2.044
25

Docent en publicist

Pascal Cuijpers is docent beeldende vorming en faalangstreductietrainer op een middelbare school. Daarnaast is hij publicist en auteur. Hij schrijft op vaste basis columns en opiniestukken over onderwijs en de maatschappij voor o.a. de Nationale Onderwijsgids, HetKind en Joop. Tevens verschijnen zijn artikelen regelmatig in diverse landelijke dagbladen en onderwijsmagazines. Van zijn hand verschenen eerder de educatieve scheurbundel '200 Dagen School & Scheuren!' en de onderwijsbundels 'Leraren hebben meer vakantie dan mensen die werken' - inmiddels vierde druk - en 'Leraren zijn net echte mensen' (per 1 september 2017). Allen bij uitgeverij Quirijn.

Hypocriete goudkoorts

Mijn aversie tegen de prestatiemaatschappij kwam niet overeen met de jubelstemming die ik uitte na de gouden rondjes op de schaatsbanen van Pyeongchang

Meegesleurd door de prachtige races en meestal dito prestaties klopte mijn sporthart zo’n twee weken lang synchroon mee met de gespannen Oranje deelnemers aan de Olympische Winterspelen. De adrenaline die dagelijks vrijkwam tijdens spannende omlopen op de diverse ijsbanen verdoofde tijdelijk het buikvirus en de koorts waar ik mee kampte, waardoor ik na een medaillerace net zo euforisch boven een emmer hing als dat Esmee Visser op het hoogste treetje van het schavot sprong. Want: wat een winnaars. Wat een helden! In een roes wijdde ik aan elke gouden plak van Oranjebodem een tweet met diverse jubelende hashtags inclusief een foto van de winnende ijskoning(in), al dan niet met gouden plak van maar liefs vierhonderdnegenzestig euro om de nek.

goudkoorts
Kjeld Nuis | Screenshot YouTube

Na enkele dagen namen mijn koorts en misselijkheid gelukkig af. De hebzuchtige goudkoorts bleef echter nog dagenlang in stand. En na het plaatsen van mijn tweet rondom het onmogelijk geachte goud van Suzanne Schulting (W-A-U-W wat mooi! #suzanneschulting #goud #olympischespelen #shorttrack), overviel me plots een beklemmend gevoel van hypocrisie. Waar was ik in hemelsnaam mee bezig geweest deze afgelopen ijsdagen? De gouden sportprestaties lieten me blijkbaar niet koud. Maar waar haalde ik het lef vandaan om alleen de winnaars digitaal te omarmen en te feliciteren met hun heroïsche jacht op het nastreven van enkel het al-ler-hoogste? Waarom schreef ik bijvoorbeeld ook niet over debutant Patrick Roest, die een fenomenaal toernooi reed en huiswaarts keert met twee medailles om de nek. Ook al zijn het geen gouden, het is eveneens een puike prestatie om trots op te zijn, wanneer we kijken naar zijn achtergrond als jongeling en aanstormend talent in een ploeg waar alleen maar goud lijkt te blinken.

Ik reed voor mijn eigen gevoel dan ook een paradoxale, scheve schaats de afgelopen twee weken. Mijn aversie tegen de huidige prestatiemaatschappij in het algemeen kwam niet overeen met de jubelstemming die ik telkens uitte na het rijden van de gouden rondjes op de schaatsbanen van Pyeongchang. Ik ondersteunde hiermee indirect, vol van emotionele en  nationale trots, het systeem waarin ‘only the best’ blijkbaar ‘good enough’ is. Waar was mijn geweten gebleven? Mijn ratio die altijd pretendeert dat je naar je eigen, haalbare doelen en persoonlijke prestaties moet kijken. Iets wat ik mijn leerlingen dagelijks probeer mee te geven, op weg naar een gelukkige en ontspannen leerroute én verder leven.

In mijn inhalige hoop op perfecte races en bijbehorende prestaties tijdens deze Spelen, werd ik, mede door de vele commentaren en voor- en nabeschouwingen, nog maar eens geattendeerd op het feit dat sport emotie is en dat winnen en verliezen hand in hand gaan (maar ondertussen elkaars grootse vijand zijn). Voor de kijker sensatie, voor de sporters haast een onmenselijke taak. Het maakt de druk niet minder voor deze sportmensen die een heel verwachtingsvol land op hun rug mee torsen. Want wie had nou verwacht dat de ogenschijnlijk koele Kramer niet eindelijk zijn (goud)gram zou halen op de tien kilometer? Waar hét eindelijk zou moeten gaan gebeuren, werd het een desillusie van jewelste. Oók voor Sven Kramer zelf. Met een zesde plaats als eindnotering. Althans, het was de context die  zorgde voor deze zogenaamde nationale desillusie. Wanneer Kramer deze plek bijvoorbeeld als debutant had behaald, waren de verwachtingen namelijk niet zo hoog geweest en was een zesde plek wellicht een prima uitgangspositie geweest… “Voor het behalen van een medaille over vier jaar”, zoals de analisten vervolgens dan weer zouden zeggen.

‘We’ mogen dan ook in alle bescheidenheid concluderen dat topsport steeds meer van het volk is en steeds minder van de sporters zelf. De media stuwen jarenlang de verwachtingen naar ongekende hoogten. De sporter in Olympische potentie krijgt amper de kans om zichzelf te zijn en persoonlijke doelen na te streven. We smullen van koppen als ‘Nuis kon alleen maar van zichzelf verliezen’ in de kranten. En luisteren aandachtig naar de prikkelende sportcommentator – altijd buiten beeld, waarom? – die meteen na een teleurstellende race zegt ‘dat hét dan maar over vier jaar moet gebeuren…’ Laten we met z’n allen vanaf nu dan ook rekening houden met de topsporter die persoonlijke doelen heeft en deze zélf, zo goed als het kan, wil nastreven. Ieder op zijn eigen niveau en naar eigen mogelijkheden. Op deze manier relativeren we dat de mondiale top niet voor iedereen weggelegd kan zijn. En dat behaalde doelen in eigen kring, op welk niveau dan ook, voor net zoveel voldoening kunnen zorgen dan enkel een gouden plak tijdens een Olympische Spelen. Want: ‘not only the best, is good enough’. Ook een zesde plaats mag er wezen en kan een sporthart immers sneller doen laten kloppen.


Laatste publicatie van PascalCuijpers

  • Leraren zijn net echte mensen

    ‘De kunst van onderwijs is mogen plaatsmaken voor verbeelding en durven openstaan voor verwondering…’

    September 2017


Geef een reactie

Laatste reacties (25)