3.067
139

Historicus

Han van der Horst (1949) is historicus. Hij schreef onder meer The Low Sky: understanding the Dutch', Nederland: de vaderlandse geschiedenis van de prehistorie tot nu, Een bijzonder land, het grote verhaal van de Vaderlandse geschiedenis, Onze Premiers en Schep Vreugde in het Leven, Levenslessen uit de grote depressie. Op elke laatste zondag van de maand is hij om elf uur in de ochtend te horen als boekbespreker in het VPRO-radioprogramma over geschiedenis OVT.

Het trieste van Tilburg

Het is ongepast dat het bestuur van de universiteit van Tilburg hoogleraar Verbon de mond kan snoeren. En waarom komen andere professoren niet in opstand tegen deze inperking van de vrijheid?

Deze week heb ik verschillende redenen gehad om op het verleden terug te blikken, een keer zelfs op een feestelijke manier met streepjespak en een damasten overhemd. Het is dan ook geen wonder dat de nieuwste verwikkelingen rond de PVV= fascisme-scriptie mij terugvoeren helemaal naar het jaar 1970, toen ik toetrad tot de redactie van Folia Civitatis, het weekblad van de Universiteit van Amsterdam, hoofdredacteur Henk Bakker.

Van Henk heb ik geleerd hoe je een krant moet maken maar dat niet alleen. Hij leerde mij een belangrijke levensles: de vrijheid is alleen maar veilig in handen van de gewone man of liever gezegd het gezonde verstand van de gewone man. Veel intellectuelen geven niets om vrijheid. Zij willen alles en iedereen aanpassen bij hun theoretische constructies en als je buiten hun schema’s valt, dan zullen ze proberen je erin te persen. Pas daarvoor op.
Folia Civitatis was een onafhankelijk blad. Wij probeerden zo eerlijk mogelijk weer te geven wat er aan de universiteit allemaal gebeurde. Zelf schreven we principieel geen opiniestukken maar het blad stond altijd open voor bijdragen van anderen waarbij Henk hun kopij beoordeelde op leesbaarheid en lengte.
Elke week kwamen er brieven binnen gericht aan de redactieraad, die controleerde of wij ons wel aan deze formule hielden. Allerlei aan de universiteit verbonden hoog- en minder hoog geleerden eisten op hoge poten dat over bepaalde onderwerpen niet langer zou worden geschreven of dat hun onleesbare lappen tekst ongewijzigd in het blad werden gezet. Zij stelden voor om het blad ondergeschikt te maken aan de rector magnificus of aan de kanselier directeur (een College van Bestuur was toen nog net niet uitgevonden). Kortom: zij gaven niet hun eigen mening ten beste, ze gingen geen pennenstrijd aan, zij wilden de woorden van anderen censureren. “Vertrouw nooit op intellectuelen”, herhaalde Henk, “Vertrouw op de gewone man”.
Al die brieven kwamen terecht bij prof. mr. Maarten Rooij, hoogleraar perswetenschappen en voorzitter van de redactieraad .
Rooij was lange tijd hoofdredacteur geweest van de Nieuwe Rotterdamsche Courant, voorganger van NRC Handelsblad. Dat was een intellectuele krant – de huidige krant is volks vergeleken bij de krant die Rooij maakte voor het deftige en hoog opgeleide deel van de natie. Daar maakte hij zelf deel van uit. De professor was een gentleman in grote stijl. Hij stond in driedelig kostuum glashelder college te geven waarbij hij opkwam voor een volledige scheiding tussen de zakelijke leiding en de redactie van een krant. Anders liep immers het geestelijk en immaterieel erfgod dat de redactie beheerde, gevaar om te worden gecorrumpeerd door het geld. Rooij stond daarnaast een absolute vrijheid van denken en spreken voor. Alle intellectuelen die de onafhankelijkheid van Folia wilden aantasten, kregen van hem een gebeeldhouwd schrijven waarin hij uiteenzette hoe een universitair weekblad behoorde te werken en dat de redactie ruimte gaf aan een veelheid van opvattingen. Eens wees hij een lezer die vond dat Folia uitsluitend over de wetenschap zelf moest schrijven, op de serie ‘kritisch bezig’ waarin het toch over wetenschap ging. Zo deed Rooij dat. Ik kan mij ook voorstellen hoe hij – als hij nog leefde en college gaf – zijn zorgen zou uiten over de reaguurders die hun tegenstanders niet met argumenten maar met verdachtmakingen en verbale agressie te lijf gaan. Rooij noemde verbale misdragingen verbale misdragingen maar hij zou nooit proberen om ze te onderdrukken. Met de vrijheid kon een mens immers geen compromis sluiten.
Vandaag probeer ik mij in te denken hoe professor Rooij zou reageren als hij nu hoogleraar was aan de Universiteit van Tilburg. Hoe hij in glasheldere bewoordingen het goed recht zou bepleiten van professor Harrie Verbon om op de site van zijn eigen universiteit te schrijven wat hij wil. Hoe het geen pas gaf als een universitair bestuur een lid van de civitas academica de kans ontneemt om zich tegenover zijn collega’s en het publiek in het algemeen te uiten. Dit los van de inhoud en de kwaliteit van Verbons bijdrage.
We zouden hem horen spreken in de vergadering. We zouden weten: daar staat een liberaal.
Maar professoren als Rooij komen niet meer voor. Daarom krijgen universitaire bestuurders de kans om docenten en hoogleraren  tot zwijgen te manen als dat naar het oordeel van zo’n omhoog gevallen kwast voor hun eigen bestwil is. En er staan geen honderd Rooijs op om met toga en bef naar het bestuursgebouw te gaan om daar het vertrouwen in het College op te zeggen.
Dat is het trieste van Tilburg. En niet alleen van Tilburg, ben ik bang.
Henk Bakker zei het immers: de vrijheid is alleen bij de gewone mensen veilig.
Lees hier een korte biografie van de loepzuivere, tot op het bot deugende Maarten Rooij.

Mis niets: Volg Joop op Twitter, vind Joop leuk op Facebook


Laatste publicatie van Han van der Horst

  • Nepnieuws

    Een wereld van desinformatie

    Februari 2018


Geef een reactie

Laatste reacties (139)