1.729
3

Journalist

Alberta Opoku (Sunyani, 1976) studeerde journalistiek in Utrecht en New Paltz (New York) en politicologie in Amsterdam. Ze is freelance journalist en gespreksleider. Ze schreef Drivers of Change; maakte onder meer voor Het Parool een reportageserie over Afrikanen in Amsterdam; en hield zich als producer/presentator voor het RNW-programma Bridges with Africa bezig met politiek, economie, kunst en cultuur voor Afrikanen in Afrika en in de diaspora.

Iets minder Afrikaliefde en meer feiten, graag

Liefde maakt blind, ook Afrikaliefde! 

Het probleem met Afrika’s beeldvorming is niet dat ‘Afrika’ al of niet bestaat, wel dat het beeld dat doorgaans wordt neergezet steeds minder recht doet aan de realiteiten op het continent. Journalisten die Seada Nourhussens kritiek op de achterhaalde beeldvorming afdoen als overgevoelig, politiek-correct of antiracistisch gezeur doen de lezer en hun vak tekort, vindt freelance journalist Alberta Opoku.

Trouw-redacteur Seada Nourhussen richtte in ‘Afrika bestaat niet’ haar pijlen grotendeels op Chris Kijne en Koert Lindijer. De strekking van haar betoog: Afrika is te groot en divers om te vatten in simpele generalisaties als vrolijk, exotisch, muziekminnend, dierlijk wreed, extravert en zo voort. Is deze kritiek nieuw? Allerminst. Afrikaanse intellectuelen op het continent en ver daarbuiten hekelen die beeldvorming al langer. In 2009 sprak de Nigeriaanse schrijfster Chimamanda Ngozie Adichie in een TED-talk over de gevaren van een (eenzijdig) verhaal. Een paar jaar daarvoor, in 2005, schreef de Keniaanse schrijver en journalist Binyavanga Wainaina het trefzekere ‘How to write about Africa’. Uit dat laatste vat dit stukje sommige reacties op Nourhussens stuk treffend samen:

‘Establish early on that your liberalism is impeccable, and mention near the beginning how much you love Africa, how you fell in love with the place and can’t live without her. Africa is the only continent you can love—take advantage of this.’

In de eerste reacties wijzen Kijne zelf, Marlies Pilon en Marcia Luyten Nourhussens kritiek op de Afrika-generalisaties met als argument dat het continent te groot en divers is, af. Ik ben het met hen eens dat je je onderwerp moet kunnen versimpelen of generaliseren. Het is haast onmogelijk om als journalist niet te generaliseren – hoe groot en complex je onderwerp ook is.

Iets anders is voortdurend dezelfde achterhaalde beelden gebruiken – het andere, naar mijn smaak zwaarwegender, verwijt van Nourhussen aan haar vakbroeders en -zusters. En daar zit kennelijk de pijn. Het probleem met Afrika’s beeldvorming is niet dat ‘Afrika’ wel of niet bestaat, maar dat het Afrika dat in Westerse, en dus ook Nederlandse, media doorgaans wordt neergezet steeds minder recht doet aan de andere realiteiten op het continent of, nog erger; feitelijk onjuist is. Journalisten die Nourhussens kritiek op het blijven voorschotelen van die beelden afdoen als overgevoelig, politiek-correct of antiracistisch gezeur, nemen hun lezer/luisteraar/kijker maar ook hun vak niet serieus. Wat heeft je publiek aan telkens dezelfde oude of onjuiste beelden die links en rechts worden ingehaald door nieuwe?

‘Minder fout’
Kijne, Pilon en Luyten komen wat de beeldvorming betreft niet verder dan ‘liefdesverklaringen’ aan Afrika. De eerste herkent zich niet in Nourhussens ‘achterhaald exotisme’ en waarschuwt voor ‘kijken met een gekleurde antiracismebril op’. Voor Pilon is er niet zo veel aan de hand en is het binnenkort zelfs gedaan met de stereotype beeldvorming. De discussie over Afrika-clichés wordt volgens haar al gevoerd waar het hoort: op het Afrikaanse continent. Ik vraag me af hoe daarmee het probleem van de stereotype beeldvorming in Nederlandse media (dus door Nederlandse journalisten) is verholpen. En Luyten merkt op dat Nourhussen een probleem signaleert dat al vanzelf aan het verdwijnen is, omdat de berichtgeving over Afrika ‘juist talrijker en diverser wordt’. Maar als je ‘het steeds minder foute dat rest’ blijft herhalen, dan is het nog niet verdwenen. En vaak dezelfde verhalen vertellen, maakt ze nog niet beter of meer feitelijk.

Neem de wereldwijde aandacht voor de ontvoerde Nigeriaanse schoolmeisjes. De internationale verontwaardiging liet even op zich wachten, maar leidde eenmaal op gang gekomen tot een grootse campagne om de meisjes terug te brengen. Manco: op internet en in internationale media herkennen meisjes uit Guinee-Bissau (ergens in West-Afrika) zichzelf als het gezicht van de campagne. Als in een vergelijkbare situatie in plaats van afbeeldingen van Zweedse meisjes die van Roemeense werden gebruikt, zou Luyten het ongetwijfeld kwalificeren als feitelijk onjuist en het niet afdoen als ‘het steeds minder foute dat rest’.

Het wordt tijd dat we voor Afrika dezelfde journalistieke criteria hanteren als voor andere onderwerpen. Dus streven naar een zo objectief mogelijke berichtgeving van gebeurtenissen, in plaats van het versterken van oude of onjuiste. Zo bedoelen de meeste journalisten met ‘Europa’ doorgaans de Europese Unie of het Europese continent, maar met ‘Afrika’ zelden de Afrikaanse Unie en eerder een land, regio, bevolking, verschijnsel, of wat dan ook. Het is meer dan tijd dat journalisten zich in hun Afrika-berichtgeving niet laten leiden door hun ‘liefde’ voor het continent (alsof je van een onderwerp moet houden om erover te berichten), maar door hun journalistieke nieuwsgierigheid en streven naar feitelijke berichtgeving. Liefde maakt blind, ook Afrikaliefde!

Geef een reactie

Laatste reacties (3)