433
0

Hoofd campagnes Animal Rights

Robert Molenaar is oprichter van dierenrechtenorganisatie Animal Rights. Hij voert al ruim 20 jaar campagne voor de rechten van dieren

Iedereen wil van dierproeven af – tijd om het ook te doen

'Het moet niet nog eens veertig jaar duren voordat verouderde diertesten vervangen zijn door dierproefvrije technieken'

Het is vandaag veertig jaar geleden dat Britse actievoerders de allereerste Wereldproefdierendag lanceerden. Sindsdien organiseren dierenbeschermers jaarlijks wereldwijd marsen, petities en protesten om aandacht te vragen voor de 115 miljoen proefdieren in laboratoria.

Beagles
Na veertig jaar is het nog steeds belangrijk om erbij stil te staan hoeveel dieren er in gevangenschap leven voor medische doeleinden – en hoe ze aan hun einde komen. In Nederland ging het in 2017 om 530.568 dierproeven en nog eens 448.252 dieren die niet daadwerkelijk gebruikt zijn, maar stierven ‘op voorraad’. Er werden dat jaar 909 dierproeven op honden uitgevoerd, 200 op katten en 317 op apen. De honden zijn vaak beagles, omdat die zo meegaand zijn en zich amper verzetten. Zij worden vooral ingezet voor medicijnonderzoek waarbij de hartschade bij verschillende doseringen onderzocht wordt. In 450 van de 909 gevallen is de hond overleden tijdens of als gevolg van de proef.

Ook de resus-, java- en penseelapen wacht een droevig lot. Om hen te dwingen om aan de onderzoeken mee te werken, krijgen ze erg weinig te drinken. Een druppel water of sap is dan de beloning voor deelname aan een experiment. Ook worden ze in sommige gevallen met een virussen en bacteriën besmet, waarna ze worden afgemaakt en opengesneden om te kijken wat het effect was.

Het schrijnende is dat deze dieren onnodig gedood worden. De wetenschap plaatst grote vraagtekens bij het gebruiken van dieren om medicijnen voor mensen te testen.

Cc-foto: Tony Webster

Vertaalslag
Zo zei Han van de Sandt van TNO in januari tegen ScienceGuide dat ‘het proefdier vaak een beroerd model is voor de mens’. Waar we steeds meer achter beginnen te komen, aldus Van de Sandt, is hoe moeilijk het is om de vertaalslag van proefdier naar de menselijke context te maken. ‘Te vaak zien we dat resultaten die komen uit proefdieronderzoek niet gereproduceerd kunnen worden in mensen.’

Volgens Van de Sandt mag er vaker de vraag gesteld worden of dierproeven überhaupt nodig zijn. “Er worden allerlei medicijnen ontwikkeld voor ziekten die bijvoorbeeld sterk samenhangen met de levensstijl van mensen. Je mag dan echt wel de vraag stellen of daar altijd een medicijn voor nodig is, of dat andere interventies misschien effectiever zijn, zoals meer bewegen en gezonder eten.”

Ook Peter van Meer van het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen zei onlangs tijdens een debat dat hij behoefte heeft aan alternatieven voor dierproeven. “Een proefdier is ook maar een black box waarvan we niet precies weten wat er gebeurt”, aldus Van Meer.

Alternatieven
Wat zouden die alternatieven dan kunnen zijn? Voor deze vraag kunnen we terecht bij het Rathenau Instituut. Deze onafhankelijke organisatie onderscheidt vier methoden waarmee dierproeven afgebouwd kunnen worden. De eerste methode is technologie om direct te meten aan de mens. Denk aan betere hersenscans, microdosering van geneesmiddelen – waardoor de werking bestudeerd kan worden zonder dat de proefpersoon ziek wordt – en het opslaan van menselijk materiaal in biobanken.

Ten tweede noemt het Rathenau Instituut technologie die gebaseerd is op menselijk materiaal: cellen, weefselkweken en het nabootsen van organen op een chip. Het voordeel van deze laatste methode is dat effecten van geneesmiddelen direct op menselijke cellen getest kunnen worden, zonder de vertaalslag van dieren naar mensen te hoeven maken. De derde methode is informatietechnologie en slimme gegevens. Met behulp van big data kan informatie verkregen worden uit eerder onderzoek. Computersimulaties kunnen veel voorspellen, en  statistische en epidemiologische studies kunnen inzichten combineren.

Tot slot zijn er de niet-technologische oplossingen. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het beter delen van bestaande kennis en resultaten van proeven en om het wegnemen van wettelijke belemmeringen om alternatieven voor dierproeven in te zetten.

Ambitie
De oproep om dierproeven af te bouwen is gelukkig niet aan dovemansoren gericht. De Nederlandse overheid, gezondheidsfondsen en wetenschappers hebben zich verbonden aan de Transitie Proefdiervrije Innovatie. De ambitie is om wereldwijd voorloper te zijn in proefdiervrij onderzoek. Dit leidt tot verheugende initiatieven, zoals de tweedaagse expertbijeenkomst in oktober 2018 om de Nederlandse Brandwonden Stichting in Beverwijk te helpen met nadenken over proefdiervrij onderzoek naar zich verdiepende brandwonden.

Maar de transitie kampt ook met een aantal problemen. Zo is er te weinig financiële steun vanuit de overheid. Bovendien sterven er jaarlijks tienduizenden dieren aan wettelijk verplichte giftigheidstests van stoffen waarvan de werking allang bekend is. Deze onnodige, wrede proeven zijn het gevolg van verouderde wetgeving. Het is hoog tijd dat hier verandering in komt.

Het moet niet nog eens veertig jaar duren voordat verouderde diertesten vervangen zijn door dierproefvrije technieken. In 2059 zijn de proefdieren én de dierenbeschermers hopelijk met pensioen.

Geef een reactie

Laatste reacties (0)