4.448
24

Socioloog, publicist, programmamaker

Shervin Nekuee(Teheran, 1968) is socioloog, publicist en programmamaker. Hij studeerde aan de Universiteit van Utrecht en woont in Den Haag. Hij publiceert met regelmaat in dag- en weekbladen. Hij schreef De Perzische paradox: verhalen uit de islamitische republiek Iran (2006), uitgegeven door De Arbeiderspers. Op negentienjarige leeftijd vluchtte hij uit Iran, omdat hij weigerde deel te nemen aan de oorlog tegen Irak. Als socioloog, publicist en programmamaker is hij in het bijzonder geïnteresseerd in de culturele en sociale aspecten van de multiculturele samenleving en de politieke ontwikkelingen in het Midden-Oosten. 
Shervin Nekuee, die zijn sporen verdiende zowel in activistische als academische kringen, is curator en programmamaker van het Winternachten internationaal literatuur festival den Haag. Daarnaast is hij artistiek leider van het Mystic Festival Rotterdam, een festival met poëzie, muziek, storytelling en dansrituelen uit de mystieke islam en verwante mystieke tradities uit de hele wereld. Nekuee is verbonden aan het Grote Midden Oosten Platform dat de kennis en ervaring van in Nederland wonende Midden-Oosten deskundigen bij elkaar brengt voor trainingen, analyses en publicaties.

Is de storm weer gaan liggen in Iran?

Alles begint en eindigt met de weg die de Iraniërs bij de verkiezingen in februari inslaan.

Iran heeft drie turbulente weken achter de rug. Het begon op 3 januari met de liquidatie van Iraans meest gevierde en gevreesde generaal Qassem Soleimani. Voor heel even leek het dat het Iraanse regime daaruit een maximaal voordeel kon putten. De spectaculaire berichtgeving over de dood van de generaal kwam de Iraanse leiders namelijk goed van pas. Niet lang daarvoor had de legitimiteit van het regime een dieptepunt bereikt.

In november gingen Iraniërs in vele grote en kleine steden de straat op, om te protesteren tegen de brandstofprijzen die van de ene op de andere dag vijftig procent omhoog waren gegaan. Veel demonstranten behoorden tot de armere burgers. Economisch ging het al heel slecht met hen. De economie van Iran, geteisterd door alsmaar toenemende corruptie van de staat en kapotgeslagen door harde sancties van Trump, maakt vooral de allerarmsten zwak en ziek. Zij zijn het meest afhankelijk van overheidsbeleid, de subsidies en de steun. Vandaar hun woede-uitbarsting over de niet vooraf aangekondigde verhoging van de brandstofprijs.

Het regime ging in oorlogsstand. Internet werd een aantal dagen uit de lucht gehaald. De beelden die toch de wereld overgingen, lieten zien dat de oproerpolitie en Revolutionaire Garde genadeloos toesloegen. Demonstranten werden omsingeld en beschoten. Pas in derde week van december werd de omvang duidelijk van de oorlogsvoering van het regime tegen de eigen burgers.

Vooral het bericht van persbureau Reuters op 23 december 2019 dat via satelliet-tv en internet ook Iraniërs bereikte, sloeg in als een bom. Reuters schatte het aantal doden op 1500 en haalde anonieme bronnen aan binnen het regime die beweerden dat het bevel om het vuur op demonstranten te openen direct van de hoogste leider Ayatollah Khamenei afkomstig was. Een golf van afschuw en verontwaardiging ging door de samenleving. En niet alleen onderhuids.

Veel artiesten, intellectuelen, journalisten en beroemde filmregisseurs veroordeelden de misdaden publiekelijk. De belangrijkste leider van de op democratisering gerichte opstand van 2009, beter bekend als de Groene Beweging, Mousavi (ooit premier van Iran in de jaren van oorlog met Irak, een adept van Ayatollah Khomeini en behorend tot de elite van het regime toen) kwam met een snoeiharde veroordeling van de hoogste leider. Mousavi, die huisarrest heeft, vergeleek de roekeloosheid van Ayatollah Khamenei met de laatste sjah die demonstranten in de straten van Teheran liet neerschieten in het najaar van 1978, aan de vooravond van de revolutie. Historisch wordt dat gezien als het begin van het einde van Pahlavi-dynastie.

De dood van Soleimani op bevel van president Trump kwam als geroepen voor Ayatollah Khamenei. Het trotse volk van Iran is altijd gevoelig gebleken voor een patriottistisch elan en heeft zich heeft altijd gekeerd tegen buitenlandse inmenging. De begrafenis van Soleimani werd een groot en succesvol propagandavertoon in de steden Ahwaz, Teheran, Mashhad, Qom en als laatste Kerman, waar hij begraven zou worden. Alhoewel: in die laatste plaats begon de opzet al in soep lopen, nadat de grote menigte die het regime op been had gekregen, in de verdrukking kwam. 56 Burgers moesten het rouwen om de generaal met eigen leven bekopen. Hoewel het mediaoffensief een zwart randje had, was het al met al een succesvol vertoon van de “herwonnen” populariteit.

Maar toen schoot het regime zich in de eigen voet. In de nacht van 7 op 8 januari kwamen Ayatollah Khameni en zijn Revolutionaire Garde hun belofte om generaal Soleimani te wreken na. Dat gebeurde op een risico vermijdende wijze, om een mogelijke oorlog met Amerika te voorkomen. Het ging vooral om de symboliek. Amerikaanse bases in Irak werden met Iraanse raketten onder vuur genomen, maar via de Iraakse premier waren de Amerikanen al van tevoren op de hoogte gesteld. Ze hadden voldoende tijd om soldaten in veiligheid te brengen en de schade beperkt te houden. Trump bagatelliseerde de aanval met een tweet en sloeg een kalme toon aan in zijn persconferentie. In de wandelgangen prezen internationale diplomaten het “verstandige Iran” dat door deze symbolische actie het hoofdstuk van escalatie had afgesloten en de dreigende oorlog had voorkomen.

Maar een paar uur na de aanval was ook een Oekraïens passagiersvliegtuig met vooral veel Iraniërs en Iraanse Canadezen gecrasht. De woordvoerders in Iran waren er als kippen bij om te verklaren dat het hier om technische pech ging. Maar al snel stapelde het bewijs zich op dat het vliegtuig door Iran zelf neer was gehaald. Op de vierde dag kwam het regime alsnog met een totaal andere verklaring: ja, het ging hier om een menselijke fout. Het vliegtuig was door de Revolutionaire Gardisten per abuis voor een gevaar aangezien, en er was gericht op geschoten.

Veel Iraniërs waren furieus. Vooral voor veel universiteitsstudenten en hun ouders was dit de druppel. Een groot deel van deze studenten zijn kinderen van de middenklasse. Vele inzittenden van het vliegtuig waren jonge mensen die de “Iranian dream” van deze middenklasse hadden waargemaakt. Het is een “ideaal” dat sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw door onze ouders aan mij en aan mijn generatiegenoten werd doorgegeven en dat nu wordt doorgegeven door mijn generatie daar in Iran aan hun kinderen: ga keihard studeren, om je waarde op de internationale markt te boosten, en grijp elke kans aan om Iran in te ruilen voor het westen, waar vrijheid is, en een rechtsstaat en een stabiele economie.

Maar nu was ook die droom uit de lucht geschoten. Het regime had zijn verschrikkelijke misdaad stil willen houden, en uiteindelijk bagatelliseerde het regime het vliegdrama. De ramp was “een tragisch ongeval”, maar het bewaken van de “veiligheid” van het Iraanse volk tegen de dreiging van de grote boosdoener Amerika was toch uitstekend gelukt, aldus woordvoerders van de Revolutionaire Garde.

Vooral in Teheran maar ook in andere plaatsen borrelde een vuurzee van woede de straten in. “Onze vijand is hier, het is een leugen dat de vijand Amerika is”, schreeuwden de demonstranten tegenover de oproerpolitie. Ook riepen ze: “Onze grootste schaamte en schande is onze idiote leider”, “De incompetente Revolutionaire Garde is de moordenaar van het eigen volk”, en: “Revolutionaire Garde, je bent onze ISIS!”

Deze demonstraties werden ook neergeslagen maar minder hardhandig dan de demonstraties in november. Maakt het regime een onderscheid in de aanpak van de middenklasse en de armeren? Tussen Teheran en kleine steden? En wat is de reden hiervoor?

Belangrijke vragen, maar belangrijker is misschien dat voor het eerst na de succesvolle revolutie tegen de verlichte despoot, Mohammad Reza Pahlavi in 1979, weer een bredere groep Iraniërs, met verschillende inkomens en opleidingen, diep gefrustreerd is en nauwelijks meer gelooft in het verbeteren van het huidige politieke systeem. Een politiek systeem dat alle golven van hoop van de laatste veertig jaar ten spijt (denk aan de opkomst van de relatief liberale President Khatami in 1997 en de nucleaire deal met Obama tijdens de eerste termijn van de huidige president Rohani in 2015) niet in staat is gebleken om zich ten goede te hervormen.

De renteniersstaat Iran, die het voor zijn inkomen vooral van oliedollars moet hebben waardoor een rationeel georganiseerde economie amper nodig is, heeft de armere Iraniërs lange tijd met succes gepaaid. Of ten minste de illusie in stand gehouden dat zij goed beloond zouden worden voor hun trouw aan het regime. Door basisbehoeftes zwaar te subsidiëren. Maar ook door “vrijwillige” participatie aan pro-regime-demonstraties te belonen. Aanhanger van het regime worden werd in de afgelopen veertig jaar steeds minder een ideologische keuze, maar veeleer een mogelijkheid voor mensen die het moeilijk hadden en zo hoopten uit de economische uitzichtloosheid te komen.

Bij het eren van generaal Soleimani werd hier ook bewust mee gekoketteerd. En het is nog waar ook: de overgrote meerderheid van de huidige top van de Revolutionaire Garde komt oorspronkelijk uit afgelegen dorpen en kleine steden en/of arme gezinnen. Hun keuze om voor dit regime door het vuur te gaan tijdens oorlog met Irak is rijkelijk beloond. Dat is nu precies “the Iranian dream” die het Iraanse regime graag voorhoudt aan het armere en lager opgeleide deel van de samenleving. Wees trouw aan ons, dan is “the sky is the limit”!

In werkelijkheid lijdt een groot deel van de lagere klasse meer dan ooit onder armoede. Het verschil tussen rijk en arm is veel groter dan tijdens het aristocratische regime van de sjah. En nu het door de sancties onmogelijk aan het worden is om de armeren met subsidie op de been te houden, ziet deze groep steeds scherper dat de veertig jaar oude utopische leuze dat de Islamitische Republiek “de overheid voor en van de armen is” een fata morgana is.

“The Iranian Dream” van de armen en van de middenklasse, hoe verschillend dan ook, zijn vrij gelijktijdig en in beide gevallen dramatisch verstoord. Het is die deprivatie die hun bindt. Het is een mogelijk momentum.

De meerderheid van Iraanse middenklasse heeft, naast een vertrek naar het buitenland, zijn hoop jarenlang gevestigd op het “redelijkere” deel van het regime en gekozen. Bij verkiezingen schaarde de middenklasse zich achter de kandidaten die hervorming beloofden. Die strategie begon duidelijk vorm te krijgen met de onverwachte landslide overwinning van Khatami tegenover de conservatieve presidentskandidaat in 1997. In 2009 ging de middenklasse massaal achter Mousavi staan in plaats van Ahmadinejad te steunen, die duidelijk de voorkeur had van de hoogste leider. En last but not least: in 2013 was er de keuze voor Rohani, die niet alleen beloofde om het internationaal en diplomatiek beter te doen, maar die ook impliciete en expliciete beloftes deed over individuele vrijheden van de burgers en het vestigen van een rechtsstaat.

De ene hervormer, Khatami, is tandeloos gebleken. De ander, Mousavi, die zijn belofte wellicht waar had willen maken als president, is de macht niet gegund: hij zit al een decennium in huisarrest. En de derde, Rohani, bleek gewoon een opportunist die zich amper werkelijk wou inzetten voor een hervormingsagenda.

Op 21 februari zijn er weer verkiezingen in Iran, geen presidentiële maar parlementaire. Het wordt een graadmeter. Kiest de middenklasse voor stemmen met een stembiljet of met de voeten? Kiest het armere deel van Iran dat mede door de groeiende corruptie én de verharding van de sancties razendsnel aan het groeien is, voor de kleine gunsten van de renteniersstaat: de waardebonnen en de goederenpakketjes die in kleinere steden en dorpen de dagen voor de verkiezingen worden weggegeven in armere wijken? Of keren ze zich af van het regime dit keer? Stel dat beide groepen dezelfde keuze maken en dat dat in beide gevallen het boycotten van de verkiezingen zou zijn, dan is dat het begin van een brede maatschappelijke en machtige coalitie die wellicht grote veranderingen kan afdwingen.

Op dit moment, nu de demonstranten zijn weggejaagd uit de straten, is het gemoed van beide groepen het beste te omschrijven met de rake Perzische uitdrukking “Atash Zir e Khakestar”: vuur onder as. Het kan elke moment weer gaan gloeien in de straten van Iran.

Op 19 februari geeft Shervin Nekuee een inleidende lezing tijdens het Programma Update Iran.


Laatste publicatie van Shervin Nekuee

  • De Perzische Paradox

    Verhalen uit de Islamitische Republiek Iran

    2006


Geef een reactie

Laatste reacties (24)