracht gezaaid in de unie en heeft de verhoudingen tussen de lidstaten verzuurd. Daarbovenop is nu een vluchtelingencrisis gekomen die de EU uit elkaar dreigt te rijten.

Op het eerste gezicht lijkt dit op een terugval op de veiligheid en geborgenheid van de vertrouwde natiestaat en de ontrafeling van het proces van internationalisering en globalisering dat wetenschappers, politici en CEO’s ons al jaren voorspiegelen als de kenmerkende ontwikkeling van deze tijd. De huidige crisis is in deze visie dan een soort reality check voor de wereldvreemde linkse politici, Eurocraten en mensenrechten-fanaten die in Brussel een luchtkasteel hebben gebouwd van internationaal bestuur. Deze Brusselse illusie is nu in contact gekomen met de problemen van de echte wereld en dreigt als een luchtbel uit elkaar te spatten. Europese burgers hebben geen vertrouwen meer in de EU en vallen terug op hun natiestaat. Eigen volk eerst en de EU rust in vrede. Populisten doen goede zaken met deze voorstelling van zaken, maar hij is te simpel en misleidend.

Globalisering is niet alleen een kwestie van internationale samenwerkingsverbanden en verdragen. Globalisering is ook een economisch, technologisch, en sociaal-cultureel proces; een proces van steeds grotere economische vervlechting en groeiende wederzijdse afhankelijkheid, van explosieve groei van informatie- en communicatienetwerken, van steeds goedkopere transportverbindingen, en van nieuwe vormen van activisme, en culturele en politieke bewustwording over de grenzen van nationale staten heen. Deze processen trekken zich weinig aan van de manier waarop we ons in Europa besluiten te organiseren. Ook als we ons achter de dijken terugtrekken en de grensposten weer bemannen zullen we met de veranderingen worden geconfronteerd die de EU nu doen schudden op haar grondvesten.

Stel dat we voor de vluchtelingencrisis een puur nationale oplossing kiezen, iets dat vandaag niet veel voorstellingsvermogen meer vereist. In dat geval zullen in de lente wanneer de vluchtelingenstromen weer aanzwellen steeds meer lidstaten hun grenzen dichtgooien en zal Duitsland — het enige land dat in deze kwestie nog bereid is om in termen van een Europese oplossing te denken — uiteindelijk gedwongen worden om ook haar deur te sluiten voor asielzoekers. De vluchtelingen hopen zich dan op in de landen die op de route naar Duitsland liggen. Als die ook allemaal hun grenzen gesloten hebben wordt Griekenland, de eerste schakel in de keten, de grote vluchtelingengevangenis van Europa. (Overeenkomsten met Turkije om de vluchtelingen te herbergen zijn problematischer dan vaak wordt voorgesteld en gaan voorbij aan het feit dat Turkije nu ook geen vluchtelingen meer toelaat, dat ook in Turkije de mensenrechtensituatie snel achteruit holt, en dat Turkije als regionale grootmacht een agenda heeft die niet parallel loopt aan die van Europa.)

Ideeën om in Macedonië — niet eens een lidstaat van de EU — een hek neer te zetten worden al openlijk besproken. Ook wordt er nagedacht over een schuldkwijtschelding voor Griekenland als ze bereid is het vluchtelingendetentiecentrum van Europa te worden. De Griekse regering ziet daar helemaal niets in, maar beggars can’t be choosers. Op een soortgelijke manier heeft de Australische overheid haar vluchtelingenprobleem opgelost met grote offshore detentiecentra in nooddruftige staten als Papoea-Nieuw-Guinea en Nauru. Ondertussen zal de herintrede van de grenscontroles een kostbaar obstakel worden voor de vervlochten economieën van de EU ― denk aan het grote oponthoud aan de grens voor transport van bederfelijke goederen of de vertragingen voor Europese burgers die in een buurland werken. Dat is een kostenpost die al snel in de vele miljarden euro’s loopt.

De vraag is of deze terugval op de nationale grenzen zal helpen. De overgang van Turkije naar Griekenland is moeilijk te bewaken. Boten terugsturen gaat in tegen de vluchtelingenverdragen en zal tot dezelfde menselijke drama’s leiden die we al in 2015 zagen — de verdrinkingsdood voor honderden bootvluchtelingen. Als de vluchtelingen niet kunnen worden tegengehouden zal de opeenhoping van vluchtelingen in Griekenland daar tot een onhoudbare situatie leiden. Vluchtelingen, en de infrastructuur van gidsen en mensensmokkelaars die is ontstaan om hun overgang te faciliteren, zullen zich aanpassen en alternatieve routes zoeken. Smartphones zijn een essentieel onderdeel van de vluchtelingenuitrusting geworden en informatie verspreid zich snel. Met de ellende in het Midden-Oosten is er een grote bron van wanhopige en vindingrijke vluchtelingen die op de vlucht slaan voor de vatbommen van Assad en de keelafsnijders van IS. Een deel daarvan zal de weg zoeken naar de veiligheid van Europa. Als dat niet meer via Griekenland gaat, dan zal de route zich ongetwijfeld verschuiven naar een andere plaats: Italië, Albanië, of via Rusland naar Scandinavië.

Intussen kunnen Europese landen ieder voor zich weinig betekenen voor de situatie in Noord-Afrika en het Midden-Oosten. Libië ontwikkelt zich snel tot een nieuwe brandhaard met een IS-probleem. De hele regio is verwikkeld in een soort 21ste-eeuwse versie van de Dertigjarige oorlog, de bloedige godsdienstoorlog van iedereen tegen iedereen die in de 17e eeuw in Europa woedde (en die samenviel met de Tachtigjarige oorlog waaruit ons land is voortgekomen). De tamelijk willekeurige grenzen die aan het eind van de Eerste Wereldoorlog zijn getrokken in het Midden-Oosten staan onder druk en de bevolkingsgroepen zijn zich aan het herschikken in bloedige burgeroorlogen. Dit proces wordt aangejaagd en versneld door de informatie- en communicatienetwerken van de 21st eeuw. Dat is een ontwikkeling die gepaard gaat met veel geweld en ellende. Het is ook een ontwikkeling die schreeuwt om een gezamenlijk Europees antwoord. Europa heeft groot belang bij stabiliteit in Noord-Afrika en het Midden Oosten en zou een temperende rol kunnen spelen en kunnen helpen bij het oplossen van de conflicten en het lenigen van de nood. Wat we echter krijgen is nationale kortzichtigheid, korte-termijn oplossingen en het afschuiven van de problemen op anderen.

Kort na het Verdrag van München, schrijft de beroemde dichter T.S. Eliot hoe er iets in hem knakte toen Engeland en Frankrijk niet bereid waren om Tsjechoslowakije te beschermen tegen de agressie van Duitsland en hoe hij zich schaamde. Vaak wordt deze historische gebeurtenis gebruikt als een waarschuwing om niet toe te geven aan de agressie van dictators; het ging Eliot echter niet om de lafheid van politieke leiders, maar om de erosie van de beschaving waarvan hij deel dacht uit te maken. Wat was er gebeurd met het Westerse geloof in haar eigen waarden vroeg Eliot zich af:

We could not match conviction with conviction, we had no ideas with which we could either meet or oppose the ideas opposed to us. Was our society, which had always been so assured of its superiority and rectitude, so confident of its unexamined premises, assembled round anything more permanent than a congeries of banks, insurance companies and industries, and had it any beliefs more essential than a belief in compound interest and the maintenance of dividends?

West-Europa hervond na de overwinning van de geallieerden in de Tweede Wereldoorlog haar zelfvertrouwen en werd een continent dat weer geloofde in de superioriteit van haar democratie en universele mensenrechten. In de Koude Oorlog zette het zich in voor democratie en mensenrechten ongeacht het prijskaartje. Dat was het geloof van de generatie die de EU na de oorlog opbouwde als een multinationaal bolwerk van vrede en veiligheid. Van dat geloof is niet veel meer over, buiten de gemeenschappelijke zorg voor de instandhouding van aandeelhouderswaarde en de uitkering van dividenden. Geen wonder dat populisten vrij spel hebben.

Over de retoriek van de opbouwgeneratie wordt tegenwoordig een beetje lacherig gedaan, een enkeling als Guy Verhofstadt daargelaten. We moeten vooral naar de EU kijken als een instituut dat ons economisch voordeel oplevert, de rest is lege retoriek en franje. Veel nationale politici hebben er geen probleem mee om kiezers terug te lokken met hun eigen nationalistische voorstellen, er stilletjes op vertrouwend dat Mutti Merkel het Europese project wel levensvatbaar zal houden. De Europese respons op de uitdaging van populisten als Le Pen, Wilders, Orban en Kaczynski wordt daarmee steeds bloedelozer en Merkel komt steeds meer alleen te staan. Joshka Fischer waarschuwde recent in een commentaar voor deze vrijmoedige omarming van neo-nationalistische emoties en anti-Europese sentimenten. Volgens Fisher zijn we daarmee vrolijk de richel aan het weghakken, waarop we in Europa nog allemaal staan. Dat is geen onderkenning van de huidige realiteit, dat is blinde zelfdestructie.

Geef een reactie

Laatste reacties (44)