2.049
32

Hoofdredacteur MUG Magazine

Sinds 2007 hoofdredacteur/directeur MUG Magazine (stichting BBU)
Sinds 2006 deelraadslid Amsterdam-Centrum, vice-fractievoorzitter PvdA
daarvoor onder meer:
redactiechef Amsterdams Stadsblad
woordvoerder/mediaonderzoeker stichting Anti Discriminatie Overleg
freelance journalist
docent Nederlands

Journalistiek als beschermd vak

Een clown met een microfoon is geen journalist

De club Wilders, die eerder voor kopvoddentax en animal cops pleitte, wil een perspolitie. Reden voor ongerustheid? Die animal cops zijn er gekomen, dus waarom geen perspolitie? Henk & Ingrid zullen er blij mee zijn, zonder overigens te weten waarom. Journalisten opgepast, tijd voor bezinning.

De roep om persbreidel is van alle tijden en past bij de jaren dertig revival, compleet met crisis en anti-democratisch sentiment. Weg met oude normen en gebruiken, weg met de oude politiek, weg met de pers! Net als in de jaren dertig krijgen niet de veroorzakers van de economische crisis de schuld – dat vergt een analytisch vermogen dat Henk & Ingrid nu eenmaal niet bezitten – maar wordt er naarstig naar tastbare zondebokken gezocht. Moslims en Marokkanen in het bijzonder doen het goed in die rol, evenals ‘linksige politici’, de euro, luie Grieken en natuurlijk journalisten. Allemaal tuig van de richel. En zoals niet te ontkennen valt dat te veel Marokkaanse schoffies gretig elk vooroordeel jegens hun bevolkingsgroep bevestigen, is het een feit dat ‘de’ media onder het mom van journalistiek heel wat bagger over ons uitstorten. De ironie wil overigens dat Henk & Ingrid een grote voorkeur hebben voor juist die media die zich het minst van journalistieke regels aantrekken.

Journalistieke regels? Jazeker, ze bestaan. Journalisten krijgen ze, als het goed is, in hun opleiding en tijdens hun stages met de paplepel ingegoten: de Code van Bordeaux, journalistieke handboeken, richtlijnen van de NVJ en natuurlijk redactiestatuten. Dat gaat over zaken als hoor- en wederhoor, feiten checken, bronnen controleren, niet liegen, je niet laten omkopen, verslag en commentaar gescheiden houden enzovoort. Wie zich niet aan de regels houdt, kan voor de Raad voor de Journalistiek worden gesleept. Een uitspraak van de Raad kan helpen bij het verkrijgen van een voor het slachtoffer gunstige uitspraak bij de rechter in geval van smaad of ernstige leugens. Schadeclaims liggen op de loer, zelfs ontslag en in het uiterste geval strafrechtelijke vervolging. Het idee dat een journalist zich van alles kan permitteren is een misvatting.

Zelfregulering met de wet als stok achter de deur – gij zult geen smaad plegen, geen valse beschuldigingen uiten, niet discrimineren etcetera – is de basis voor een zo onafhankelijk mogelijke journalistiek, die ‘beloond’ wordt met privileges die het mogelijk maken dat journalisten hun rol van waakhond vervullen. Een journalist komt binnen waar deuren voor anderen gesloten blijven en een journalist heeft, overigens in beperkte mate, verschoningsrecht.

Maar waar rook is, is vuur. Zoals er frauderende wetenschappers, corrupte politici, graaiende managers en falende dokters zijn, zijn er vanzelfsprekend ook slechte journalisten. Zelfregulering werkt heel behoorlijk maar kan niet alle pulp voorkomen. Daarbij is het medialandschap de laatste decennia eindeloos gevarieerder geworden, met spelers die journalistiek niet als een eervol, aan beroepscodes gebonden ambacht zien maar als een manier om geld te verdienen en/of om de maatschappelijke onderbuik te bedienen, online zowel als off line. Veel van die media erkennen de Raad voor de Journalistiek (RvdJ) niet en hebben sowieso maling aan elke beroepscode, laat staan enige andere vorm van zelfregulering dan de commerciële belangen van hun uitgever of eigen perverse behoeftes.

Er is veel kaf tussen het koren, onder de schijn van perspluriformiteit.

Daar kleeft als praktisch bezwaar aan dat de ‘serieuze’ journalist met toenemende ‘concurrentie’ te maken heeft en dat het publiek, inclusief publieke woordvoerders die van de media afhankelijk zijn, vaak ook niet meer weten waar ze aan toe zijn. Een ‘pershistorisch’ voorbeeld is de manier waarop oud-minister Ella Vogelaar door GeenStijl werd gefileerd of – om in het jargon te blijven – gepowned. Ik waag overigens te betwijfelen of de PVV zijn perspolitie op Rutger Castricum af zou hebben gestuurd; de club van Wilders richt zijn pijlen vooral op gewone ‘linksige’ journalisten.

Zelfregulering werkt bij gratie van een beroepsgroep die zich aan regels gebonden weet en zich bij uitspraken van de door de beroepsgroep zelf benoemde controlerende instantie (RvdJ) neerlegt. Daar past ook bij dat de beroepsgroep zichzelf beschermt en toelatingseisen stelt. Helaas heeft de Nederlandse Vereniging van Journalisten daar nooit aan gewild. Als vakbond beoordeelt de NVJ media vooral op het naleven van cao’s, niet op kwaliteit. Met de wildgroei in het medialandschap valt echter veel te zeggen voor de status van beschermd beroep, zoals die ook geldt voor notarissen en huisartsen.

Een aantasting van de persvrijheid hoeft zo’n status niet te betekenen. Bescherming van het beroep zal als keurmerk dienen. Een erkende journalist rechtvaardigt zijn privileges door zich aan zijn beroepscode te conformeren. Overige mediawerkers en zich als journalist vermommende entertainers hoeven zich niet aan de regels te houden, mits zij of hun uitgevers in staat zijn de juridische consequenties (claims, strafrechtelijke vervolging) van hun vuilspuiterij te aanvaarden.

Roddelbladen, PowNed, GeenStijl en ook De Telegraaf blijven vrij om te doen waar ze goed in zijn, met hooguit als consequentie dat het zich niet houden aan de journalistieke beroepscode als consequentie kan hebben dat zij dus ook geen beroep op journalistieke privileges kunnen doen.

Meer zelfregulering moet niet worden verward met zelfcensuur. In het totaalconcept van bijvoorbeeld een krant of een opiniërend nieuwsblad horen cartoons, opiniestukken en columns. In die journalistieke periferie mag Wilders voor nationaal-socialist worden uitgemaakt, Dion Graus een gevaarlijke idioot worden genoemd en mogen Marokkaanse boefjes als straatterroristen worden betiteld. Ook dient een beroepscode aparte redactiestatuten te respecteren, voor zover die niet in strijd zijn met de Code van Bordeaux. Zelfregulering valt hoe dan ook te verkiezen boven overheidscensuur, zeker in de vorm van een al dan niet groen geïnformeerde perspolitie zoals de PVV zich droomt. Als de journalistiek het heft niet in eigen hand neemt, wordt die droom wellicht de nachtmerrie van onze toch al tanende democratie.

Geef een reactie

Laatste reacties (32)