3.730
0

Cultureel Antropoloog

Dr. Sinan Çankaya (1982, Nijmegen) is cultureel antropoloog en richt zich op politiesociologie. Hij doet onderzoek naar en adviseert gericht op de politieorganisatie, veiligheid en diversiteitsmanagement. Verder is hij befaamd vingerkootjesknakker en espressoliefhebber.

Hoe Zihni Özdil echte integratie in de weg staat

'Dit gemekker is onbegrijpelijk van iemand die zich laat portretteren als een liberaal voorvechter van anti-racisme'

De Correspondent wil meer diversiteit. Woensdag publiceerden ze een voorpublicatie van het pamflet van Zihni Özdil (Nederland mijn vaderland). Als dat een voorbode is van die diversiteit…

Özdil verwijst in zijn stuk naar inspirerende figuren uit de Amerikaanse burgerrechtenbeweging, zoals Malcolm X (1925-1965) en Martin Luther King (1929-1968). Hij roept op tot de emancipatie en acceptatie van minderheden in Nederland. Özdil plaatst daarmee zijn burgerschapsideaal in een anti-racistisch discours. Tot zover prima. Tot zover.

X en King stelden echter niet de burgerschapswaardigheid van Afro-Amerikanen ter discussie. Ze vertelden niet op welke manier Afro-Amerikanen moesten integreren (assimileren) in de Amerikaanse samenleving. Ze hielden een juridisch, moreel en ethisch pleidooi voor gelijke rechten in een sterk geracialiseerde samenleving.

Özdil schrijft daarentegen: ‘Echte integratie zou moeten gaan over de vraag in hoeverre iemand zich verbonden voelt met Nederland. Dat kan zich uiten op verschillende niveaus. Taal, de mate van contacten buiten de ‘eigen’ etniciteit en zelfidentificatie als Nederlander zijn enkele criteria waaraan je dat kunt meten. Maar dat mag niet van veel progressieven in Nederland. Dat vinden zij ‘assimilatie’ – hetgeen zij definiëren als ‘volledige overname van alle aspecten van de cultuur van het land waar de migrant zich vestigt’ – en dus fout.’

Özdils dwingend project past binnen het conservatief-nationalisme, een ideaal dat minstens sinds 2002 dominant is in Nederland. Hij vertelt dus niets nieuws. Hij rekent af met Rinus Penninx‘ pleidooi voor een focus op sociaal-economische integratie en herintroduceert een conservatief-nationalisme dat hij racialiseert en etniseert. We’ve been here before people. Door in zijn verhaal te spreken over emancipatie en acceptatie, gelardeerd met nationalistische ondertonen, appelleert hij aan zowel (linkse) anti-racisten, als ook (rechtse) conservatieven.

Deze integriteits’criteria’ worden al jaren gebruikt door het Sociaal en Cultureel Planbureau. Het dominante idee is dat migranten zich in culturele zin moeten assimileren: naar Nederlandse televisiezenders kijken, Nederlandse vrienden hebben, Nederlandse waarden en normen verinnerlijken. Dat zijn overigens zaken waar hij het vaak over heeft, zoals zijn beklag over migrantenstudenten op de Erasmus Universiteit die zich zouden afzonderen door met elkaar te lunchen.

Özdil beklaagt zich ook dat assimilatie niet zou mogen van de progressieven. Dit gemekker is onbegrijpelijk, vooral van iemand die zich laat portretteren als een voorvechter van anti-racisme in Nederland. Ook onbegrijpelijk voor iemand die zichzelf neerzet als uiterst liberaal. Assimilatie is een machtsbegrip en drukt een hiërarchische relatie uit (van superieure en inferieure ‘culturele normen’). Concreter, witte en areligieuze Nederlanders zijn de superieure modelburgers tot wie nieuwe Nederlanders zich moeten verhouden. Assimilatie heeft dus uitsluitende gevolgen, terwijl we in Nederland de vrijheid van leefcultuur kennen. Een zichzelf respecterende liberaal respecteert individuele keuzevrijheid.

De uitstapjes naar de ‘Angelsaksische landen’ – en dus ook naar X en King – doen dan ook verwarrend aan in het oerHOLLANDSE verhaal van Özdil. Zo is in de Verenigde Staten Engels de dominante, maar niet (eens) de officiële taal in het land. Ook het idee van ‘parallelle gemeenschappen’ – de notie van communities – wordt daar nauwelijks geproblematiseerd, maar vooral gewaardeerd om de verbindende en overbruggende functies en rollen die deze netwerken vervullen, daar waar de overheid niet wil of kan optreden. In de VS zou Özdils ideeën keihard gelabeld worden als ‘neocon’.

De paradox is dat Özdils ‘etnische bril’ onderdeel is van een multiculturele visie op de samenleving, terwijl dit nu juist hetgeen is waar hij zo graag mee wil afrekenen. Door ‘etnische’ criteria te formuleren als voorwaarden van burgerschap maakt hij zich er zelf aan schuldig.

We kunnen er klaarblijkelijk niet vanuit gaan dat mensen die hun wortels in Nederland hebben, gewoon Nederlandse burgers zijn. Zonder dat migranten door hoepels moeten blijven springen.

Gaan we niet doen dus.

Dit artikel verscheen eerder op Zaman Vandaag

Geef een reactie

Laatste reacties (0)