Laatste update 21:49
2.545
49

Sociaal psycholoog

Werner de Gruijter (1976, Winterswijk) psycholoog en docent sociale wetenschappen op de Hogeschool van Amsterdam. Hij verdiepte zich zowel in Jungiaanse psychoanalyse als in de geschiedenis van het Westerse intellectuele denken.
Voor meer schrijfsels zie: www.wernerdegruijter.nl

Hoe Rutte II de tegenstellingen in de samenleving verder heeft vergroot

De Haagse obsessie met geld tast de kwaliteit van samenleven aan

Onze politieke top beloofde voor aanvang van het kabinet Rutte II ‘bruggen te bouwen’ in de samenleving. Daar is vrijwel niets van terechtgekomen. De tegenstellingen zijn eerder vergroot dan verkleind. Onze leiders lijken zo geobsedeerd door geld – dat ze vergeten wat ervoor nodig is om een samenleving te balanceren.

Prinsjesdag is achter de rug. Het ziet ernaar uit dat Rutte II de eindstreep haalt. En dus is het tijd om even achterom te kijken. Bruggen bouwen – dat was het devies van dit kabinet. Bruggen bouwen tussen mensen in onze samenleving. Een nastrevenswaardig ideaal. Maar is deze doelstelling ook gelukt?

Niet bepaald. Kijk naar de peilingen, de ingezonden stukken of naar de teneur van de grote onderzoeksinstellingen zoals de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) of het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) – ook na deze regeerperiode zijn de tegenstellingen in de Nederlandse samenleving eerder toe- dan afgenomen.

Een zorgelijke ontwikkeling die niet los gezien kan worden van het gevoerde economische beleid. Want als meer en meer mensen op een houtje moeten bijten, stellen ze zich minder sociaal op. Puur uit lijfsbehoud. En dat is niet zonder gevaar – want fascistoïde bewegingen teren op de toenemende (bestaans-)onzekerheid.

De vraag is echter of Rutte en consorten dit zich ten volle hebben beseft. Collectief heeft onze politieke top zich de afgelopen vier jaar namelijk ingesteld op het snoeien van overheidsuitgaven – mede door de macht die de politiek zelf aan de ‘markten’ gaf. In totaal werd in deze regeringsperiode voor een record bedrag aan 50 miljard euro bezuinigd; dit paste in een bredere bezuinigingstrend die vanaf tachtig zijn intrede deed. De zorg, het onderwijs, de kunsten, de sociale vangnetten, Staatsbosbeheer en ga zo verder – het moest van Rutte en Samson dus ‘efficiënter’. Behalve dan defensie, daar werden de bezuinigingen deels teruggedraaid, en op het multinationale bedrijfsleven – waar de belastingdienst investeerders kon behagen (via de zogenaamde ‘rulings’ – speciale afspraken tussen overheid en bedrijfsleven).

Achteraf gezien (en inderdaad, dat is altijd gemakkelijker praten) was dit mogelijkerwijs niet verstandig. Er begint inmiddels een aardige consensus te ontstaan onder economen (bijvoorbeeld recent nog de economen van de ING bank, de Rabobank als ook de Nobelprijs winnende economen Paul Krugman en Joseph Stiglitz en vele anderen) dat het Europees afgedwongen bezuinigingsbeleid waar Rutte II garant voor stond (en zelfs nog een stapje extra in deed), desastreus heeft uitgepakt. Het heeft ons groei gekost (!) en toenemende maatschappelijke tegenstellingen opgeleverd.

Volgens de Zwitser Florian Shui, professor Historische Economie aan de Universiteit van Londen, die onderzoek deed naar het bezuinigingsverhaal en daar in zijn boek “Austerity – the great failure” verslag van deed, is in 2.500 jaar menselijke geschiedenis met het dichtdraaien van de geldkraan nagenoeg nooit een toename vastgesteld in economische activiteit. Het bezuinigingsriedeltje omwille van de economische groei is dus een mythe. Shui concludeert:

Er is geen overtuigend economisch argument voor de huidige [Europa brede] bezuinigingspolitiek en er is eveneens geen overtuigende moreel of politiek argument. De bezuinigen, in hun huidige vorm, zijn dan ook een grote mislukking gebleken.”

Natuurlijk, er zijn altijd meerdere factoren die een rol spelen – maar er bestaat ook zoiets als een positieve samenhang tussen investeren in een gemeenschap (in de vooral de midden- en onderklasse) en economische activiteit. Dit punt sneeuwt nog wel eens onder in het huidige, ideologisch gekleurde debat, maar is niettemin het overdenken waard (zodat het op waarde kan worden geschat). Dus dat de economie meer op toeren komt als – meer mensen – kansen krijgen door een – toegefelijkere – welvaartsstaat. Politici negeren dit soort verbanden. Terwijl Nederland zelf, in de naoorlogse periode, bij lange na niet het enige land was dat juist van dit fenomeen getuigt. De Duitsers hadden het ook en spraken van het Wirtshaftswunder. In de Verenigde Staten was het Franklin Roosevelt die, in zijn eigen woorden, “het kapitalisme redde” door vol in te zetten op het uitbouwen van de verzorgingsstaat en het verkleinen van de macht van de financiële sector.

Men investeerde dus in de reële economie (in plaats van te speculeren in de virtuele economie zoals nu); en dat, uitgerekend in een periode waarin het lenen van geld door de overheid meer kostte dan nu het geval is. Men koos er gewoon voor, voor risico – en warempel dertig jaar economische groei; tot dusver een van de langste perioden in de moderne geschiedenis met onafgebroken groei en vooral (mede door de werking van de goudstandaard) – stabiliteit en rust op de markten.

Deze geschiedenis laat echter nog iets zien – dat belangrijk is –, en dat is, dat het om meer draait dan alleen om op zo kort mogelijke termijn, zoveel mogelijk geld te verdienen en zoveel mogelijk te bezuinigen (een obsessie waar onze bestuurders door zijn bevangen). Het draait ook om visie. Om verbeeldingskracht. En om moed.

Vandaag de dag is juist dat het gene waar politiek over zwijgt in alle talen, gedragen door een reusachtig lobby-apparaat die gevestigde belangen beschermt – maar (naast de Zwitserse econoom Florian Shui) is het aantal economen dat hierover zijn mond opendoet, rap groeiende.

Dat er verder ondanks de bezuinigingen sinds de crisis van 2008 in Nederland (en het Westen) een matige economische groei is geweest, heeft veeleer te maken met de werking van de virtuele economie dan met de echte, reële economie. Denk bijvoorbeeld aan het bijprinten van geld (quantitative easing) door centrale bankiers waarmee investeerders worden gered op kosten van, uiteindelijk – de belastingbetaler… dit geld blijkt namelijk vooral in het financiële systeem rond te circuleren en druppelt maar amper door naar beneden. Het is dus niet de gewone man of vrouw dat daarvan profiteert; in tegenstelling tot wat de centrale banken daar ook over mogen beweren. Intussen stijgen wel, door het vers geprinte geld, de koersen van de meeste waardepapieren (zie grafiek 1), van huizen, van kunst… (dat is de werkelijke inflatie; investeerders verdienen daar grof geld mee!), terwijl het onderliggende fundament – de reële economie in de echte wereld – meer en meer stagneert en in toenemende mate bulkt van schulden waarover rente moet worden afgedragen dat rechtstreeks doorvloeit naar de top. Dat de ongelijkheid tussen bevolking en (internationaal opererende) investeerders groeit, is een internationaal verschijnsel dat een direct gevolg is van het ontwerp van het financiële systeem. Het zakendagblad, The Wallstreet Journal, schrijft dat sinds de crisis van 2008 zo’n 95 procent van de economische groei in het Westen, is blijven hangen aan het strijkstokje van de 1 procent rijksten der aarde.

Schermafbeelding 2016-09-22 om 17.29.17Inmiddels is door gebrek aan politiek ingrijpen de mate van ongelijkheid in sommige delen van het Westen aanbeland op het niveau van eind 19e eeuw – en vooralsnog is het einde van dit proces niet in zicht.

Ook in het Nederland van Rutte II – ook al is dat in mindere mate. Maar toch, als gekeken wordt naar het vermogen dan zijn de verschillen hier in toenemende mate aanzienlijk. Onlangs nog berichtte bijvoorbeeld de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) in de rapportage Hoe ongelijk is Nederland dat de inkomens en vermogens van Nederlandse huishoudens de afgelopen veertig jaar ongelijker zijn verdeeld. De Raad ontmaskerde in wezen de mythe als zou Nederland deze internationale dans zijn ontsprongen en als zodanig nog steeds als egalitair land kan worden beschouwd. Een mythe overigens die nog steeds door vele ‘fact free’ geïnspireerde politici wordt gebruikt om het kritische denken in een vroeg stadium te elimineren.

Voor de duidelijkheid: in 1990 verdiende een Nederlandse topbestuurder gemiddeld in twee weken even veel als iemand met een minimumloon na een heel jaar werken. In 2011 heeft deze zelfde bestuurder nog maar slechts een week nodig om het jaarinkomen van iemand onderaan de sociale ladder te vergaren. De lijst met dergelijke voorbeelden is overigens lang. Uiteindelijk stelden daarom de WRR-onderzoekers vast dat er zich ook in Nederland een proces van verelendung aan het voltrekken is; steeds meer mensen hebben moeite de eindjes aan elkaar vast te knopen. Terwijl een ander, kleiner volksdeel daar garen bij spint. Precies zoals mondiaal ook te zien is.

Het kabinet heeft vrijwel niets ondernomen tegen deze (internationale) ontwikkelingen, die al decennialang gaande zijn en die diep ingrijpen in onze leefomgeving – zelfs ook niet een eerste aanzet daartoe. Niet werkelijk althans. Geen visie. Niks.

Menig academicus verwacht intussen in het Westen (en dus ook in Nederland) als gevolg van dit gebrek aan leiderschap, toenemende sociale onrust – en in zekere zin geeft het rumoer rond Black lives matter, Trump, de Brexit en Occupy daar al blijk van. Veel mensen hebben het namelijk moeilijk.

Dat belooft dus wat.

Kortom, Rutte II is kritiekloos meegegaan met de internationale dans die de ongelijkheid vergroot. Het kabinet heeft daarmee geen bruggen gebouwd – integendeel, het heeft juist meegeholpen deze een voor een af te breken. Mede daardoor staan we nu weer meer en meer tegenover elkaar – in plaats van naast elkaar.

Hoe ironisch…!

Geef een reactie

Laatste reacties (49)