1.369
11

Schrijfster & spreekster

Deborah de Poorter (1987) schreef het boek "Het valt wel, maar niet mee!" over haar ervaringen met een conversiestoornis. Hoe kan het dat we in deze tijd meer mogelijkheden hebben dan ooit en er tegelijkertijd zoveel jonge mensen ongelukkig zijn? Deborah gaat op zoek naar het grote geluk, perfectie en gezondheid.

Hoe ‘werkt’ een beperking?

De wereld van het werken als Wajonger lijkt vanaf de buitenkant behoorlijk ondoordringbaar

Jong zijn gaat hand in hand met flexibiliteit en ontwikkeling. Je hopt van de ene ervaring naar de andere. Studeren, bijbaantjes, uitgaan en nieuwe liefdes. Kiezen is geen optie, je wilt het allemaal. Je leeft nu en later ‘zien we wel’. Als je chronisch ziek bent of een beperking hebt, ligt het allemaal wat anders. Niets gaat vanzelf, je moet continu afwegingen maken.

Toen ik zelf chronisch ziek werd op mijn 20e wist ik totaal niet wat ik moest doen. Wat werd er van mij verwacht en had ik ergens recht op? Ik moest stoppen met mijn studie, maar had nog wel mijn studentenkamer. Die wilde ik niet zomaar opgeven, mijn laatste stukje vrijheid bleef van mij. Ik had een jaar therapeutisch gewerkt bij mijn bijbaantje in de horeca, maar dit ging ook niet meer. Ik stond op de wachtlijst voor een opname. Met mijn zieke lijf liep ik allerlei instanties af. Daar zat ik dan als aspirant maatschappelijk werkster, zelf bij het algemeen maatschappelijk werk. Ze konden niets voor me doen. De sociale dienst wimpelde me ook af. Ik bleek nergens recht op te hebben.

Wajong
Uiteindelijk hoorde ik over de Wajong-uitkering’, dit is een uitkering voor jongeren met een beperking. Ik kwam in de mallemolen van het UWV terecht en werd compleet afgekeurd. Geen prettig stempel, maar het gaf me de rust om me te kunnen focussen op herstel. Ik kon maar niet geloven dat ik ‘opeens’ aan de zijlijn stond. Van een hardwerkende en nog harder feestende student was ik nu een uitkeringsgerechtigde ‘jong gehandicapte’.

Studeren met een beperking
Jarenlang beet ik me vast in het hervatten van mijn studie. Ik had mijn propedeuse en kon instromen in het tweede jaar. De eerste jaren met mijn ‘nieuwe gezondheid’ wilde ik vooral terug naar mijn oude leven. Weer meedoen met iedereen. De tijd wacht op niemand en mijn omgeving ging zelf ook verder. Mijn leeftijdsgenoten studeerden af en gingen werk zoeken. Bij mijn oude werk gingen er mensen weg. Er was geen oude situatie om naar terug te keren.

Kwijtschelding studieschuld
Na heel veel therapie veranderde mijn standpunt. Alle stress die bij een studie komt kijken, daar wilde ik niet meer aan. Dat betekende dus wel dat ik mijn studie niet af zou maken en dus geen diploma zou behalen binnen de vastgestelde termijn van tien jaar. Gelukkig werd mijn studiefinanciering niet omgezet in een grote studieschuld. Ik moest na drie jaar ziek zijn, accepteren dat dit mijn nieuwe realiteit was.

Vrijwilligerswerk
Acceptatie is een rotwoord, ik heb me er met huid en haar tegen verzet. Toch wilde ik niet dat dit mijn leven was. Therapie, fysiotherapie en een klein sociaal leven, dat kon het toch niet zijn? In een hoekje kruipen wilde ik niet meer. Blijven wachten op de grote genezing had ook geen zin. Met vier jaar ziek zijn op de teller wilde ik weer aan het werk. Een ‘echte’ baan lukte me op dat moment niet. Vrijwilligerswerk leek me een goed alternatief. Anderhalf jaar heb ik in een fijne omgeving geoefend met werken. Ik probeerde mijn uithoudingsvermogen uit, ook kon ik mijn grenzen testen. Het voelde goed dat er weer iets van me werd verwacht. Vrijwilligerswerk is niet zo vrijblijvend, er wordt echt op je gerekend. Eindelijk voelde ik me weer een beetje nuttig. Vier uur per week draaide ik weer mee in de maatschappij.

Re-integratietraject
Mijn gezondheid ging vooruit en ik mocht zelfs stoppen met therapie. Er kwam meer ruimte en ik wilde mezelf meer prikkelen. Ik wilde ‘echt’ werk. Op internet werd ik niet wijzer. Het is een grote onduidelijke chaos. Ik bleek recht te hebben op een re-integratietraject. Twee jaar lang word je begeleid in de zoektocht naar werk. Dat ik er niet alleen voor sta is ontzettend fijn. Ik ben nu een jaar bezig met het traject en het heeft me al zoveel gegeven. Ik heb mijn mogelijkheden binnen mijn beperking ontdekt. Ook heb ik een nieuwe ‘droombaan’ gevonden. Ik wil op een andere manier mensen helpen en dat is via schrijven. Ik doe nu enorm veel ervaring op met bloggen en mijn (vrijwilligers)werk voor Hoezo Anders. Zelfs op mijn meest slechte dagen, kan ik liggend op de bank mijn werk doen.

Zoektocht
De wereld van het werken als Wajonger lijkt vanaf de buitenkant behoorlijk ondoordringbaar. Vanuit de positie van de Wajonger kan ik dit gedeeltelijk beamen. Het is een groot oerwoud, waar je behoorlijk de weg kwijt kunt raken. Er is namelijk geen duidelijke weg die je moet volgen. De laatste jaren is er veel veranderd in het land van de Wajong. De regering probeert van alles, zoals de Wet Werken naar Vermogen, de Participatiewet, het veranderen van de oude Wajong naar de nieuwe Wajong. Het is ontzettend makkelijk om met een vingertje naar de overheid te wijzen. Toch vind ik dat je allereerst naar jezelf moet kijken. Wat kan je zelf doen? Laat je niet zomaar alles gebeuren, het is jouw leven. Probeer in alle regels je eigen weg te vinden. Bedenk wat jij wilt en wat je daarvoor nodig hebt. Het wordt er de komende tijd niet duidelijker op. Vanuit mijn werk, maar ook door mijn eigen netwerk, heb ik veel jongeren met een beperking mogen ontmoeten. Het overgrote deel van deze groep wil ontzettend graag werken of op een andere manier meer uit zichzelf halen. Zij hebben ondersteuning nodig en iemand die in ze gelooft. Ze bij elkaar op een hoop gooien en verwachten dat dit gaat ‘werken’ is ontzettend naïef.

Geef een reactie

Laatste reacties (11)