Laatste update 08 december 2017, 09:18
1.327
20

Bestuurslid Algemene Onderwijsbond

Douwe van der Zweep is lid van het dagelijks bestuur van de Algemene Onderwijsbond. Hij studeerde geschiedenis in Groningen en Nederlands recht in Utrecht. In het jaar 2002-2003 zat hij in het bestuur van de Landelijke Studenten Vakbond (LSVb).

Kabinet bevindt zich op glad ijs met voorwaarden voor extra salarisruimte leraren

Bij onderwijsbezuinigingen is de leerkracht het kind van de rekening

Het regeerakkoord belooft 270 miljoen euro voor verbetering van de arbeidsvoorwaarden van leraren in het primair onderwijs. Dat geld komt echter alleen onder voorwaarden beschikbaar. De investering is door het kabinet gekoppeld aan het moderniseren van de cao. En daarmee begeeft Rutte-III zich op zeer glad ijs.

‘Modernisering’ is het eufemisme waarmee wordt bedoeld dat de regelingen rondom werkloosheid moeten worden versoberd. Dat is inhoudelijk een heel slecht idee. Het zijn namelijk regelingen waarvan nog maar kort geleden de noodzaak bleek toen door krimp vele collega’s hun baan verloren. Een vangnet voor collega’s toen het kabinet niet bereid was om tijdelijk wat meer mensen in dienst te houden om de aanstaande tekorten op te vangen.

Cc-foto: Chris Fifield-Smith

Druk
Maar daarmee is het verhaal niet af. Los van de inhoud is het namelijk buitengewoon kwalijk dat de overheid zich hierbij zo partijdig opstelt. Er wordt een van de vele onderwerpen van de cao-tafel gelicht en tot onderwerp van een regeerakkoord gemaakt. Hiermee wordt de werkgevers tegemoet gekomen in een discussie die ook gaat over werkzekerheid, het voorkomen van uitval, scholing, mobiliteit en re-integratie-inspanningen. In deze hele discussie worden leerkrachten onder druk gezet op voorhand arbeidsvoorwaarden in te leveren.

Met deze eenzijdige inmenging heeft het kabinet geen oog voor de cao-problemen van de leerkracht. Problemen waarvoor schoolbesturen door samenwerking en gericht personeelsbeleid tot goede oplossingen kunnen komen. Oplossingen die meer behelzen dan de onzekerheid door te schuiven naar de individuele collega’s. Hier moeten de vakbonden maar voor opkomen lijkt het kabinet te zeggen. Die staan door deze opstelling van de overheid echter met een-nul achter.

De bemoeienis wekt extra wrevel omdat leerkrachten onder druk worden gezet met geld waar ze gewoon recht op hebben. Tijdens de economische crisis zijn er miljarden bezuinigd op de salarissen bij de overheid. Schoolbesturen kregen tijdens deze jarenlange nullijn geen geld voor salarisverhogingen. Dit is een enorme inbreuk op de afspraak dat scholen in staat gesteld zouden worden de lonen van de markt te volgen. Deze afspraak, gemaakt toen scholen meer financiële zelfstandigheid kregen, wordt voortdurend geschonden.

Handige buffer
De voortdurende onzekerheid over de bekostiging leidt ertoe dat het steeds moeilijker is geworden tot cao-afspraken te komen. Dat is ook een van de conclusies van de overheidsevaluatie van dit zogenaamde referentiemodel. Voor het kabinet overheersen echter de positieve aspecten van dit model, en dan met name het aspect dat het de overheid in staat stelt om de loonkosten te matigen. Het cao-overleg is voor de overheid een handige buffer om klappen op te vangen van flinke bezuinigingen. Bij kritiek op het beloningsniveau wordt vervolgens opzichtig geschuild achter de ‘verantwoordelijkheid van sociale partners’.

Tekenend voor de partijdige opstelling van de overheid is het feit dat vakbonden niet eens om hun mening zijn gevraagd bij de evaluatie van dit haperende financieringsmodel. Alle overheidswerkgevers zijn gehoord, ook de werkgevers in het onderwijs, maar de vakbonden worden systematisch geweerd bij onderwerpen die raken aan de stelselverantwoordelijkheid van de overheid. Die opvattingen zijn de overheid kennelijk onwelgevallig.

Het voorbeeld van de bovenwettelijke regelingen is symptomatisch voor de partijdigheid van de overheid als het de arbeidsvoorwaarden betreft. Zo wordt de flexwet speciaal voor het onderwijs verruimd om werkgevers tegemoet te komen. In het Nationaal onderwijs akkoord werden vakbonden onder druk gezet om ouderenregelingen af te schaffen in ruil voor een beetje loonruimte, terwijl het toenmalige kabinet tegelijkertijd vol gas gaf met het verhogen van de AOW-leeftijd. De AOb tekende niet bij het kruisje en wist de regelingen in de cao overleggen grotendeels te behouden. Maar vocht door deze opstelling een kabinetsperiode lang een ongelijke strijd.

Kind van de rekening
Het rijk zou het vrije overleg tussen werkgevers en werknemers moeten bevorderen. Maar alle verplichtingen die voortvloeien uit het Europees Sociaal Handvest ten spijt, frustreert de overheid de cao-onderhandelingen door partijdige stellingnames en tekortschietende financiering. Een financiering bovendien waarbij er geen enkele garantie is dat het geld ook de klas bereikt. De leerkracht is hiervan het kind van de rekening.

Er lijkt licht aan het eind van de tunnel. Werkgevers en werknemers hebben zich verenigd en laten zich niet zo opzichtig tegen elkaar uitspelen. De sector heeft de tekortschietende arbeidsvoorwaarden hoog op de politieke agenda gekregen en er is in de persoon van Arie Slob een nieuwe minister aangetreden met kennis van zaken die op veel vertrouwen kan rekenen bij de leerkrachten. Maar hij zal hard moeten werken aan herstel van reeds lang geschonden vertrouwen. Een eerste stap moet zijn dat hij zich onpartijdig opstelt en nee zegt tegen Haagse spelletjes met geld voor leerkrachten.

Correctie: Als gevolg van een redactionele vergissing werd aanvankelijk Thijs den Otter als auteur vermeld

Geef een reactie

Laatste reacties (20)