922
12

Schrijver

Zoals Raymond zich proefwerken op school vroeger voorstelde als tenniswedstrijden, zo stelt hij zich het schrijven van stukken tegenwoordig voor als Formule 1-races. Elke column een nieuwe Grand Prix. Er moet blijkbaar een spelelement inzitten om het leuk te houden. Dus neemt hij plaats achter zijn laptop, stelt zijn interne boordradio af op de meest oorspronkelijke plekken in zijn hersenen, en begint als een bezetene te tikken. Steeds sneller en harder moet het. Maar ook weer niet te hard, want anders vlieg je uit de bocht en dat kan dodelijk zijn tegenwoordig.

Het is toch wel gek

Hij doet natuurlijk ook gewoon zijn werk, maar ik heb haast, ik wil aan mijn nieuwe leven beginnen

cc-foto: synwell
cc-foto: synwell

Een nieuwe telefoon, een nieuw begin. Vanaf vanavond ben ik een beter mens, zowel in het digitale contact als in het echt. Een schone lei! Met deze gedachten stiefel ik op koopavond richting de grote elektronicazaak op winkelcentrum Hoog Catharijne in Utrecht. Mijn oude telefoon brandt in mijn zak. Hij is eindelijk aan het einde van zijn Latijn en ik kan hem gerechtvaardigd weggooien. Er gaat een steek door mijn maag als ik denk aan alle tinderdates die ik met hem regelde en aan alle hitsige whatsappjes met meisjes waarmee het niks werd. De oase komt in zicht: de grote elektronicazaak met de schreeuwerige rood-witte lichtbakken waar de klant toch zeker niet gek is.

Al eerder kocht ik telefoons bij deze winkel; ik hou niet van hun verkooptechnieken maar ze hebben wel veel modellen voor het grijpen. Daarom vraag ik glimlachend maar kortaf wat het verschil is tussen de Huawei van vijfennegentig euro en de Alcatel van vijfenzestig. Ik hou van goedkope smartphones; je bent er niet zo ziek van als je die tussen je vette chipsvingers door de kier van een steiger in het water laat plonzen. Bovendien kun je eens in de pakweg anderhalf jaar communicatief gezien een frisse start maken. Ik ben namelijk zo vergroeid met mijn smartphone dat het weggooien ervan voelt alsof er een ingegroeide teennagel wordt uitgetrokken.

Bij de grote elektronicazaak met de schreeuwerige rood-witte lichtbakken waar de klant toch zeker niet gek is begint de verkoper me ook nu weer voor te rekenen hoe ontzettend goedkoop de verzekering is die ik voor deze telefoon kan afsluiten. Op mijn beurt reken ik hem voor dat ik tweeënnegentig euro betaalde voor mijn oude Huawei en dat ik die zeventien maanden zeer intensief gebruikt heb. Dat komt neer op vijf euro per maand. “Maar er zit een barst in uw scherm en een verzekering had dat vergoed”, probeert de beste man. Hij doet natuurlijk ook gewoon zijn werk, maar ik heb haast, ik wil aan mijn nieuwe leven beginnen en mompel wat over gedoe met afschrijvingen van een verzekering die ik niet wil.

“Goed, je moet het zelf weten, ik wens je er veel plezier mee”, overhandigt hij me ietwat korzelig mijn nieuwe communicatiemonster. Met een rotgevoel verlaat ik de winkel en ik denk: als ik een winkel verlaat met precies het product dat ik wilde, maar een rotgevoel ervaar omdat de verkoper wilde dat ik meer zou willen, dan is onze economie toch zeker wel gek.

Geef een reactie

Laatste reacties (12)