1.075
36

Columniste

Debby van den Bergh is schrijfster en auteur van de roman 'Vlucht naar Curaçao' en de kindergedichtenbundel 'Gediggies' waarvan de volledige opbrengst naar Stichting Kika is gegaan. Daarnaast zijn publicaties van haar hand zijn te lezen in de verhalenbundels 'Oma waait uit en andere Haagse verhalen', 'Mooie kerst achter de duinen', 'Haagse humor bestaat niet?', 'Puur Gelul' en 'Hemels Genot'. Ook zijn er gedichten van Debby opgenomen in de gedichtenbundels '‘Poëzie op Pootjes 2, 3 en 4’, ‘Mooi weer wolken’, ‘Mijn mooiste gedicht’, ‘Huilend in Den Haag’, ‘De vrede van Den Haag’, ‘De zee is van iedereen’ en ‘Lokale liefde’.

Ik ben een katholiek meisje

Maar ik wil me afkeren van hoeders van een geloof dat de duivel vreest maar zelf de duivel is

Ruim vierenveertig jaar geleden ben ik geboren en naar goed katholiek gebruik een paar dagen na mijn geboorte gedoopt in de kerk in mijn woonplaats. Op mijn doopbewijs heeft de pastoor (die ik me herinner als een vriendelijke man) mij de naam Deborah toebedacht; een naam die ik weliswaar niet mooi vind, maar toch was ik trots op deze extra kerkelijke erkenning. Zelfs de heilige communie en het sacrament van het vormsel heb ik ondergaan en het doopbewijs zit vooraan in mijn baby fotoalbum, als een onmiskenbaar document dat mij de status van goed katholiek meegeeft.

Mijn oma was meer dan katholiek. Mijn oma was een goed mens. Wekelijks drentelde zij naar de kerk en om haar en mijn moeder een plezier te doen ging ik soms mee.
Mijn vader was anarchistisch ingesteld en heeft zich alleen jaarlijks mee laten slepen naar de kerk voor de nachtmis, waar ik me als kind al dagen op verheugde. Niet in de laatste plaats omdat ik lang mocht opblijven maar ook bij thuiskomst nog limonade met wat lekkers kreeg. Dat, de levende kerststal in de feestelijk versierde kerk, het gezamenlijke kerkelijk gezang (kerstliederen die wij op school geleerd hadden) in combinatie met de sfeer van kerstmis en thuis de zoete stem van Heintje maakte dat ik trots was katholiek te zijn.

Omdat ik niet ben grootgebracht met de dreiging van de hel (of hemel) en mijn vraagtekens zet bij een man met baard die uit zijn graf zou zijn opgestaan, bestond het geloof voor mij uit het heilig bewaken van mijn Mariabeeldje en mijn rozenkrans die ik lang geleden van een nichtje heb gekregen. In tijden van verdriet en wanhoop heb ik me tot Maria gericht en ben er van overtuigd dat enkele smeekbedes (wat ik zelden durfde te doen uit angst te veeleisend gevonden te worden) zijn verhoord. Om voorbeelden te geven: mijn ruziënde ouders waren van het een op andere moment stil, terwijl normaal gesproken het huis werd afgebroken en tijdens mijn bevallingen voelde ik de moederlijke blik van Maria op mij rusten die mij in mijn ellende wist gerust te stellen dat alles goed zou komen.

Als ik nu aan de katholieke kerk denk kan ik alleen maar denken aan onschuldige kinderen die door gefrustreerde geestelijken zijn misbruikt. Ik kan en wil niet begrijpen waarom je –ondanks alle celibataire frustraties- een kind zo genadeloos van zijn onschuld kunt beroven. Hoe kan een afgezant van God zo liefdeloos, egocentrisch en harteloos kapot maken wat puur is?

Al jaren komen deze berichten voorbij. Berichten over Limburgse kerkvaders uit kerken die ik me uit mijn jeugd nog herinner. Ik lees de wanhoop van deze kinderen die nu, nu ze volwassen zijn, eindelijk durven op te komen voor dat weerloze misbruikte kind. Onwillekeurig denk ik aan vadsige paters die ’s avonds jongetjes uitzochten voor hun plezier. Dat gaat in mijn ogen verder dan een frustratie. Dat is moedwillige pedofilie. Al die levens die zijn verkankerd uit naam van God. Al die slachtoffers die het leven hebben moeten leven in de schaduw van hun duistere verleden en de herinnering aan vernedering en angst nooit zullen kwijtraken.

Ik staar naar het scherm. Het is niet moeilijk, ik hoef alleen een kort briefje te schrijven aan de kerk waar ik gedoopt ben en ik kan het katholieke verderf van me afschudden. De voorbeeldbrief staat al klaar. Alleen mijn handtekening hoeft er nog onder. Ik aarzel. Weer, want het is niet de eerste keer dat ik deze site bezoek. Ik denk aan al die kinderen. Het leed dat zoveel sporen heeft nagelaten. Ik denk aan mijn oma. Mijn oma, boerendochter en moeder van tien kinderen, die zo’n rotsvast geloof had in het goede dat ze –mocht ze nog hebben geleefd- over het misbruik zou hebben gezegd “Gadverdamme, die mannen zijn niet goed wies” (wijs, maar ze was Gelderse).

Mijn oma, die na de vroege dood van haar man zonder ooit te klagen de resterende acht kinderen heeft grootgebracht en haar lot verklaarde door te zeggen dat Gods wegen ondoorgrondelijk zijn.

Mijn oma die op haar 99e vlak voor haar dood de dokter aan haar bed had staan die zei dat ze kerngezond was en de honderd wel zou halen, waarna ze diezelfde dag voor eeuwig haar ogen sloot (en we vermoeden dat ze heeft gedacht “dat zullen we nog wel eens zien”).

Mijn oma, die na haar dood de kerkdienst kreeg die ze verdiende. Warme woorden, gezang en een halve kerk met nazaten waar haar bloed doorheen stroomt. De prachtige kist werd gedragen naar de begraafplaats die enkele straten verderop ligt. Achter de kist haar zes dochters, haar zoon en tientallen kleinkinderen en achterkleinkinderen. Op het kerkhof woorden van de pastoor, tranen, handenvol zwarte aarde en witte bloemen.

Uitschrijven kerk. Alleen nog een handtekening. Ik wil een statement maken, ik wil me afkeren van hoeders van een geloof dat de duivel vreest maar zelf de duivel is.
Uitschrijven kerk.

Maria, zal ik het morgen doen?


Laatste publicatie van DebbyvandenBergh

  • Vlucht naar Curaçao

    Roman

    2015


Geef een reactie

Laatste reacties (36)