1.579
5

Historicus en popproducer

Xavier François Baudet (Groningen 1975) is muziekproducent en schrijver van artikelen over politiek en popcultuur. Hij studeerde Amerikaanse- en Sociale Geschiedenis aan de Universiteit Leiden en schreef zijn scriptie over de wisselwerking tussen de Amerikaanse Burgerrechtenbeweging en de doorbraak van Rock ’n Roll. Zijn bijzondere interesse hebben The Beatles, Zeppelins, Kennedy, de EU en de Amerikaanse verkiezingen. Als producer was hij onder meer betrokken bij het album The Hunt van de art-rock formatie Glossy Jesus.

In Memoriam: Joe Cocker, koning van de covers

Een stuk muziek zodanig naar je hand zetten dat jouw versie voor velen de ultieme versie is, is ook een kunst

Niet iedereen heeft evenveel respect voor Joe Cocker. En geheel onbegrijpelijk is dat niet. De man was bepaald niet vies van een knieval omwille van de commercie. Aan de andere kant is dat natuurlijk typisch het soort kritiek dat je hoort uit de monden van mensen die het zelf goed genoeg hebben om er een artistiek verantwoorde smaak op na te kunnen houden. Sommige artiesten weten gewoon dat ze zijn overgeleverd aan de genade van hun publiek.


Ik zelf moet toegeven dat ik weinig tot niets heb met veel van wat Joe Cocker na 1970 heeft gepresteerd, al heb ik genoten van een optreden van Cocker en John Belushi als tweelingbroers in Saturday Night Live in ’76. Maar één van de mooiste platen die ik ooit bezat was een dubbel LP van Joe Cocker. Een heruitgave van Cocker’s eerste twee platen in één hoes: “With A Little Help From My Friends” en “Joe Cocker”, beide uit 1969.

In dat zelfde jaar brak hij wereldwijd door met zijn optreden op Woodstock. En misschien is het zelfs wel andersom: het Woodstock Festival werd mede zo legendarisch door spectaculaire optredens van Santana, Sly Stone en Joe Cocker, zoals het Monterrey Popfestival z’n faam dankt aan de doorbraak van The Who en Jimi Hendrix. Op Woodstock zong Cocker With A Little Help From My Friends, één van de zeer weinige Beatles-songs die er op vooruitgingen toen ze werden ont-beatled, al speelde de latere gitarist van McCartney’s Wings er op mee.

Op datzelfde album staat ook een ijzersterke versie van Feeling Alright van Traffic, iets waarvan componist Dave Mason zelf gisteren op zijn Facebook-pagina ook ruiterlijk en warmhartig toegaf dat niet zijn eigen, maar Joe Cocker’s versie de ‘quintessential version’ was.

Sommigen spreken neerbuigend van Joe Cover, maar ja, Elvis heeft ook vrijwel geen noot zelf geschreven en in de wereld van de klassieke muziek komt het al helemaal zelden voor dat een artiest zelf de componist is. En hoeveel zogenaamd ‘eigen composities’ zijn niet compleet bij elkaar geharkt c.q. gejat? Het is bijna 2015, niet 1965.

Een stuk muziek zodanig naar je hand zetten dat jouw versie voor velen de ultieme versie is, is ook een kunst. Die eerste twee platen van Cocker staan helemaal vol met voorbeelden daarvan. Zijn derde plaat, Mad Dogs And Englishmen is waarschijnlijk zijn beroemdste album, maar geloof me, die twee daarvoor zijn veel mooier.

Eén van de hoogtepunten op Cocker’s debuutplaat is dit nummer, dat veel bekender is in de versies van The Animals, Nina Simone en Elvis Costello. Een nummer dat Cocker zelfs in een vlaag van verstandsverbijstering (die naar mijn bescheiden mening al vrij kort na zijn doorbraak inzette) ook nog zélf opnieuw heeft gecoverd: Don’t let Me Be Misunderstood.

De Cocker-versie uit 1969 is, zoals veel nummers waar hij zich in die periode over ontfermde, ultiem en onovertroffen.

R.I.P. Joe Cocker (1944-2014).

Geef een reactie

Laatste reacties (5)