17.928
94

Kunstenaar

TINKEBELL is kunstenaar. In 2005 studeerde zij af aan de afdeling design van het Sandberg Instituut te Amsterdam. In 2004 verkreeg ze landelijke bekendheid met een handtas die zij gefabriceerd had van het bont van haar eigen kat. Begin 2008 deed ze opnieuw van zich spreken met de tentoonstelling Save the pets, waarbij ze in galerie Masters in Amsterdam, 95 hamsters tegelijk liet rondlopen in zogenaamde hamsterballen. Zij wilde hiermee laten zien hoe mensen omgaan met hun huisdieren. Haar werk leverde meermalen een storm aan publiciteit en kritiek op, inclusief haatmail en doodsbedreigingen. Een deel van deze haatmail en doodsbedreigingen werden gepubliceerd in het boek Dearest TINKEBELL uit 2009. Ook publiceerde zij het boek 'De Duitsers zijn uitgeschakeld'. In 2018 publiceerde ze een boek over haar ervaringen in het Japanse kernrampgebied: Het gevaar van angst – hypochonderen in Fukushima.

Hoe een rel wordt bedacht en gemaakt

Over hoe het AD vandaag bericht over mijn tentoonstelling SAVE THE SNAILS in Villa Zebra

Een paar maanden geleden werd ik benaderd door Villa Zebra, een museum in Rotterdam, speciaal voor kinderen. Ze vroegen mij of ik na wilde denken over een installatie voor de tentoonstelling ‘Ah, wat lief!’ waarin kinderen middels kunst op verkenning gaan naar welk gevoel ze eigenlijk hebben bij verschillende dieren. Waarom vinden mensen sommige dieren lief en andere misschien minder belangrijk?

Ik dacht meteen aan de slakken die ik zelf al jaren beschilderde in mijn eigen tuin. (…)

Inderdaad, dat leest u goed: Ik beschilder al jaren alle slakken die ik vind in mijn eigen tuin. Waarom? Omdat ik ooit opmerkte dat mijn buren hun tuin hadden volgestrooid met slakkenkorrels terwijl ik altijd met plezier volgde waar ze over mijn planten kropen.

Zo nu en dan plukte ik er een van een tak en liet hem op mijn vinger kruipen. Prachtige dieren, echt!

Toen ik zag hoe mijn buurman deze dieren op zijn terrein probeerde uit te moorden begon ik mij af te vragen waar de slakken eigenlijk vandaan kwamen, waar ze heen gingen en hoe oud ze werden. Hoe ver kruipt een slak? Eigenlijk om mijn eigen vragen te beantwoorden en ook om mijn buurman tot inkeer te brengen begon ik alle slakken in mijn tuin te nummeren. Het waren er veel.

Een jaar later zag ik tot mijn verbazing dat míjn slakken nog steeds genummerd en wel door mijn tuin bewogen. Wow! En ik nummerde de nieuwe -ongenummerde exemplaren met een andere kleur. …

Het jaar er op kropen 3 generaties nummerslakken tussen mijn planten en het jaar dáár weer op startte ik met een nieuwe ‘tactiek’, namelijk die van het ‘mooi maken’: Glitters, bloemetjes, beschilderingen – Elk jaar zagen mijn slakken er anders uit en zo hield ik de generaties bij. Mijn buurmeisje van 3 hoog was er eentje tegengekomen op het balkon en via de buurvrouw verderop (die wist van mijn ‘project’) hoorde ik dat het kind de bijzondere slak in een speciaal terrarium hield om er goed voor te kunnen zorgen, ook in de winter. Mijn buurman strooide al een hele tijd geen slakkenkorrels meer.

Ik weet: dit is een lange inleiding, maar ik ben nog niet klaar.

Samen met Villa Zebra besloot ik dat ik een ruimte wilde maken waarin ik een bos zou nabouwen. Een soort utopia voor slakken waar je als je er door heen loopt en goed kijkt, ineens heel erg veel versierde slakken tussen het groen ziet zitten. Op de vraag waarom we sommige dieren ‘lief’ vinden en andere niet zou ik willen antwoorden dat we op sommige dieren heel veel menselijke eigenschappen kunnen projecteren. Bij een kat bijvoorbeeld kan je door de kop te bekijken wel een karakterbeschrijving geven van het dier die lijkt op een karakterbeschrijving die je ook aan een persoon kunt toekennen. (bijvoorbeeld: De kat ziet er erg vriendelijk uit). Bij sommige dieren, zoals insecten, maar ook slakken is het veel moeilijker om iets menselijks te ontdekken. We voelen ons daardoor minder verbonden met zo’n dier en dús geven we er minder om. Met andere woorden: We geven om dieren op het moment dat we er in ons hoofd ‘mensjes’ van kunnen maken.

Met de versierde slakken breek ik hier op in. Doordat de slakken er nu niet meer allemaal hetzelfde uitzien wordt het een stuk makkelijker om de dieren karaktereigenschappen toe te kennen. Ze krijgen een geslacht (de blauwe zijn de jongens en de roze de meisjes), maar worden ook vrolijk of verdrietig of wat al niet meer.

Mijn idee is om dit duidelijk te maken aan kinderen door mijn slakkeninstallatie als voorbeeld te gebruiken en ik weet ondertussen uit ervaring dat dit werkt.

Leren dat dieren belangrijk zijn ongeacht geprojecteerd ‘karakter’ lijkt mij een zinvolle les. –Niet eens alleen voor kinderen.

Vandaag is de pers-opening van de tentoonstelling ‘Ah, wat lief’ en er doen ongeveer 20 kunstenaars mee die allemaal werken laten zien binnen het thema dat ik hierboven beschreef. De wens van het museum was dat er geen media publicaties zouden komen vóór deze preview omdat journalisten dan ook hebben gezien waar ze over schrijven. Logisch.

Gisteren ochtend nam AD journaliste Charlotte van Genderen contact met mij op omdat ze mij wilde interviewen over mijn installatie op de tentoonstelling. Aan de telefoon vertelde ik haar over het mediabeleid van het museum en verwees haar naar de persvoorlichter van Villa Zebra. Charlotte reageerde dat ze echt van plan was om de ochtend vóór de persopening al een stuk te publiceren en geen tijd had om naar de preview te komen. Ik herhaalde dat ze mij echt wel mocht interviewen, maar dat ik wilde dat ze eerst zou overleggen met het museum. Daarna, aan het einde van de middag kon ze mij terug bellen.

Charlotte belde met het museum en kreeg nogmaals te horen dat het vriendelijk verzoek aan haar was om nog een dag te wachten met publiceren en ook werd ze nogmaals uitgenodigd voor de pers-opening. Charlotte bleef volhouden en wilde niet wachten. Uiteindelijk heeft het museum haar verzocht om dan in ieder geval eerst een versie van het artikel ter inzage te sturen.

De mail met het artikel kwam en de persvoorlichter van Villa Zebra maakte een printje om het stuk aan mij te laten lezen. –Ik was op dat moment nog druk bezig met het opbouwen van mijn installatie.

Mevrouw had de dierenbescherming gebeld. Of meer specifiek: Mevrouw Charlotte van Genderen had waarschijnlijk een aantal leden van de dierenbescherming gebeld in de hoop dat er íemand boos wilde reageren in de vorm van een mooie quote “Ik ga melding doen bij de dierenpolitie!!!” –Natuurlijk vind je, wanneer je dierenacivisten gaat bellen wel iemand die boos gaat reageren wanneer je verteld dat Die TINKEBELL. weer een tentoonstelling maakt met levende dieren (‘die daar natúúrlijk voor mishandeld worden’). Goed. Deze dierenbeschermingmeneer is zó betrokken bij dierenwelzijn en wetgeving dat hij niet wist dat die dierenpolitie helemaal niet meer bestaat. (..)

Het maakte mij behoorlijk boos te zien dat een journalist doelbewust was gaan rondbellen op zoek naar een dergelijke quote om maar te kunnen zeggen dat er ‘een rel’ was over mijn werk. Dit niet alleen ten koste van mij en mijn werk, maar ook ten koste van het museum dat lang heeft gewerkt om een prachtige, integere tentoonstelling te maken die juist gaat over dierenliefde.

Soit.

Vervolgens stond er in het artikel dat zij had geschreven een citaat van mij. Een citaat? Maar ze had mij nog helemaal niet geinterviewd! –Niet helemaal volgens de regels zou je denken.

Ik belde haar op met de print van het artikel in mijn hand.

Haar eerste reactie op mijn woedende stem: “Oh, maar het is helemaal niet de bedoeling dat jij het stuk onder ogen zou krijgen!” en “Ja maar ik dacht wel ongeveer te weten wat je zou gaan zeggen, dus ik dacht ‘ik citeer je maar alvast'”pardon?!

Ik wees haar er op dat ik het wel erg sneu vond dat ze zo haar best aan het doen was om een rel te creëren en ook dat de dierenbeschermingsmeneer van wie ze de quote had gekregen niet heel professioneel leek. “De dierenpolitie is afgeschaft riep ik. Lees een keer een krant, mens” en ik hing op. Woedend, welteverstaan.

Woedend, niet alleen omdat zo’n journalistje zonder te weten waar ze over praat haar best deed om de boel op te blazen, maar ook om het feit dat de tentoonstelling in Villa Zebra zó integer en met zo veel zorg en liefde is gemaakt dat ik mij vanzelf verantwoordelijk voel wanneer er door zo’n Charlotte van Genderen even over heen wordt gewalst met mij als non-aanleiding.

Charlotte belde direct terug en mijn stagiar nam de telefoon op. Nee, ik wilde niet meer praten met het AD. “Of ik mij wel realiseerde dat ze nu moest gaan schrijven dat ik geen commentaar wilde geven en dat dat nog slechter voor mij zou zijn?!” (..)

Ook belde ze nog een aantal keer naar het museum om meer informatie los te peuteren. Toen een medewerker met haar in gesprek ging was Charlotte’s argument: “Ja, als ik TINKEBELL. op de uitnodiging zie staan, dan voel ik al aan mijn water dat er een rel komt. Nou, dan kan ik net zo goed opschrijven dat er al een rel ís”

En zo geschiedde.

Lieve mensen. Die tentoonstelling ‘Ah, wat lief’ is prachtig. 20 kunstenaars tonen welke rol dieren kunnen spelen in het dagelijks leven. Ga vooral kijken!

En die slakken die maken het prima: Als er een slakkenparadijs bestaat, dan staat die in Villa Zebra en van de kraaltjes hebben ze geen last want ze zijn er natuurlijk op uitgezocht dat ze zo goed als niets wegen en absoluut niet schadelijk zijn.

Lieve mensen, ik ben ervaringsdeskundige. Ze leven nog lang en gelukkig.

Volg Tinkebell op twitter of kijk op haar website.


Laatste publicatie van Tinkebell

  • Het gevaar van angst

    Hypochonderen in Fukushima

    2018


Geef een reactie

Laatste reacties (94)