Laatste update 12:01
1.628
32

Neerlandicus

Neerlandicus. Gepensioneerd docent Nederlands. Oud-afdelingssecretaris en voorzitter PvdA voormalig lid gemeentelijke commissies.

Hongarije is nooit rijp gemaakt voor de EU

Achteraf is het natuurlijk makkelijk oordelen, maar dat Hongarije meer tijd had moeten krijgen en nemen om aan de democratie te wennen en daarmee het draagvlak voor deelname aan de EU te vergroten is duidelijk

cc-foto: Europa Pónt. Europa-dag in Boedapest, 13 mei 2018.

Op 1 mei 2004 trad Hongarije toe tot de Europese Unie, samen met onder andere Tsjechië, Polen, Slowakije en de Baltische staten, nadat bij een referendum 83,76 procent van de Hongaarse bevolking ja had gezegd. Wellicht ligt in die uitslag al het probleem besloten dat zich thans met Hongarije voordoet, als we weten dat meer dan de helft van de kiesgerechtigde Hongaren thuis bleef. Het enthousiasme was dus kennelijk niet groot en het grote percentage ja-stemmers strooide derhalve nogal wat zand in de ogen. Zand dat waarschijnlijk ook al na het soepele verloop van de vrije verkiezingen van 1998, het Hongaarse Presidentschap van de Raad van Europa in datzelfde jaar en de toetreding tot de NAVO een jaar later wilde verblinden.

Daarnaast zijn zonder twijfel machts- en geopolitieke overwegingen mede (en te) bepalend geweest voor de uitbreiding. Te veel is uit het oog verloren dat de landen in Oost-Europa nog volop in een proces naar democratie verkeerden en de bevolking meer tijd moest worden gegund aan de nieuwe omstandigheden te wennen, na de val van de Muur in 1989. Het heeft nou eenmaal tijd nodig om je zowel in collectieve zin als ook op individueel niveau in de nieuwe omstandigheden te positioneren. We zien ook in bijvoorbeeld het oosten van Duitsland dat die nieuwe vrijheid (nog) niet goed wordt begrepen.

Hongaren zijn bovendien gewend orders te krijgen en hun werk uit te voeren volgens vaste structuren en patronen. Ze zijn formeel, hiërarchie is belangrijk. De baas moet duidelijk de baas zijn. Een cultuur die de burger volgzamer maakt en minder een beroep doet op één van de belangrijkste kernmerken van onze democratie; de vrijheid van meningsuiting. Die volgzamere cultuur èn de wetenschap dat het draagvlak laag was, wist de Hongaarse regeringsleider Viktor Orban vervolgens handig te gebruiken, of zo u wil te misbruiken om ‘zijn’ volk voor zijn ondemocratisch karretje te spannen en daarbij nu ook een anti-EU sentiment te mobiliseren.

Achteraf is het natuurlijk makkelijk oordelen, maar dat Hongarije meer tijd had moeten krijgen en nemen om aan de democratie te wennen en daarmee het draagvlak voor deelname aan de EU te vergroten is duidelijk. Hetzelfde geldt overigens ook voor meer landen in Midden- en Oost-Europa. Oppervlakkig kijken naar het probleem dat Orban veroorzaakt is, indachtig het vorengaande, zinloos. Er zal dieper moeten worden gespit en met de nodige psychologische invalshoeken dienen te worden gehandeld om tot oplossingen te komen. Er liggen verzoeken vanuit de Balkan om eveneens toe te treden tot de Europese Unie. Laat dan de ontwikkelingen in Hongarije en niet te vergeten ook Polen een les zijn.

Een andere les is de organisatie van de Europese Unie. Net als door het vetorecht bij de Verenigde Naties, waardoor in gewichtige zaken nooit echt een vuist kan worden gemaakt, heeft ook de EU weinig mogelijkheden om een land dat zich niet aan de beginselen van de Unie houdt tot de orde te roepen. Het door de meerderheid onderschreven besluit om Hongarije tijdelijk het stemrecht in de Ministerraden te ontnemen kan pas worden geëffectueerd als daartoe buiten de stem van Hongarije unaniem wordt besloten. Aangezien Polen al heeft aangegeven niet mee te gaan in de strafmaatregel is hier dus sprake van een zinloze missie. Ook de Unie zal steeds opnieuw lamgeslagen worden door vormen van veto’s. Er zijn altijd wel individuele landelijke belangen die stemmingen dwarsbomen.

Dit feit, met daarnaast die andere omissie dat de statuten van de EU niet voorzien in verwijdering van een lid, zijn dan ook een vrijbrief voor landen om zich weinig of niets gelegen te laten liggen aan de beginselen van de Unie. Lidmaatschap en stemrecht zijn immers zo goed als veilig gesteld. Conclusie: de Unie zal eerst organisatorisch orde op zaken moeten stellen, wil het in geval van afvallige lidstaten adequaat kunnen handelen en bovendien aan uitbreiding mogen denken.

Geef een reactie

Laatste reacties (32)