8.455
30

Afrika journalist

Na haar studie Culturele Antropologie weet Andrea Dijkstra (1981) het zeker. Haar artikelen moeten niet in een bureaula verdwijnen maar gelezen worden. En dus wordt ze journalist. Na een aantal jaar te hebben gewerkt voor persbureau Novum Nieuws en de NCRV Radio 1 redactie wordt ze freelance buitenlandjournalist. Sinds 1 juni 2011 trekt ze met fotograaf Jeroen van Loon voor onbepaalde tijd door Afrika om bijzondere verhalen te publiceren in Nederlandse en internationale media en het continent zo te doorgronden. Ze heeft haar eigen Afrika-kanaal bij De Nieuwe Pers en publiceert verder in onder meer Vrij Nederland, het Algemeen Dagblad, Opzij, One World Magazine en het Vlaamse Mo Magazine.

Huh? Bestaan er ook zwarte wielrenners? Jazeker!

De onvermijdelijke zege van een Afrikaanse Tourrenner (met foto's van Jeroen van Loon)

Verbazing (en helaas een racistische opmerking) over een zwarte renner in de Tour. Over een paar jaar is het echter een doodnormaal beeld, want zwarte – ook zwart Afrikaanse – renners gaan een belangrijke rol spelen op het wielertoneel.

Massaal valt iedereen op twitter over oud-wielrenner Henk Lubberding heen, omdat hij woensdagavond in het NOS-programma Langs de Lijn op Radio 1 een zwarte wielrenner in de tour de France ‘negertje’ noemde en het ‘verbazingwekkend’ noemde dat die op een racefiets kunnen rijden. Vermoedelijk had hij het over de 25-jarige Fransman Kévin Reza. De in Versailles geboren 25-jarige wielrenner rijdt in de Tour de France voor Team Europcar en heeft roots in het Frans overzeese departement Guadeloupe in het Caribisch gebied. En ja, hij is dus zwart.

Negertje
Hoewel de platte opmerking inderdaad nogal racistisch overkomt, bedoelde Lubberding het vermoedelijk niet verkeerd, want direct erna zei hij het mooi te vinden ‘dat kleurlingen in het peloton aanwezig kunnen zijn’. Tegelijk is enkel zijn verbazing misschien niet vreemd. Want geef nou toe: vermoedelijk kijken de meeste Nederlanders er nog van op als ze opeens een zwarte wielrenner op het beeldscherm voorbij zien schieten. 

We zullen er echter steeds meer aan gewend gaan raken, want niet alleen meer zwarte Europeanen gaan deelnemen aan belangrijke wielerraces, ook Afrikaanse wielrenners gaan de komende jaren een steeds belangrijkere rol spelen op het wielertoneel. Dat dit honderd jaar moest duren, ligt er overigens niet aan of ze wel of niet op een racefiets kunnen fietsen. 

Wielrennen in Afrika. Foto: Jeroen van Loon

Ik zocht in Oost-Afrika wél uit hoe het komt dat – de vaak op grote hoogte geboren en getrainde – Afrikanen al decennialang het hardlopen domineren, maar het continent er (nog) niet in slaagt wielrenners te produceren die aan de Tour de France kunnen deelnemen, laat staan dit meest prestigieuze wielerevenement kunnen winnen? 

“Hardlopen is een relatief goedkope sport”, legt David Kinjah uit, coach van de Keniaanse Safari Simbaz en zestien jaar terug de eerste trainer van huidig Tourfavoriet Chris Froome. “Als hardloper kun je desnoods op blote voeten beginnen met trainen. En met drie paar schoenen zit je voor jaren gebakken. Terwijl in wielrennen materiaal juist cruciaal is. Niet alleen heb je een goede fiets nodig, maar ook wielrenschoenen, een helm, een bril, handschoenen en natuurlijk reserveonderdelen. Omdat niets van dit alles in Afrika wordt gemaakt, moet het voor veel geld worden geïmporteerd. En dat geld hebben we niet.”

Dikbuikige Afrikanen ruiken geld
In Kenia blijkt een ander groot probleem de corruptie. “Onze federatie organiseert vrijwel nooit wedstrijden en het weinige geld dat er vanuit de overheid binnenkomt, steken ze in eigen zak”, moppert de 40-jarige Davidson Camau, die veteraan is bij de Safari Simbaz. “Onze voorzitter zit er al 24 jaar!” Kinjah lacht bitter. “Als deze dikbuikige Afrikanen eenmaal op hun plek zitten en geld ruiken, gaan ze nooit meer weg.”

In Rwanda hoor ik een heel ander verhaal. “We hebben een nationaal team van wie één van de renners vorig jaar meedeed aan de Olympische Spelen in Londen, de Tour du Rwanda trekt jaarlijks 3,5 miljoen toeschouwers en wielrennen in Rwanda groeit enorm”, vertelt Jock Boyer die in 1981 de eerste Amerikaan was die aan de Tour de France meedeed en sinds 2007 trainer is van het nationale Team Rwanda.

Negatief stigma van Rwanda
Belangrijkste factor in dit wielersucces is de Rwandese regering. “Zij steken alleen al 400.000 dollar per jaar in de Tour du Rwanda en 17.000 dollar in Team Rwanda”, vertelt de Amerikaan die uitlegt dat de regering dit doet omdat het gelooft dat wielrennen Rwanda van zijn negatieve stigma kan afbrengen, wat het land overhield aan de genocide waarbij in 1994 800.000 mensen omkwamen.

“De miljoenen mensen die mij met de Rwandese vlag het stadium zagen binnenkomen, kenden mijn land waarschijnlijk alleen van negatieve dingen,” vertelt Adrian Niyonshuti die vorig jaar als eerste wielrenner namens Rwanda meedeed aan Olympische Spelen. “Maar door mij leren ze Rwanda nu ook vanwege iets positiefs kennen, namelijk goede wielrenners”, lacht de 26-jarige wielrenner trots. 

Geld eindigt in andermans zakken
Boyer geeft toe dat deze successen niet in Kenia of Oeganda hadden kunnen worden bereikt. “De federaties zijn daar zo verschrikkelijk corrupt, waardoor al het geld in andermans zakken eindigt”, verzucht de Amerikaan die dit ‘tragisch’ noemt. “Niet alleen voor het wielrennen maar ook voor al die talenten die hierdoor gehandicapt zijn en niet de kans krijgen zich te ontwikkelen.”

Wielrennen in Afrika. Foto: Jeroen van Loon

Ondanks alle uitdagingen zijn Kinjah, Camau en Boyer uiterst positief over de toekomst van het Afrikaanse wielrennen. In vrijwel één adem noemen ze daarbij MTN Qhubeka, het eerste pro-continentale team van Afrika. Hoewel dit team is opgericht in Zuid-Afrika, rijden er ook wielrenners uit Eritrea, Ethiopië, Algerije en Rwanda voor en doet het inmiddels mee aan races over de hele wereld. Over één a twee jaar wil het team deelnemen aan grote races als de Vuelta en de Tour de France.

Doodsbang de Alpen afrijden
Dat in MTN Qhubeka ook renners uit Duitsland en Italië zitten, komt volgens Boyer omdat in Afrika simpelweg nog niet genoeg talent rondrijdt dat kan concurreren in Europa. “Het kost jaren om Afrikaanse renners op dat niveau te krijgen. Pas in Europa kun je écht moeilijke races rijden, de atleten moeten gewend raken aan pelotons van honderden renners en doodsbang zijn ze de eerste keer als ze de Alpen afrijden omdat ze simpelweg nog nooit zo hard hebben gefietst.”

Adrian Niyonshuti, die zelf voor MTN Qhubeka rijdt, vindt het bovendien een voordeel dat hij ook enkele Europese teamgenoten heeft. “Zij leren mij veel over wielrennen in Europa. Zo gaat het team sneller voorruit.” Ook merkt hij hoe het team een grote symbolische waarde heeft voor andere Afrikaanse wielrenners. “Die dachten eerder altijd dat professioneel wielrennen niet voor zwarte Afrikanen was weggelegd. Door MTN Qhubeka beseffen ze echter dat dit wél degelijk het geval is.”

Wielrennen in Afrika. Foto: Jeroen van Loon

Langere wielercultuur in Eritrea en Ethiopië
Boyer heeft naast zijn team in Rwanda sinds kort ook projecten in Ethiopië en Eritrea waar hij ook transparant en zonder corruptie kan werken. Bovendien kennen beide bergachtige landen al langere tijd een wielercultuur vanwege hun historische band met Italië (Eritrea was tussen 1885 en 1943 een Italiaanse kolonie en Ethiopië werd korte tijd door het Zuid-Europese land binnengevallen). 

“Ons doel is binnen enkele jaren met een geheel zwart Afrikaans team aan de Tour de France deel te nemen, dus zonder Europese rijders”, vertelt Boyer. Volgens de Amerikaan is er genoeg talent in Afrika. “Lukt het ’t ene jaar niet om een geheel zwart Afrikaans team te vullen, dan wachten we gewoon nog een jaar.”

Ook Kinjah gelooft dat zwarte Afrikanen op korte termijn een belangrijke rol gaan spelen op het wielerwereldtoneel. “Niet voor niets zei UCI-baas Pat McQuaid vorig jaar dat Afrikaanse wielrenners binnen vijf a zes jaar op de podia van grote races kunnen staan. Daarbij noemde hij specifiek Eritrea, Ethiopië en Kenia.”

UCI-trainingshub in Zuid-Afrika
Steeds meer Afrikanen lukt het dan ook om bij grote internationale teams een contract te bemachtigen. Zo fietst de 24-jarige Eritreër Daniel Teklehaymanot sinds september 2012 voor het Australische GreenEDGE Cycling en deed met dit team mee aan de Vuelta. De 22-jarige Eritreër Natnael Berhane komt sinds dit jaar uit voor het Franse Team Europcar – hezelfde team als de Fransman Kévin Reza – en won daarmee de Koninginnenrit in de Tour of Turkey. Beide renners zijn product van het World Cycling Centre in Africa in het Zuid-Afrikaanse Potchefstroom waar het UCI Afrikaans talent klaarstoomt voor de grote internationale wielerraces. De 21-jarige Ethiopiër Tsgabu Grmay, die tevens product is van het World Cycling Centre Africa, voor MTN Qhubeka rijdt, en dit jaar de vijfde etappe van de Tour of Taiwan won, heeft zichzelf zelfs ten doel gesteld om als eerste zwarte Afrikaan de Tour de France te winnen.

Wielrennen in Afrika. Foto: Jeroen van Loon

Tour de France winnaar in Afrika
Hun recente wielerprestaties bewijzen dat zwarte Afrikanen eindelijk een rol beginnen te spelen op het wereldwijde wielertoneel. En zoals UCI-baas Pat McQuaid ook al opmerkte; waar het de Afrikanen vooral aan ontbrak was geld, materiaal en training. Nu het UCI specifiek in Afrikaans wielrennen begint te investeren, begint dit direct zijn vruchten af te werpen. Boyer: “Ik ben er honderd procent van overtuigd dat zich op het Afrikaanse continent een Tour de France winnaar bevindt.”

Fotografie: Jeroen van Loon (copyright)

Dit artikel is eerder verschenen in het DNP-kanaal van Andrea Dijkstra, waar je deze week met actiecode X2ACDNPAD gratis een kijkje kan nemen.

Wielrennen in Afrika. Foto: Jeroen van Loon

Geef een reactie

Laatste reacties (30)