4.476
41

Socioloog, publicist, programmamaker

Shervin Nekuee(Teheran, 1968) is socioloog, publicist en programmamaker. Hij studeerde aan de Universiteit van Utrecht en woont in Den Haag. Hij publiceert met regelmaat in dag- en weekbladen. Hij schreef De Perzische paradox: verhalen uit de islamitische republiek Iran (2006), uitgegeven door De Arbeiderspers. Op negentienjarige leeftijd vluchtte hij uit Iran, omdat hij weigerde deel te nemen aan de oorlog tegen Irak. Als socioloog, publicist en programmamaker is hij in het bijzonder geïnteresseerd in de culturele en sociale aspecten van de multiculturele samenleving en de politieke ontwikkelingen in het Midden-Oosten. 
Shervin Nekuee, die zijn sporen verdiende zowel in activistische als academische kringen, is curator en programmamaker van het Winternachten internationaal literatuur festival den Haag. Daarnaast is hij artistiek leider van het Mystic Festival Rotterdam, een festival met poëzie, muziek, storytelling en dansrituelen uit de mystieke islam en verwante mystieke tradities uit de hele wereld. Nekuee is verbonden aan het Grote Midden Oosten Platform dat de kennis en ervaring van in Nederland wonende Midden-Oosten deskundigen bij elkaar brengt voor trainingen, analyses en publicaties.

Ik mis Pim Fortuyn

Veel is veranderd in de afgelopen twaalf jaar, maar elitair Nederland blijft in hetzelfde labyrint van verwarring verstoppertje spelen

Of en op welk partij ik ga stemmen bij de aankomende verkiezingen, weet ik nog niet, maar de conventionele politieke elite mag niet beloond worden voor hun luigeestigheid.
Met de opkomst en dood van Pim Fortuyn kreeg elitair en intellectueel Nederland een klap op hun kop. Het duizelt al twaalf jaar in hun hoofd, toch durven ze nog altijd niet de staat van ontkenning te verlaten.

Net als vele immigranten nam ik het Fortuyn kwalijk dat hij het bashen van de multiculturele samenleving en de islam in het bijzonder zijn handelsmerk had gemaakt. Een treffende strategie na 9/11 om een hele horde autochtone stemmen te mobiliseren, maar wel over de rug van een minderheidsgroep.

De essentie van Fortuyns denken en handelen in de politieke arena was niet de oorlogsverklaring tegen moslims. Hij stapte als een Spartacus in de ring van de zittende elite en legde het gebrek aan empathisch vermogen van de zittende politici en intellectuelen bloot. Zij waren niet in staat om de tijdsgeest en de nieuwe demonen van het collectief bewustzijn aan te voelen. Zij hadden noch de passie noch de geldingsdrang om als helden en inspirators de samenleving een nieuwe leitmotiv te bezorgen.

Fortuyn zag de discrepantie tussen de behoeften van de burgers in een postmoderne samenleving, midden in een abrupte tijd van globalisering, tegenover het archaïsche aanbod van een paternalistisch ingestelde elite die nog altijd dacht onderling te kunnen afspreken wat het beste was voor het volk. Terwijl ze in feite op bestaande conventies niet meer konden teren en moesten zoeken naar gedachten, woorden en daden die de samenleving ertoe zouden motiveren om het vreedzame samenleven gestalte te geven. Fortuyn zag dat door democratisering, emancipatie en individualisering de burger net over de drempel van de 20ste eeuw bezig was om uit de bestaande institutionele banen te vliegen.

De Nederlandse politieke elite en intellectuelen hadden dat niet door, en hebben dat nog altijd niet. Als ze tandenknarsend toch iets zeggen, blijf het bij een negatief mompelende kwalificatie van de Wilders-stemmers – die straks in mijn woonplaats Den Haag de meerderheid zullen blijken. Reflexen die ik met een gevoel van déjà vu gade sla, dezelfde reflexen als in Rotterdam in 2002. Veel is veranderd in de afgelopen twaalf jaar, maar elitair Nederland blijft in hetzelfde labyrint van verwarring verstoppertje spelen.
Door Fortuyn is Nederland in het derde deel van haar democratische episode aangekomen. In deel I bood democratie vooral uitkomst voor het beslechten van conflictueuze relaties tussen de collectieven die Nederland vormden. Eerlijke concurrentie, consensus en een compromiscultus om de verschillende religieuze en ideologische eilandjes vreedzaam te laten samenleven en te emanciperen naar autonome burgers.
In deel II werd mede door emancipatie en individualisering de relatie tussen politiek en de burgerij als een stuk minder collectivistisch en ideologisch ervaren. Het belang van een politieke momentum heerste. Het vertrouwen in de elite was er nog, maar het karakter en de toon van de politici werden doorslaggevend welke kandidaat van die wijze mannen (vrouwen kwamen amper voor als kandidaat-premier) het vertrouwen van de burger zou krijgen. Wim Kok was de laatste wijze man die op een vanzelfsprekend vertrouwen van de burgerij kon rekenen. Sindsdien lijkt de samenleving op zoek naar de juiste held, wat niet hetzelfde is als een wijze man.
Fortuyn’s claim op die heldenrol – at your service! – werd door velen daarna nageaapt, maar niet waargemaakt. We blijven smachten naar de opkomst van de held(in) die wel de doorbraak die Fortuyn had, geforceerd voor elkaar kan krijgen. Maar waarom deze roep om helden en het verlangen naar een doorbraak?
Omdat we zijn beland in deel 3 van de democratisering. Een tijdperk zonder afgebakende ideologieën, van verwarde gevoelens over thuis en identiteit. Nederland is als een klein vloot op een onvoorspelbare oceaan van globalisering, die via de media en de financiële markten dagelijkse onze huizen binnenstroomt.

Stormachtige tijden, voorbij die overzichtelijke Koude Oorlog. Tegelijkertijd nadert multiculturalisering, de meest tastbare manifestatie van globalisering, de kust. Een gemeenschappelijke taal en gemeenschappelijke burgercodes blijken, juist nu ze zo hard nodig zijn, geen vanzelfsprekendheid meer.

Onze veranderde samenleving roept om andere iconen en een nieuwe elite. De term ‘veranderd’ drukt niet voldoende de diepe frustratie uit. Dat duidde Fortuyn als beste: een verweesde samenleving, weggerukt van zijn hechtsel en mentale vanzelfsprekendheden. Wat de bodem van collectieve identiteit ooit was, blijkt los zand in een nieuw tijdperk geworden. Hier voeg ik aan toe: het niet gezien worden, of erger nog: afgewezen zijn. Dat is het gevoel dat bij de immigranten; individuen en collectieven opborrelt. Maar de verweesde samenleving lijkt genoeg te hebben aan eigen zeer.

Geen wijze plan van aanpak noch bergen aan welvaart en materiële zekerheid zou aan dat bittere gevoel van verweesd-zijn, het gemis en het wegvallen van de grond onder je voeten, iets kunnen veranderen. Het is een drama dat roept om pathos: helden en een heroïsche daad om de collectieve ziel nieuw leven in te blazen.

Van de politieke elite die klassiek is onderwezen binnen de conventies valt vele manoeuvres en kunstjes te verwachten, maar heroïek is hen vreemd. Zij willen hoogstens de wijze mannen van vandaag en morgen zijn en op de gebaande paden van gisteren hun weg voortzetten. Mark Rutte durft niet eens in zijn stoutste dromen te denken over een nieuwe blauwdruk, laat staan op een omwenteling van maatschappelijke instituties en constitutie over te gaan. Zie onze landschap van publieke omroep, onderwijs en ontwikkelingssamenwerking. Vrij van de realiteitszin van vandaag leeft men voort in de stoffige verzuilde ordening.

Een elite met lef die toegewijd een nieuwe collectieve ziel ademt, moet zich nog aandienen. Vooralsnog spreekt de burger zich uit door een stem van wantrouwen. Of het nu Wilders is of een plaatselijke moslimpartij, bij het ontbreken van een bindende discours, zullen de burgers voor nieuwe partijen kiezen die hun onbehagen een stem geven. Zo zal de onderlinge vervreemding alsmaar toenemen.  Maar zelfs met de partij van Wilders in mijn woonplaat Den Haag aan het roer, die ons immigranten en in het bijzonder moslims criminaliseert, is waarachtiger leven dan met een elite die in oude denkbeelden is verzand.


Laatste publicatie van Shervin Nekuee

  • De Perzische Paradox

    Verhalen uit de Islamitische Republiek Iran

    2006


Geef een reactie

Laatste reacties (41)