291
2

Lobbyist en Politiek Filosoof

Robbert Baruch is Manager Public Affairs bij Buma/Stemra. Hij is op 12 oktober 1967 in Amsterdam geboren. Hij studeerde Politicologie (Politieke Filosofie) en Bestuurskunde in Leiden en Theologie in Amsterdam en Jeruzalem. Zijn studie politicologie rondde hij af met een scriptie over Vondel's Palamedes en de 17e-eeuwse Nederlandse politieke filosofie. Na zijn studie werkte hij achtereenvolgens als communicatiestrateeg bij een internationaal reclamebureau, communicatiemanager bij de ING Groep, bestuursadviseur, wethouder van de Rotterdamse deelgemeente Feijenoord en lobbyist voor het Verbond van Verzekeraars in Den Haag.

Hoe je Nederland moet besturen

Bestuurlijke inrichting voor Europa en van de deelgemeenten

De afgelopen weken is er weer veel te doen geweest over het deelgemeentestelsel én over de herinrichting van provincies. Tijd om wat oude koeien uit de sloot te halen. Helemaal in lijn met de andere problemen die de pers beheersen zullen het zelfs oude (stok)paardjes zijn.

Om te beginnen: de deelgemeenten. De problemen met Turkse organisaties in Feijenoord werden breed uitgemeten in de pers. Zonder ze te willen bagatelliseren, is het wel belangrijk te blijven herhalen dat het informeel verdelen van baantjes, macht en subsidies een al langer bestaand probleem is in sommige gebieden in Nederland, en niet voorbehouden aan Turkse organisaties.

In het geval van deelgemeenten, hangt het probleem samen met de existentiële vraag voor deze bestuurslaag: “waar bestaan we voor, en kunnen we doen wat we willen doen met de middelen die we hebben?” In Rotterdam werd deze vraag door verschillende deelgemeenten verschillend beantwoord; sommige deelgemeenten wilden graag over van alles en nog wat eigen beleid ontwikkelen, terwijl andere deelgemeenten alleen een uitvoerende taak voor zichzelf zagen weggelegd. En dat fenomeen hangt weer samen met de ontstaansgeschiedenis van deelgemeenten in Rotterdam.

De deelgemeenten zouden binnen de Stadsprovincie Rotterdam zelfstandige gemeenten worden, en kregen steeds meer taken die daarbij zouden horen. Nadat 86% van de stemmende Rotterdammers tegen het ontstaan van de stadsprovincie stemden (immers: het zou de opheffing van de stad Rotterdam betekenen, en wat doe je dan met zo’n diep gat aan de oevers van de Maas), ging dat plan niet door en bleven de deelgemeenten bestaan.

Dan de provincies. Die blijven toch maar tot bestuurlijke reuring leiden. Waar het eerst ging om de taken van de provincies (veel is naar de steden gegaan, en een enkel dingetje naar het Rijk), gaat het nu om schaalvergroting. In de visie van de Minister moeten we naar grotere steden en grotere provincies. Ik ben dat wel met hem eens. Net zo min als je van de belastingbetaler hoeft te verlangen dat hij allerlei beleidsambtenaren betaalt op deelgemeentelijk niveau waar de stad het al net zo goed (of beter) doet, is net zo onzinnig als hetzelfde beleid voor dezelfde regio door verschillende provincies te laten vormgeven. Het wordt dan meer ambtelijke bezigheidstherapie dan het gezamenlijk aanpakken van de uitdagingen die we nu eenmaal kennen. Ook een grotere schaal voor steden moet maar eens zakelijk bekeken worden: een grotere schaal kan, mits de politici, besturen en ambtenaren maar oog houden voor wat er bij de inwoners gebeurt, leiden tot forse besparingen, meer daadkracht en een beter bestuur.

Het dilemma is het volgende: om op Europees niveau mee te kunnen komen is eigenlijk één Randstadbestuur noodzakelijk. Reizen, wonen, ontspannen; de kans dat het goed gaat komen is met één bestuur voor die regio net wat groter dan met alle overheden die op dit moment met elkaar om de tafel zitten. Aan de andere kant is er voor zo’n superprovincie weinig draagvlak in de rest van het land.

Bovendien is er nog een ander probleem; de stadsregio’s. Dit zijn stedelijke samenwerkingsverbanden waarin veel zaken die uitgevoerd moeten worden, eigenlijk best redelijk gedaan worden. Het probleem met die stadsregio’s is dat er geen directe democratische controle op is.

De oplossing is dan ook, nog steeds, even simpel als doeltreffend, en heb ik in 2006 al eens met Arie de Jong opgeschreven: verklein de provincies tot het niveau van de stadsregio’s, en hef die op. Je krijgt dan 7 in plaats van 4 randstadprovincies, maar je heft de stadsregio’s op. Maak dan wel bij de Randstadprovincies één gezamelijke autoriteit die een beperkt aantal zaken (mobiliteit, inrichting, recreatie), samen met betrokken Ministeries kan aanpakken.

Voor het gemak verwijs ik maar weers eens naar ons stuk uit die tijd. Naast toegenomen democratische legitimatie en grotere bestuurlijke slagkracht is het voordeel dat de provinciewet niet aangepast hoeft te worden.

Ten derde: Europa. Uiteindelijk gaat het erom dat we Europa sterker maken. Dat kan alleen met goeie bestuurders die in een democratische omgeving functioneren en sterke, concurrerende en samenwerkende regio’s. Een ideale bestuurlijke inrichting bestaat waarschijnlijk niet, maar een haalbare misschien wel.

Verscheen ook op het weblog van Robbert

Geef een reactie

Laatste reacties (2)