1.396
20

Universitair hoofddocent, UvA

Joost van Spanje is universitair hoofddocent politieke communicatie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is gespecialiseerd in onderzoek naar de reacties van de gevestigde orde op nieuwe politieke partijen. Dit omvat juridische reacties (bijv. strafvervolging), politieke reacties (bijv. cordons sanitaires) en media-reacties (bijv. doodzwijgen). Joost is winnaar van de Jaarprijs Politicologie 2010, van een NWO Veni-onderzoeksbeurs in 2012 en van een NWO Vidi-onderzoeksbeurs in 2015.

Het volgende ‘Proces van de Eeuw’

Onderzoek naar effecten van strafvervolging anti-immigratiepartijen

Een reeks racistische moorden. Sinds de Duitse partij NPD ermee in verband is gebracht wordt (weer) getracht haar te verbieden. Op 15 mei liep een termijn af voor bewijsvoering. Zulke juridische actie tegen anti-immigratiepartijen is niet onomstreden. De effecten op de publieke opinie zijn onduidelijk.

‘U bent de eerste die ik eigenhandig doodsla wanneer ik vrijkom. Dan weet ik tenminste waarom ik vastgezeten heb.’ Dat zei Günter Deckert, destijds NPD-leider, tegen een politieagent toen hij in november 1995 werd gearresteerd. Deckert kwam pas vrij in oktober 2000. Zijn partij was inmiddels geïnfiltreerd door de geheime dienst. Daarna volgden procedures om te komen tot een partijverbod.

Controverse
Enerzijds zijn anti-immigratiepartijen controversieel. Ze worden wel in verband gebracht met politiek geweld, zoals Gouden Dageraad in Griekenland in 2012 en ook, meermalen, de NPD. En uitspraken van hun leiders zijn soms niet mals. Zo becommentarieerde Deckert met instemming een boek van een holocaustontkenner, en adviseerde hij een joodse Duitser om te vertrekken naar Israël, ‘waar u hoort.’ Anderzijds zijn maatregelen tegen die partijen ook controversieel. Het vervolgen van politici vanwege hun politieke uitlatingen is problematisch vanuit normatief democratisch oogpunt. Ook zijn er complicerende factoren, zoals verandering in jurisprudentie. Bijvoorbeeld, uitspraken waar anti-immigratiepartijleider Hans Janmaat in 1997 nog voor werd veroordeeld worden tegenwoordig met schouderophalen afgedaan.

Onderzoeksbeurs
Afgelopen maand kende NWO me een subsidie toe. Het gaat om een VIDI-onderzoeksbeurs om een onderzoeksteam van vijf personen mee samen te stellen. Deze beurs stelt me in staat om, met dat team, vijf jaar lang onderzoek te doen naar juridische actie tegen anti-immigratiepartijen in Europa. Het project gaat van start over een half jaar, na afronding van het onderzoek op basis van mijn NWO VENI-beurs.

Vrijwel alle Europese landen kennen inmiddels een anti-immigratiepartij. Niettegenstaande hun verschillen zijn er opmerkelijke overeenkomsten. Sommige partijen hebben haast identieke namen of logo’s; andere hebben equivalente slogans – van ‘Nederland voor de Nederlanders,’ via ‘Vlaanderen voor de Vlamingen’ tot en met een partij in Luxemburg met als slagzin: ‘Lëtzebuerg de Lëtzebuerger.’ Vrijwel alle Europese landen kennen juridische actie tegen deze partijen.

Men voelt zich vaak verplicht tot maatregelen uit hoofde van een VN-verdrag, het Internationaal Verdrag inzake de Uitbanning van Rassendiscriminatie. Mijn VIDI-onderzoek strekt zich uit over alle 21 landen waar de benodigde gegevens voorhanden zijn. De periode die wordt onderzocht is vanaf het aannemen van dat verdrag in 1965 tot nu. Via vergelijkingen tussen landen en door de tijd heen kunnen we vragen beantwoorden over effecten van zulke actie. Bijvoorbeeld naar effecten op de publieke opinie. Zulke effecten, centraal in het VIDI-project, zijn nog nauwelijks onderzocht. Wel zijn er aanwijzingen dat electorale effecten stelselmatig verschillen, bijvoorbeeld van partij tot partij.

Maatregelen helpen niet altijd
Maatregelen die de NPD schaden zouden de PVV wellicht juist helpen. Lastig hierbij is dat juridische actie en meningen van burgers op allerlei manieren verweven kunnen zijn. Bijvoorbeeld: Janmaat gaf zich begin jaren ’80 aan op een politiebureau, maar het OM wilde hem niet vervolgen – naar verluidt uit angst dat een proces het Janmaat makkelijker zou maken om stemmen te trekken. In mijn project kunnen experimenten licht werpen op de vraag wat oorzaak is en wat gevolg. Wellicht gebieden rechtsstatelijke principes soms strafvervolging – ongeacht wat burgers vinden. Maar dan nog is het belangrijk te weten wat juridische actie teweegbrengt. Bijvoorbeeld, in 2010 beweerde PVV-leider Geert Wilders dat ‘miljoenen mensen’ hun vertrouwen in de rechtspraak zouden verliezen in geval van veroordeling in zijn ‘Proces van de Eeuw.’ Redelijke inschatting of niet?

We hebben geen idee. Van belang hierbij zijn communicatiewetenschappelijke aspecten, zoals framing. Bijvoorbeeld, zulke juridische actie wordt geïnitieerd onder de vlag van discriminatiebestrijding. Discriminatiebestrijding, wie is daar nu tegen? Beklaagden daarentegen praten in termen van uitingsvrijheid. Uitingsvrijheid, wie is daar nu tegen?

Publieke opinie
Voor effecten op publieke opinie is belangrijk welk van beide frames de overhand krijgt. Voor de huidige juridische maatregelen komen de bevindingen van mijn VIDI-project te laat. Maar zulke maatregelen zijn schering en inslag, en zullen ook in de toekomst niet uitblijven. Tegen islamisten; tegen anti-kapitalisten; tegen welk soort partijen of politici dan ook. Als het onderzoek is afgerond kunnen we wellicht iets meer zeggen over effecten en neveneffecten van zulke ingrijpende juridische maatregelen.

Hebben we eindelijk enig empirisch bewijs over voors en tegens van een volgend ‘Proces van de Eeuw.’

Geef een reactie

Laatste reacties (20)