Laatste update 16:00
3.441
41

Bestuursvoorzitter Centrum voor Europese Samenwerking Portagora

Maatschappelijk adviseur. Latijnsamerikanist en onderwijsstrateeg. Voormalig fractievoorzitter in de gemeenteraad van Tilburg en Statenlid in Noord-Brabant. Bestuursvoorzitter van het Centrum voor Europese Samenwerking Portagora in Tilburg dat humanitaire programma's in Bosnië en Kroatië en de vluchtelingenkampen in Calais en Duinkerken financiert met de opbrengsten van een eigen kringloopwinkel die draait met vrijwilligers met een grote afstand tot de arbeidsmarkt.

Islamisten hebben Bosnië in vizier

Arm vergeten Bosnië. Prooi voor IS-fundamentalisme en nieuwe etnische spanningen.

cc-foto: habeebee
cc-foto: habeebee

Meer dan twee decennia zijn voorbij sinds de oorlog maar het Europese land aan de grens van de EU ligt er verkommerd, verweesd, verloren bij. Waarom is het belangrijk dat we Bosnië niet uit het oog verliezen, zowel vanuit politiek-strategisch als humanitair oogpunt? Impressie van een week in Srebrenica en omgeving.

De uit de kluiten gewassen veertiger oogt met zijn afstandelijke blik, borstelige wenkbrauwen en gitzwarte baard enigszins intimiderend. Hij is ondernemer en naar Srebrenica gekomen om met ons te praten over economische mogelijkheden in de straatarme regio die de Bosnisch-Servische oorlog van 1991 tot 1995 nooit te boven is gekomen. Maar hij lijkt eerder een middeleeuwse krijgsheer, zo weggelopen uit Game of Thrones.

Het is moeilijk voor te stellen dat hij, Gile, eenentwintig jaar geleden ternauwernood kon ontkomen aan de genocide op elf juli 1995 die de Servische generaal Mladic en zijn huurlingen begingen onder moslimmannen en -jongens in Srebenica. Twee maanden lang zwierf hij met een veertienjarige jongen en een oudere man door de beboste heuvels van wat nu Republica Srpska is. Ze verstopten zich voor Serviërs en wilde dieren, voortdurend beducht voor landmijnen en granaten. Toen de honger ondraaglijk werd, besloot hij het erop te wagen en af te dalen naar een Servisch dorp om eten te zoeken. Zijn oudere metgezel vroeg hem om de man die ze in de verte zagen niet te doden: het was zijn voormalige buurman. Maar die begon te schieten zodra Gile in zicht kwam zodat de voedselexpeditie eindigde nog voordat hij goed en wel was begonnen. Gile had nog één blikje voedsel in zijn rugzak, speciaal bewaard tot het laatst. Hij had zich voorgenomen om niet hongerig te sterven. Toen Gile terug was in het bos begon de veertienjarige jongen onbedaarlijk te huilen. “Ik hoorde schoten en dacht dat je dood was. Ik werd zo bang en toen heb ik het laatste blik leeggegeten.” Dat was het moment waarop Gile zei: “Nu ga ik me laten doodschieten want zo wil ik niet meer leven.”

Gile bracht het er uiteindelijk levend af maar bleef Serviërs haten. Hij emigreerde naar Genève waar zijn bovenbuurman een Serviër bleek. Om hem te pesten zette Gile elke dag keiharde Bosnische hiphop op met scherpe anti-Servische teksten. Op een dag ging de bel. Het was de bovenbuurman. ‘Nu komt de confrontatie”, dacht Gile en zette zich schrap. Maar de Serviër zei bedeesd: “Ik hoor elke dag je muziek, ik vind die mooi, wie is het?” Vanaf dat moment begon Gile’s haat tegen Serviërs te verdwijnen. Later ontmoette hij de Serviër die op hem had geschoten toen hij op zoek ging naar voedsel. De man herkende Gile niet, die hem kortaf zei: “Wees je vroegere buurman dankbaar, hij heeft ervoor gezorgd dat ik je leven spaarde”. Gile keerde terug naar Bosnië en woont nu met zijn vrouw en kinderen in een dorp in de regio Srebrenica. Als ondernemer probeert hij meer bedrijvigheid in de meer dan twintig jaar na de oorlog nog steeds kwijnende, politiek instabiele, leeglopende regio te creëren. En als de lokale overheid bijvoorbeeld een belangrijke doorgangsweg naar zijn dorp niet wil asfalteren, regelt hij dat gewoon zelf, met crowdfunding.

Middelvinger
Met een Nederlandse veterane loop ik op een warme zomermiddag door de oude zwaar vervuilde accufabriek in Potocari bij Srebrenica waar de Nederlandse Dutchbatsoldaten gelegerd waren om hier de vrede te bewaren. De veterane heeft hier in 1994 als piepjonge medic gewerkt en een heftige tijd gehad. Honger geleden door de blokkades van de Serviërs die de Nederlandse troepen doelbewust van hun voorraden beroofden. Vreselijke wonden behandeld van Dutchbatters en van lokale mensen. En geholpen bij de bevalling van een inwoonster van Srebrenica op de Dutchbatcompound. Ze vertelt mij en de jonge leden van een Nederlandse band die mee is haar verhalen aan de hand van het fotoboek van toen dat ze speciaal heeft meegenomen. Het touw dat ze tweeëntwintig jaar geleden aan de muur in haar kamertje ophing om provisorisch versieringen aan te bevestigen, hangt er nog.

Eerder deze week heeft ze de jonge vrouw die ze op de wereld hielp zetten ontmoet in Sarajevo. Op haar verzoek wil de veterane bloemen neerleggen op het graf van de vader van de jonge vrouw. Hij is één van de slachtoffers van Mladic’ bloedbad waarbij meer dan achtduizend moslimmannen en -jongens werden vermoord, en ook vrouwen en meisjes. Zijn stoffelijke resten zijn pas veel later teruggevonden en geïdentificeerd door forensisch antropologen van de VN en niet eerder dan vorig jaar bijgezet op de Memorial, het imposante grafveld tegenover de compound. Als we de weg willen oversteken, passeert een bruiloftsstoet luid toeterende auto’s, wapperende Servische vlaggen uit de ramen. Inzittenden steken hun arm uit het raam als ze langs het grafveld rijden, triomfantelijk de middelvinger omhoog. Nog altijd haat en spanningen, eenentwintig jaar na de genocide.

cc-foto: tamavarga67
cc-foto: tamavarga67

We gaan op zoek naar het graf van de vader. Met alleen een naam blijkt dat een speld in een hooiberg: er staan hier achtduizend verblindend witte eendere gedenkpalen. Het vriendelijke oude mannetje dat het onderhoud hier lijkt te doen spreekt geen woord over de grens. We proberen het bij de vrouwen in het stalletje waar je bloemen, gedenktekens en souvenirs kunt kopen. De oudste mevrouw spreekt gelukkig een beetje Duits. En warempel, bij het noemen van de naam van de man wiens graf we zoeken lichten haar ogen op. “Dat was mijn buurman.” Ongelooflijke treffer. Ze aait over mijn arm en vertelt enthousiast over het gezin. De andere vrouw blijkt een oud-klasgenoot van de man. De namen die worden genoemd, kloppen, beaamt de veterane. Maar nu hebben we nog zijn graf niet gevonden en de vrouwen weten ook niet waar hij ligt. Ik vraag om een register en jawel, dat is er. De oude tuinman komt met een stapeltje enigszins beduimelde papieren aan. Een alfabetische namenlijst met nummers van de graven. De tuinman brengt ons welwillend naar het graf. De veterane legt een grote gele lelie neer. Emoties.

Ook als we even later onze handen op de fontein leggen bij de entree van de Memorial voelen we de tranen van de Moeders van Srebrenica tussen onze vingers door stromen. Onze eigen tranen stromen onwillekeurig mee. Beiden moeders, omarmen we elkaar, houden elkaar vast. Ik denk aan de talloze in wit marmer gegraveerde namen van jongens met de leeftijd van mijn zoon, verstard in de eeuwigheid. Herinneringen aan de Journaalbeelden en foto’s van juli 1995 duw ik resoluut weg. Op de enige weg terug naar Srebrenica dat zo’n vijf kilometer verderop ligt passeren we het terrein met de oude autobussen. Al eenentwintig jaar staan er twee verroeste, ooit witte Servische bussen waarmee Mladic’ huurlingen de moslimmannen afvoerden. Al eenentwintig jaar lang worden de vrouwen van Srebrenica zo elke dag weer herinnerd aan de moord op hun mannen, zonen, broers, neven, buren, vrienden.

Koranlessen
Op de toren van de witte moskee middenin Srebrenica centrum prijkt een groene moslimvlag met witte sikkel en ster. Bosnië-Herzegovina werd honderden jaren lang overheerst door de Turken en maakte deel uit van het Ottomaanse rijk van 1463 tot 1878. De laatste jaren wordt de Turkse invloed weer groter en zichtbaarder. Onder president Erdogan wordt Turkije in rap tempo orthodox islamistisch en de Turken voelen een sterke expansiedrift. Bosnië is een arm, instabiel Balkanland aan de oostgrens van de Europese Unie. Er lopen al jaren onderhandelingen om Bosnië lid van de EU te maken maar Brussel houdt het land vooralsnog op afstand. Het voornaamste argument is officieel dat Bosnië zijn bestuur op orde moet krijgen en de structurele corruptie onder de duim. Een Bosnische buschauffeur verklaart het anders, gelaten maar ook gefrustreerd: “Jullie willen ons niet. Omdat we moslims zijn. Maar we zijn ook Europeanen, net als jullie. En we hebben de EU nodig.”

Turkije springt graag in het gat dat de EU zo lang openlaat. Maar ook Saoedi-Arabië wil hier graag zijn islamistische invloedssfeer uitbreiden. Bosnische humanitaire organisaties kunnen veel geld krijgen op voorwaarde dat ze een fiks deel van hun tijd en energie besteden aan bijvoorbeeld Koranlessen. Sommige organisaties zijn daar gevoelig voor, hebben we gemerkt.

Intussen worden niet alleen officiële organisaties en moskeeën gesteund. Inmiddels is ook bekend dat er op het afgelegen Bosnische platteland meerdere IS-trainingskampen zijn. Op Internet circuleren recruteringsvideo’s van IS speciaal gericht op jonge Bosnische moslims; miskend, vol adrenaline en testosteron, op zoek naar zelfrespect, een levensdoel en een groepsgevoel. Bovendien ontstaan er gesloten, ontoegankelijke moslimgemeenschappen met aan het hoofd zeer orthodoxe salafistische en wahabistische imams.

De economie van Bosnië stelt niet veel voor, de industrie is beperkt en sterk verouderd, er heerst een enorme werkloosheid. Het werkloosheidspercentage onder jongeren is torenhoog en opleidingen zijn verouderd of non-existent. Wie niet ten prooi wil vallen aan totale uitzichtloosheid en de mogelijkheid heeft, trekt weg naar Sarajevo of naar het buitenland, vaak naar rijke oosterse oliestaten. In zulke omstandigheden is het gemakkelijk voorstelbaar dat jongeren vatbaar worden voor redders in nood met een aantrekkelijk verhaal en geld. Tientallen Bosnische jihadi’s zijn inmiddels naar het Syrische slagveld vertrokken: veteranen uit de Bosnië-oorlog en jongeren. Van zo’n dertig van hen was in 2015 al bekend dat ze gesneuveld zijn maar er keerden er ongeveer vijftig ook weer terug naar Bosnië. De zwakke, etnisch en politiek erg gepolariseerde, over de Bosnische Federatie, de Republica Srpska en tien kantons verdeelde autoriteiten zitten met hen in hun maag. Onderzoekers van de Universiteit van Sarajevo legden de vinger op nog meer zere plekken: Er is geen centrale database met gegevens over de jihadgangers en de vele politie- en veiligheidsdiensten werken niet goed samen. De regering in Sarajevo werkt nu aan een contraterrorismestrategie.

Perspectief
Muamer is de gedreven eenendertigjarige voorman van de rockband Afera uit Srebrenica. De rustige slimme Mix (alleen zijn moeder noemt hem nog Miroslav) met z’n lange blonde dreadlocks is de bassist. Vorig jaar speelde Afera op Festival Mundial in Tilburg. Dit jaar zijn ze één van de hoofdacts op Srebrenica Wave Festival, een week vol feestelijke activiteiten voor de inwoners van Srebrenica, culminerend in een knallend rockfest op het op een berg gelegen terrein van de plaatselijke motorclub. De week wordt georganiseerd door een groep van zo’n vijftig jongeren uit Bosnië, Nederland, Italië, Frankrijk en Spanje. De band Afera is bijzonder omdat de leden van gemengde afkomst zijn. Muamer is moslim, Mix Serviër. En ze zijn vrienden. Dat is hier eenentwintig jaar na de oorlog nog steeds niet vanzelfsprekend. Voor Muamer en Mix wel: zij willen niet meer over het verleden praten maar aan een toekomst voor het straatarme, uitzichtloze Srebrenica werken. Vooral onder de jongere generatie zijn er meer die er zo over denken. Zij balen van de corrupte Bosnische en Servische politici met hun diepe zakken waarin vele tientallen miljoenen euro’s en dollars zijn verdwenen die eigenlijk waren bestemd voor de wederopbouw van hun land na de oorlog. Ze balen evenzeer van de buitenlandse organisaties die over verzoening en dus nog steeds over het verleden komen praten. Werkgelegenheid willen ze, en opleidingen. Perspectief voor jonge mensen zodat die niet weg hoeven te trekken.

Muamer en Mix hebben geregeld dat we met ondernemer Gile kunnen praten om erachter te komen hoe wij en andere Europese humanitaire organisaties met wie we samenwerken, kunnen bijdragen aan dat perspectief. We overleggen ook met een fabriekseigenaar, de initiatiefneemster van een kleine hulporganisatie voor kansarme Romavrouwen, de directeur van een school voor electrotechniek, studenten. We praten over microkredieten, stadstuinen en andere kleinschalige agrarische bedrijvigheid, ICT-opleidingen. En over muziekfestivals, een podium met repetitieruimte, een filmzaal en andere culturele activiteiten die hier leven in de brouwerij moeten brengen zodat mensen niet meer weggaan maar juist terugkomen. Sommige jongeren van onze internationale groep nemen deel aan de overleggen, andere knappen een huis op dat ter beschikking is gesteld door de gemeente als kantoor. Of ze organiseren een basketbalwedstrijd, een streekmarkt, een brunch met Bosnisch eten gemaakt door inwoners van de stad, een jamsessie, een schrijfworkshop voor kinderen uit de stad en de omliggende dorpen. Een groepje Nederlandse Srebrenicaveteranen dat met ons mee is gekomen zorgt elke dag voor het ontbijt en rijdt de deelnemers aan de activiteiten en de artiesten heen en weer. Elke dag gaan we met alle jongeren en vrijwilligers naar lokale restaurants voor de lunch en het avondeten. En na gedane arbeid zijn de café’s ook blij met alle jonge Europeanen op zoek naar vertier.

Na een dikke week is het uit met de pret. De Europeanen gaan naar huis. De Bosnische jongeren blijven achter. Weliswaar met concrete plannen en dito rugdekking van hun Europese collega’s. Maar toch: Srebrenica wordt weer het stille, troosteloze, half vervallen stadje dat het op een paar weken per jaar na (tijdens de herdenking van de genocide) altijd is. Muamer vraagt zich hardop af hoe hij hier weer een lange barre winter moet doorkomen, vooral mentaal. Moedeloos is hij soms. Maar ook vastbesloten hard aan de slag te gaan met alle plannen. Plannen die ervoor moeten zorgen dat Srebrenica weer structureel tot leven komt, dat jongeren niet weg hoeven te trekken, dat vroegere inwoners terugkeren. Dat de voedingsbodem voor de etnische en politieke spanningen, omgeploegd en ingezaaid door Servië en bemest door Rusland, verdwijnt. Net als de gevoeligheid voor de haatboodschap van IS en de fundamentalistische imams. Kortom: dat Srebrenica weer leefbaar wordt.

 

Geef een reactie

Laatste reacties (41)