Laatste update 02:57
3.270
62

Antropoloog, vredesactivist, publicist

Antropoloog, vredesactivist, publicist en oud-docent Niet Westerse Sociologie aan de Vrije Universiteit. Zijn veldwerkregio’s zijn Zuid-Azie en Afrika. Ook Z-Afrika ten tijde van de 'apartheid', wat leerzaam was, ook door de botsingen met het regime.

Mede-oprichter van GroenLinks

Hij was actief in de christen-radicale beweging in de jaren 70. Tevens is hij initiatiefnemer en adviseur van De Linker Wang. Hij is voorzitter van de gandhiaanse Beweging van Geweldloze Kracht en columnist in onder meer het VredesMagazine.

Is Turkije bezig een tweede Iran te worden?

De Gülenaanhangers en andere vervolgde groepen in Turkije verdienen onze solidariteit

Fungeert de sympathieke althans op dienst gerichte Hizmet- of Gülenbeweging, los van de ‘coup’ in juli, als zondebok, lees middel, voor president Erdogan om met voorbedachten rade, mogelijk zelfs vanuit een lang te voren bedacht sluw plan, een voorzichtig ontluikende democratie en rechtstaat om zeep te helpen in de richting van een partijdictatuur of voor een bewind van islamisme? Is Turkije bezig een tweede Iran te worden, waarbij in 1979 ook ineens een klopjacht werd gehouden op rechters, leraren en journalisten? Of was er in juli even sprake van een stuiptrekking van een instituut, het leger dus, in wie men decennia lang ‘een heilig geloof’ had als ‘hoeder van de rechtsstaat’ of vooral als bewaker van het secularisme?

erdogandreigSeculier
Het leger stond vanaf grondlegger Atatürk garant voor de (overigens nu bedreigde) scheiding van moskee en staat, hoezeer Turkije steeds een Ministerie van Godsdienst en de soenitisch islam formeel als hoofdreligie had en heeft. Veel ‘seculiere’ Turken waren blij met die rol van het leger. In hun ogen of althans in die van de stedelijke elite was het terecht, dat dit in 1997 ingreep, toen premier Nectmettin Erbakan in richting van het islamisme leek te gaan en toenadering zocht tot Iran en andere moslimlanden. Met gevolg dat het leger hem dwong tot aftreden. Thans is dat ook bij ‘seculieren’ (die zich nu dan ook niet gelukkig tonen met de coup) anders. Sinds het optreden van de AKP en premier Erdogan waren er namelijk eerst goede ontwikkelingen: 1) meer democratie, 2) het in principe willen toetreden tot de EU door het bewind en 3) het ontnemen van die ‘hoeder’-taak aan het leger, waarbij Erdogan overigens wel een generaal uit zijn vriendenkring wist te benoemen.

Het leger ‘terug in de kazerne’, wie is daar niet voor? De EU was er blij mee. Idem de minderheden, ook Gülen, reden dat de door hem geïnspireerde Hizmetbeweging elkaar destijds informeel adviseerde in plaats van op de seculiere CHP op de AKPA te stemmen. Althans begin 2000, want later werd er zonder advies naar eigen bevinding gestemd. Maar het lijkt minder correct om Erdogan ‘een oude bondgenoot’ (Trouw 18-7-’16), of deze en Gülen ‘jarenlange bondgenoten’ (NRC-Next, 19-7) te noemen, dus te suggereren, dat zij voorheen echt ‘samen optrokken’ (Trouw 18-7), ook al had het wel die schijn. Nee, ze waren beiden tegen de veel te grote politieke invloed van het leger in het land.

Gematigd
Het was meer zo, dat toen de AKP in het begin nog de mensenrechten respecteerde, de Gülenbeweging als voorstander van een gematigde en soefi-achtige islam en als een pleiter voor democratie, er moeilijk omheen kon in meerderheid te gaan stemmen op de AKP-lijst. En idem dat Erdogan er niet om heen kon juristen, opgeleid aan de onderwijsinstituten van de Gülenbeweging, op belangrijke ambtenaar- en justitieposten te zetten, omdat door de massaprocessen tegen het voorheen machtige leger er veel vacatures waren ontstaan, die hij toen nog niet met eigen AKP-mensen kon bezetten.

Vaak ziet men over het hoofd, dat na het soms of vaak milde bestuur van het Osmaanse Sultanaat, waarbij religieuze minderheden, bijvoorbeeld in het Palestina van toen, zelfs vormen van regionaal zelfbestuur werd gegund, in het huidige centralistische Turkije er generaal genomen twee typen polarisatie zijn. Namelijk a) die tussen seculier en religieus, dus ook het wel of niet hoofddoekjes op de universiteit willen toestaan en b) de tegenstelling stad en platteland, waarbij de stedelijke elite niet alleen de dienst uitmaakt, maar vooral ook neerkijkt op de minder ontwikkelde (hoofddoekjes en soms nog petten dragende) plattelander. En wat men nog meer vergeet, naar het lijkt ook Betsy Udink, is dat de Gülenbeweging paradoxaal genoeg mede symbool staat voor die laatste tegenstelling.

Gülen als emancipator van het platteland
Dit omdat Fetullah Gulen op jongere leeftijd die tegenstelling zag en al rondtrekkend in het grote Anatolië de mensen daar opriep niet met geweld te rebelleren tegen de stedelijke elite, maar zich te scholen, te emanciperen om zich zo gelijkwaardig te kunnen gaan voelen met de mensen in de stad. En voorts ook hun dorpen economisch en technisch te moderniseren. Die emancipatie werd een succes. Het verwaarloosde platteland kwam tot bloei. Zonen en dochters meden niet langer de universiteit, laat staan het lager en middelbaar onderwijs. Je zou het kunnen vergelijken met de emancipatie van de gereformeerde ‘kleine luyden’ in Nederland, een eeuw terug. De kracht van de laatsten was dat ze zich tevens partijpolitiek organiseerden, in casu via hun A.R.-partij. Mijn grootvader zei me eens: ”De liberalen noemden zich in de 19e eeuw het denkend deel der natie en keken op ons neer, ons de nachtwacht noemend, maar kregen pas wat respect voor ons, toen we ons organiseerden”.

Bij Hizmet ligt het accent niet op partijpolitiek, maar op scholing, ontwikkeling en sociale dienst. Dat laatste ook via het proberen verkrijgen van functies, die tot dan slechts aan de stedelijke elite waren voorbehouden. Daar is op zich niets mis mee. Ook omdat deze beweging behalve op dialoog, respect, geweldloosheid en verzoening juist de nadruk legt op democratie en het hebben van een goede rechtstaat. Om dat alles dienend te kunnen bevorderen, leek het Gülen, die overigens als eerste islamgeleerde ‘nine eleven’ en recent het geweld van de IS en ander jihadisme weer eens duidelijk publiek veroordeelde, ooit alleszins zinvol, dat de opgeleide plattelanders ook gingen solliciteren naar functies als rechter, aanklager, journalist en politieagent.

Functioneel
Waarom ook niet? Erdogan vond het de gewoonste zaak van de wereld, mede omdat al tijdens het sultanaat het normaal was dat mensen uit goede, meest stedelijke en vaak ook ‘militaire’ families zulke functies hadden. Anders dan Betsy Udink of collega Zürcher (beiden in een Nieuwsuur-uitzending) zie ik dit dan ook niet zozeer in de wat geladen termen als ‘machtsstrijd’, of ‘infiltreren’, maar meer als functioneel voor het proberen te leven vanuit een ideaal en zo het land en de democratie te helpen opbouwen. Daarvoor van bovenaf collectief gestraft te worden, zoals nu gebeurt, zelfs onder de term ‘zuivering’, is niet te vatten, tenzij als usurpatie van een steeds autocratischer wordend bewind.

De minder in termen van democratie denkende en soms loslippige Erdogan, – ‘democratie is een rijdende bus waar je op stapt, indien van belang, maar uitstapt, indien niet meer nodig’, is een uitspraak van hem – ging dat solliciteren naar functies als rechter et cetera door mensen buiten zijn AKP later ineens als bedreigend zien. Bedreigend voor zijn machtspositie en mogelijk ook voor zijn islamisme, omdat de gülenisten een gematigde soefi-achtige islam aanhangen en Erdogan zich meer en meer ontpopt als aanhanger van de politieke islam, zoals hij eens ‘als jonge politicus pleitte voor invoering van de sharia’ (NRC 23-7-’16).

Corruptie
Die ontwikkeling werd vooral zichtbaar vanaf 2013, toen onafhankelijke aanklagers corruptie bij het bewind ontdekten. Waarbij Erdogan tevens met zijn visie kwam, dat de staat ‘iets onaantastbaars’ is, waarop het volk geen kritiek mag uiten. Hij begon dit afhankelijk zijn van neutrale rechters en openbare aanklagers en dito journalisten meer en meer als bedreigend te zien. Zeker toen journalisten gewoon hun rol vervulden door soms met in hun ogen constructieve kritiek op zijn beleid in de staat te komen. En nog meer toen officieren van justitie vormen van corruptie van 47 hooggeplaatste Turken van de AKP en zonen van vier ministers aan het licht brachten.

Vragen om een onderzoek naar die corruptie, ook over geluidsopnames over een gesprek van Erdogan – volgens Betsy Udink ‘nu een schatrijke man’ (De Volkskr. 23-7) – en zijn zoon Bilal om ‘geld buiten het huis te brengen’, werkte bij hem als ‘een rode lap op een stier’. Reden dat hij meteen begon te ‘zuiveren’ via overplaatsing of het ontslaan van de betreffende aanklagers, alles zonder enige rechtsgrond. Als Erdogan ‘wordt gekrenkt, komt het slechtste in hem naar boven’ (NRC 23-7-16), zegt Marloes de Koning, correspondent in Istanbul, terecht.

Terug naar de tijd van het Franse absolutisme?
Het ontslaan van rechters was iets wat de Franse koning in de tijd van het absolutisme, toen er nog geen politieke partijen waren, ook deed wegens een uitspraak, die hem ongevallig was. Dit ontslaan is wat nu dus helaas in Turkije onder Erdogan na de coup op zeer grote schaal aan het gebeuren is. Van de trias politica, de belangrijke scheiding der 3 machten, is daarmee dan ook niets meer over in het land. Hierdoor is elk onderzoek of rechtsgeding, bijvoorbeeld naar of over de coup, ook jegens de daders van geweld, inclusief jonge soldaten die van niets wisten, ja ook inzake de corruptie in regeringskringen, een farce – want partijdig – geworden.

Door de autocratie en het islamisme van het bewind zitten de Koerden, de Gülenbeweging en de ‘kemalisten’/‘secularisten’ alledrie in de hoek waar de slagen vallen. Door de president zijn ze allen weleens tot zondebok gemaakt voor iets. Dat geldt trouwens ook wel voor de meer vrijzinnige alevieten (circa 11 procent van de Turkse bevolking). Maar thans is al enige tijd vooral de Gülenbeweging het doelwit. Via demagogie, gepaard gaande met een klopjacht jegens leden van de beweging, van wie nu meer dan 3000 mensen met de functie van rechters en openbare aanklagers zijn geschorst of opgepakt. Eveneens enkele tienduizenden ambtenaren en leraren. Of ze allen lid van Hizmet zijn, is de vraag, maar het ernstige is dat er al enige tijd lijsten rond gaan van mensen op hoge posten, allen op de lijst gezet om ze te zijner tijd of al op korte termijn te kunnen ‘zuiveren’.

Opmerkelijk is dat deze ‘enorme klopjacht op rechters, schrijvers en leraren in 1979 ook plaatsvond in Iran’. Een opmerkelijke paralel, omdat daar toen het islamisme via Khomeini aan de macht kwam, waarover veel Iraniërs eerst blij waren, zo schrijft de ex-Iranier Sander Terphuis, maar dat het land later ‘in een grote crisis bracht’ (De Volkskrant 22-7-16).

Zelfs leraren worden ‘gezuiverd’
Heel ontmaskerend is ook dat zelfs leraren, die al helemaal niets met Turkse coup te maken kunnen hebben gehad, nu uit het onderwijs worden gehaald, naar het lijkt omdat hun islam- of democratievisie niet zou deugen. De door Hizmet opgerichte privéscholen worden nu zelfs op vrij grote schaal ook hun vergunningen ontnomen. Daarmee Hizmet in hun ziel treffend. Onthutsend is dat naast 15 universiteiten ook 35 ziekenhuizen zijn gesloten. Opmerkelijk is dat deze oorlogsverklaring aan de Hizmetbeweging weinig met de coup te maken heeft, maar al veel eerder begon en vooral op 16 juni ‘16, toen zij van regeringswege officiëel in de hoek van het ‘terrorisme’ werd gezet. Erger kan al niet.

Zoals voorheen de Gezi-demonstranten voor terroristen werden uitgemaakt, gebeurde dat nu ook met een beweging die let wel geweldloosheid in het vaandel heeft. In de verklaring van Hizmet in Nederland op de persconferentie van 29 juli in Den Haag wordt dit ‘gelijkstellen van hen aan IS en Boko Haram’ terecht ‘een walgelijke en verwerpelijke daad’ genoemd. Maar nog is het niet genoeg. Terwijl het leger mogelijk nog wat meer in de lijn van het ‘seculiere kemalisme’ zit en in elk geval weinig moet hebben van de islam, hoe gematigd, mystiek of dienend ook, wordt de beschuldiging voor de coup eind juli door Erdogan publiek gericht op ‘Pennsylvania’, de staat in de VS, waar Gülen al jaren woont. Een man op leeftijd, zich nauwelijks nog bewust van de precieze politieke actualiteit in Turkije, laat staan van ontwikkelingen in het leger.

De beschuldiging met woorden als ‘verraad’ voor de tv lijkt te belachelijk voor woorden, maar heeft niettemin een ernstige sektarische ondergrond. Het is een oorlogsverklaring van een machtige soenitische politicus aan een oude religieuze prediker met een meer mystiek-ethische perceptie van de islam en is tevens zo gericht aan de door Gülen niet geleide maar geïnspireerde Hizmetbeweging en aan de daaraan gelieerde voor openheid en democratie opterende kranten. Een oorlogsverklaring, die na een coup, hoe klungelig ook opgezet, bedoeld lijkt om het ambtenarenapparaat, de rechterlijke macht, leger, politie, pers en lerarencorps na een grondige zuivering geheel te laten bevolken door vrienden van het bewind, allen liever zoveel mogelijk ook lid van zijn AKP. Een ontwikkeling in de richting van een partijdictatuur, zij het geleid door de president.

Solidariteit
Het grootste slachtoffer van dit alles is het Turkse volk, ook al schijnen veel Turken, in de ban van ‘leider’ Erdogan dat niet of nauwelijks te beseffen, mede ook omdat de democratie in dat land nog pril is. Maar op dit moment verdienen de Gülenisten, van wie velen zonder bewijsvoering of proces hun banen kwijt raken dan wel geschorst worden in hun functies of zonder proces onschuldig gevangen worden gezet, onze grote solidariteit. Dit vanuit de EU en van ieder goedwillend mens. Een solidariteit met hen daar in Turkije. Maar ook hier in Europa, bijvoorbeeld de docenten en studenten die ineens op 19 juli allen worden teruggeroepen door het AKP-bewind. Dit gebeurde nog voordat op 20 juli, terwijl de klungelige coup al lang onder controle was (voorheen in wezen al na 2 of 3 uur was ‘afgeslagen’), voor drie maanden de noodtoestand werd uitgeroepen, wat de dekmantel lijkt te worden voor de heksenjacht jegens een emancipatiebeweging en een zuivering, die al enige tijd gaande is.

Alles kan nu per decreet geschieden en mensen kunnen zelfs het recht op een advocaat worden ontzegd. Beraad wat de VN kan doen lijkt geboden, eventueel na internationaal onderzoek. Het laatste omdat Turks onderzoek naar de coup thans slechts partijdig kan zijn om het zacht te zeggen. Zelfs schorsing van het NAVO-lidmaatschap zou kunnen worden overwogen. Op z’n minst zal, los van krachtige druk van de EU, waarvan dit Turkije geen lid kan zijn, de door Nederland (en de EU) met Turkije gesloten uitleveringsverdragen tijdelijk moeten worden opgeschorst.


Laatste publicatie van HansFeddema

  • Een keizer zonder kleren, Ken JeZelf, God als Kracht en het Dogma Voorbij

    2016


Geef een reactie

Laatste reacties (62)