525
5

Tweede Kamerlid GroenLinks

Arjan El Fassed is Tweede Kamerlid voor GroenLinks. Hij werkte hiervoor bij Oxfam Novib en heeft ruim tien jaar internationale politieke ervaring als diplomaat voor mensenrechten. Hij was interim hoofd humanitaire campagnes van Oxfam International. Daarvoor werkte hij voor diverse mensenrechtenorganisaties in Palestina. Over die periode en zijn deels Palestijnse familie schreef El Fassed het boek Niet iedereen kan stenen gooien. Hij is betrokken bij diverse succesvolle internet initiatieven, stond in Twitter's suggested users list en is met 300.000 volgers de populairste Twitteraar van Nederland en de enige Nederlander die in de wereldwijde top 500 van alle twitteraars staat.

Internationale politiek 2.0: klaar om te luisteren

De eerste associatie die iemand bij Afghanistan heeft is vaak de Taliban, onze jongens en meiden in Uruzgan of de zoveelste grote internationale conferentie. 

Bij Somalië denkt men vaak aan piraten en marine schepen die de koopvaardij beschermen. Bij Gaza is de eerste gedachte meestal Hamas en militair geweld.

Waar men meestal niet aan denkt is dat in die landen ook vele gewone mensen wonen, gevangen in een conflict of een humanitaire crisis. Hun verhalen hoor je weinig. Dat komt enerzijds doordat deze landen en gebieden slecht bereikbaar en gevaarlijk zijn voor journalisten en omdat journalisten vaak ook bewust buiten de deur worden gehouden en soms liever ‘embedded’ met de eigen militairen meegaan. Het debat wordt bepaald door zelfverklaarde internationale experts, ministers van Buitenlandse Zaken en militairen gesprekken gaan vaker over deze landen maar te weinig met de mensen die er wonen, werken en vaak dezelfde wensen hebben als wijzelf.

Vandaar dat oplossingen vaak de richting op gaan van de belangen van woordvoerders die het meest gehoord worden. Terwijl iedereen zou moeten weten dat er geen militaire oplossing is voor Afghanistan, in Somalië een van de grootste humanitaire crises van dit moment plaats vindt, internationale bemoeienis tot nu toe averechts heeft gewerkt en in Gaza worden 1,4 miljoen inwoners door een blokkade afgesneden van de buitenwereld. Op grote internationale conferenties zoals over Afghanistan praten tientallen ministers van Buitenlandse Zaken over Afghanistan met slechts een handjevol Afghaanse regeringsleiders, terwijl ze eigenlijk veel meer zouden moeten luisteren en praten met gewone Afghanen.

Enter sociale media: Twitter, Facebook, YouTube, Ipadio. Gewone mensen die internet en mobiele telefoons gebruiken om een verschil te maken. Het aantal mensen in Azië, Afrika en het Midden-Oosten die sociale media en netwerken inzet om zich te verzetten tegen geweld en onrecht groeit. Voor velen zijn sociale netwerken als Facebook, YouTube en Twitter belangrijke middelen geworden om zich met elkaar en de buitenwereld te verbinden. Dat zij daarbij steeds meer een luisterend oor vinden, kon je merken tijdens de verkiezingen in Iran. Daar waren de camera’s van CNN en Al-Jazeera aanvankelijk gericht op de twee presidentskandidaten, omdat traditionele media toch vooral gericht zijn op politieke en militaire elite. Dankzij sociale media werden ze in de richting geduwd van gewone mensen die om uiteenlopende redenen de straat opgingen. De lens waardoor vanuit het buitenland door beleidsmakers naar Iran werd gekeken veranderde daarmee. Sociale media geven gewone mensen daarmee een stem, een eigen gemeenschap, zonder afhankelijk te zijn van anderen en daarmee ruimte om een verschil te maken.

Bij sociale media kijk je naar een wolk van honderden waarnemers met stuk voor stuk authentieke perspectieven en berichten, waarbij jij als follower zelf de informatie kunt destilleren. Goedbeschouwd kun je met sociale media een veelzijdig beeld krijgen, omdat bronnen talrijk zijn. Maar ook directer en rauwer. En niet alleen maar correct en genuanceerd.

Met sociale media kan iedereen op de schouder van een politicus of journalist tikken en zeggen: ‘Heb je dat al gezien?’ of ‘Heb je die mening al gehoord?’, waardoor het verhaal rijker wordt. Omgekeerd bieden sociale media de kans voor beleidsmakers en waarnemers om zich beter te verdiepen in wat er op straat leeft.

Ontwikkelingen op het gebied van sociale media en netwerken bieden enorme kansen ook voor de problemen die we in Nederland moeten aanpakken. Ieder individu heeft een talent en kan een co-creator van ideeën zijn. De overheid heeft geen monopolie op goede ideeën. Het zal nu meer dan ooit tevoren gebruik moeten maken van de kennis die er in de samenleving is. Er is daarvoor een andere werkwijze, houding en gedrag van politiek nodig. Innovatie, creativiteit en lef zijn nodig om nationale en mondiale crises te lijf te gaan. Veel partijen praten over verbinden maar koppelen dit niet meteen aan ontwikkelingen op het gebied van internet.

We leven in een informatietijdperk. Of we dat nu leuk vinden of niet. Wat we met die informatie doen en of we in staat zijn die effectief te gebruiken, bepaalt of we veranderen of stil blijven staan. Ik wil een nieuwe politiek 2.0 die via alle kanalen communiceert en luistert, een gedegen visie ontwikkelt en inspireert. Aan zo’n visie ontbreekt het nog steeds. Als het internet en sociale media iets hebben gedaan, dan is het wel dat mensen en groepen gehoord kunnen worden en samen iets ondernemen.

Geef een reactie

Laatste reacties (5)