2.489
100

Ondernemer/ Publicist

Michael Blok is geboren in 1970 in de regio Den Haag. Hij woont sinds 1988 in Amsterdam, met tussenpozen in Londen en Parijs. Hij studeerde economie en bedrijfskunde, en begon zijn carrière als zakenbankier bij Morgan Stanley. Later was hij strategieconsultant bij McKinsey, en in 2004 richtte hij met 3 collega's The Anders & Winst Company op, een adviesbureau op het gebied van duurzaam en strategisch zakendoen. Van 2007 t/m 2010 was hij voorzitter van GroenLinks in Amsterdam-Oost. Sinds begin 2011 is hij actief binnen het Platform Stop Racisme en Uitsluiting en publiceert hij regelmatig over het minderhedenonvriendelijke klimaat in Nederland.

Islamkritiek, maar dan netjes

De PvdA blinkt uit in ongelukkige timing

Vanochtend lekte een interne e-mail uit waaruit blijkt dat de PvdA de duimschroeven nog harder wil aandraaien tegen migranten. De timing daarvan lijkt even ongelukkig gekozen als de keiharde speech die Maxime Verhagen een paar weken geleden gaf, die als inspiratie voor Breivik hadden kunnen dienen. Want het is helderder dan ooit dat er maar twee smaken zijn in het migrantendebat: migranten rechten afpakken, of gelijkheid en vrijheid voor iedereen. En dat laatste gaat niet goed samen met stigmatiserende taal over moslims of migranten. Daarom is het tijd voor een nieuwe etiquette in het debat.

In de afgelopen jaren hebben zowel CDA als PvdA enthousiast meegewerkt aan maatregelen die migranten troffen en zelfs als discriminerend zijn veroordeeld door rechters. Ook partijen als de SP en GroenLinks haalden uit naar moslims, net als alle media. Citaten als “de islam is een probleem”, “kut-marokkanen” en “multicultureel drama” wekten al jaren geen verbazing meer. Die uitspraken en maatregelen waren een gevolg van een verschuivende nationale consensus. Maar ze hielpen natuurlijk ook die consensus te verschuiven en legitimeren. Uiteindelijk is Nederland de Europese proeftuin geworden voor migrant-onvriendelijke wetten en woorden. En een baken van hoop voor terroristen.

Het is te hopen dat er nu minder speelruimte zal komen voor minderheden-onvriendelijk beleid. Maar het is nog niet duidelijk of de nationale consensus terug zal schuiven richting redelijk, zeker nu blijkt dat zelfs de PvdA van plan was de andere kant op te roeien. Iedereen heeft ook veel geïnvesteerd de huidige aanpak, dus zou die taai kunnen blijken te zijn. Maar de manier waarop gesproken wordt over minderheden en religies kan wel snel worden aangepast. En dat is hard nodig. Het is teveel gevraagd van de Nederlandse politiek en media om zich nu opeens de Britse politiek etiquette aan te meten, waarin religiekritiek taboe is. Dat zou ook de kwaliteit van het debat verarmen en de kloof tussen de politiek en boze burgers kunnen vergroten. Zo’n taboe is ook helemaal niet nodig. Maar het is niet moeilijk om algemene principes te bedenken voor constructieve islam- en minderhedenkritiek.

In de eerste plaats moet de kritiek een serieus probleem betreffen. Dat zou bijvoorbeeld het geval zijn als een groep een bijzonder gevaar is voor de openbare orde. Het kan natuurlijk ook zijn dat er serieuze problemen zijn binnen de groep, bijvoorbeeld als er groepsdwang is die mensen ernstig in hun ontplooiing tegenwerkt. Maar een goedbedoelende politicus zwijgt over kleding of lelijke moskeeën.

De tweede horde die democratische islamkritiek zou moeten nemen is die van een serieuze analyse. Als bepaald gedrag relatief vaak voorkomt bij een groep, betekent dat op zich niets. Moslims eten minder vaak boerenkool, maar dat heeft natuurlijk geen religieuze oorzaak. Als jonge Marokkaanse Nederlanders te vaak in aanraking komen met de politie kan dat pas tot conclusies over religie lijden als het gedrag specifiek geldt voor moslims. Nederturken komen niet bijzonder vaak in aanraking met de politie en Antilliaanse jongeren wel, en eerwraak en vrouwenbesnijdenis komen overal in Afrika voor. Geloof heeft er vrijwel zeker niets mee te maken.

Zelfs als iets specifiek voor een minderheid geldt, hoeft er natuurlijk geen oorzakelijk verband te zijn. Voordat je iets aan religie kunt toeschrijven, moet ofwel de religieuze hiërarchie oproepen tot dat gedrag, of de gelovige zelf moet het gevoel hebben dat bepaald gedrag een religieuze vereiste is. 21e-eeuwse Nederlandse moslims moeten bidden en vasten, maar zijn vrij om vredig en vrouwvriendelijk te zijn. Die vaststelling plaatst de schuld voor criminaliteit en vrouwenhaat waar ze horen: bij het individu.

Er blijven wel degelijk reële problemen over waar het islamitische geloof een deel van de oorzaak is. Dan geldt nog het derde criterium: formuleer zorgvuldig en evenwichtig. Als een politicus zich zorgen maakt over de rol van religieuze opvattingen bij het tegenhouden van vrouwenemancipatie, dan verdient ook de rol van het fundamentalistische christendom in de Nederlandse “Bible Belt” aandacht. En het kost niet meer moeite om te zeggen “sommige moslims zijn ouderwets” dan “de islam is slecht voor vrouwen”. En dan is er natuurlijk de toon. Door hoofddoekjes of boerka’s  “verwerpelijk” te noemen nodig je vrouwen niet uit tot dialoog en verandering, maar verhard je mensen in hun identiteit en ouderwets gedrag.

Bepaalde woorden zijn na Noorwegen besmet geraakt. Als het goed is durven democratische politici en media woorden als “multicultureel drama” of “islamisering” nu niet meer in de mond te nemen. Maar het is ook tijd voor nieuwe consensus over hoe we over ingewikkelde, gevoelige en nu ook gevaarlijke problemen praten. Liefst zonder onzinnige, flauwe en stigmatiserende uitspraken. Alleen dan kunnen we problemen aanpakken zonder het risico dat we de moslim er met het badwater uitgooien.

Geef een reactie

Laatste reacties (100)