1.732
61

Filosoof, docent Sociale Studies bij Avans Hogeschool

Rutger van Eijken is filosoof en docent Sociale Studies bij Avans Hogeschool in Breda. Verder schrijft hij boeken over ethiek, politiek en burgerschap.

Hoe het geloof in ons eigen gelijk de vrijheid ondermijnt

We interpreteren filosofen en wetenschappers richting ons eigen verhaal en slaan zo debatten dood.

cc-foto: George Hodan

“Wetenschappers en filosofen hebben eeuwen lang woorden bedacht en taal ontwikkeld om mensen te onderdrukken,” las ik ergens in de commentaren op mijn stukken van de afgelopen dagen. Eerder had ik ook al iemand met Foucault aan de haal zien gaan om te onderbouwen dat woorden er wel degelijk toe doen en uit te leggen dat er een discours is waarin op een bepaalde tijd en plaats over mensen gesproken wordt.

Dat laatste is zeker waar, maar dit betekent niet dat er mensen buiten het discours staan om woorden en taal te bedenken om mensen te kunnen onderdrukken. De onderdrukkers en de onderdrukten zitten in hetzelfde verhaal en gebruiken hetzelfde vocabulaire; de ene om te onderdrukken en de ander om zich te verzetten. Daar buiten bestaat er niets volgens Foucault. De mens is zoals er over hem gesproken wordt en dat bepaalt zijn zelfverstaan – hoe hij zichzelf ziet – en hoe anderen hem zien. En dit alles bestaat uit meer dan woorden. Het is biopolitiek; een alles bepalend complex van machtsstructuren.

Discussies hierover gaan vaak mank omdat mensen niet buiten die machtsstructuren kunnen denken. Of nou ja, dat lukt ze dus alleen met de woorden en vormen binnen de structuur. Zo vinden wij het tegenwoordig – nu zo’n honderdvijftig jaar – volstrekt normaal dat je met levensvragen of strubbelingen in het leven naar een arts gaat en daar behandelingen en medicatie voor krijgt. Zoals we het ook normaal vinden dat iemand die iets afpakt van een ander of een ander doodt, in een hokje van een paar vierkante meter wordt gezet. We denken blijkbaar dat vrijheidsberoving voor vergelding, genoegdoening of afschrikking zorgt en dat we daarmee de misdaad bestrijden en de misdadiger straffen. We hebben daarvoor ook een heel idee over wat precies misdaden zijn en in dat licht zien wij de misdadiger en ziet de misdadiger zichzelf. Dat klinkt allemaal heel logisch, maar dat is het dus niet.

Foucault schreef daar vrij ingewikkelde boeken over en het is wat plat en simpel om hem af te doen als een taalfilosoof die wat zei over woorden, dingen en verschuivende betekenissen. Daarmee doe je Foucault echt te kort. Om te beginnen was het niet eens een taalfilosoof, maar eerder een wijsgerig antropoloog of sociaal-politiek filosoof. Maar laat ik daar niet over uitwijden. Foucault vond die hokjes zelf ook niet belangrijk volgens mij.

Het probleem is dus dat de mens moeilijk anders over dingen kan denken dan zoals ze nu georganiseerd zijn. Alles lijkt logisch en vanzelfsprekend. Natuurlijk zetten we dieven in een gevangenis, het is vanzelfsprekend dat je je een diagnose laat aanpraten als je worstelt met je leven en het is niet meer dan normaal dat we kinderen leren hoe ze leven moeten door hun taal en rekenen door hun strot te duwen in een gesloten klaslokaal. We vinden dat allemaal heel normaal en als je daar vragen over stelt heb je het niet begrepen of weiger je in te zien dat het nu allemaal veel beter is dan vroeger. Dat vooruitgangsdenken is zo hardnekkig dat vrijwel niemand inziet dat ze met dat idee alle generaties voor hen diskwalificeren en afdoen als dom, naïef, onkundig of onmenselijk.

Dat laatste zie je ook terug in de discussie over homoseksualiteit. We vinden nu dat iedereen moet kunnen zijn wie hij is en dat het belachelijk is dat homoseksualiteit zo’n veertig jaar terug nog in het handboek met psychische stoornissen stond. Tot de jaren zeventig was je dus gek als je het met iemand van je eigen geslacht deed, daarvoor was je crimineel – toen stond sodomie in het wetboek van strafrecht – en vrijwel alle eeuwen daarvoor was het zondig en kreeg je met de kerk of de moskee te maken. In de discussies daarover noemen mensen dat allemaal idioot en prijzen we de huidige tijd waarin we in alle vrijheid op gay prides onze seksuele voorkeur kunnen vieren. Dan gaan we alleen voorbij aan de tijd van de Grieken en Romeinen waarbij het volstrekt normaal was dat mannen en jongens seks hadden met elkaar. Het was zo normaal dat er amper taal voor was. Vrouwen waren er voor de kinderen en het runnen van het gezin, slaven voor het werk en mannen voor het bestuur en het (seksuele) vermaak. Kom daar nog maar eens om.

Hetzelfde geldt voor de discussie rondom slavernij. We zijn nu zo gericht op individuele vrijheid en autonomie dat we ons nauwelijks kunnen voorstellen dat er vrijwel altijd slaven zijn geweest. Families vormden een huishouden – economie – waarin alles strak geregeld was en de man des huizes werkte niet. Dat is eeuwen zo geweest. Nu zijn we allemaal trots op onze drukke en interessante banen, maar tot ver in de negentiende eeuw deed je als je een beetje iets voorstelde geen betaald werk. Dat liet je anderen doen. Niet alleen slaven, maar bijvoorbeeld ook horige boeren die jouw groente verbouwden en vee verzorgden in ruil voor kost en inwoning en wat geld dat ze verdienden door de restanten van de oogst en slacht te verkopen op de markt.

We vinden daar van alles van. Mogelijk omdat we beelden hebben van slaven die met een zweep aan het werk werden gezet en volledig werden uitgebuit. Dit gebeurde ook wel – zeker als de slaven een oorlogsbuit waren (tot slaaf gemaakte soldaten of koningen bijvoorbeeld) – maar vaker werd er goed voor slaven gezorgd. De slaven waren immers het bezit van het gezin en als de slaaf ziek werd of dood ging moest er een nieuwe gekocht worden. Een gezonde slaaf was dus van groot belang. Daarom verschenen er in de negentiende eeuw, tijdens de industriële revolutie, ook teksten over dat arbeiders goedkoper waren dan slaven omdat je die alleen iets hoefde te geven als ze daadwerkelijk iets opleverden en verder niets kostten als ze niet wegens ziekte, gebrek aan opdrachten of de dood niet werkten. In die zin waren de contacten of contracten met de eerste werknemers onmenselijker dan die met slaven. Je zou zelfs kunnen stellen dat de slavernij eerder uit economische motieven is afgeschaft dan uit humanistische.

Dergelijke dingen mag je in deze tijd echter niet zeggen. De huidige tijd moet de beste tijd zijn en de slavernij is het allerslechtste dat de mensheid heeft voortgebracht. Duizenden jaren lang. Ik ga daar zeker in mee. Iedereen moet in vrijheid kunnen leven zodat hij of zij eigen keuzes kan maken en zich op zijn of haar manier kan manifesteren in de samenleving.

Ik ben daar helemaal voor. Vrijwel al mijn stukken van afgelopen week gingen daarover en eigenlijk is vrijheid het thema van al mijn werk. Ik zie namelijk heel veel onvrijheid in deze tijd. In de manier waarop we elkaar de maat nemen, in de wijze waarop we elkaar corrigeren en censureren, in politieke debatten waarin bescherming van werknemers ter discussie staat, waardoor ze kunnen afglijden naar de positie van de dagloners uit de negentiende en begin twintigste eeuw die geen enkele bestaanszekerheid hadden. En ik zie de onvrijheid ook in het onderwijs waarin studenten zo afhankelijk worden gemaakt van leerdoelen en criteria dat ze later amper nog initiatief durven te nemen op het werk. We creëren met alle eisen zoveel angst het niet goed te doen dat we afhankelijke bange mensen op de wereld zetten. Goedkeuring is altijd extern gericht en zelfvertrouwen kan pas bestaan als een ander vertrouwen heeft gegeven. Dat kan nooit de bedoeling zijn.

We wensen vrijheid, maar werpen overal belemmeringen op. We zetten ons vast in ons eigen gelijk zonder kennis of historisch besef. We interpreteren filosofen en wetenschappers richting ons eigen verhaal en slaan zo open debatten dood. We negeren onze angsten, twijfels en onzekerheden en grijpen in onze poging controle en overzicht te krijgen naar strohalmen waarmee we de open samenleving dichttrekken. Het zijn strohalmen van oordelen, diskwalificeren, proberen bij te sturen of op te voeden en volgens strohalmen van uitsluiting. Ik vrees dat dat ons weinig goeds brengt.

Geef een reactie

Laatste reacties (61)