1.233
33

Oud-PvdA-leider

Job Cohen (Haarlem 1947) heeft in Groningen rechten gestudeerd. Na zijn studie heeft hij eerst tien jaar in Leiden gewerkt, waarna hij in 1981 vertrok naar de Universiteit Maastricht. Daar werd hij eerst hoogleraar en later Rector Magnificus. In 1993 werd hij staatssecretaris van Onderwijs in het kabinet Lubbers II. Hij keerde vervolgens weer terug naar Maastricht om in 1998 opnieuw staatssecretaris te worden, nu van Justitie. In 2001 werd hij burgemeester van Amsterdam, in 2010 werd partijleider en fractievoorzitter van de PvdA in de Tweede Kamer. Op 20 februari 2012 legde hij zijn functie neer.

Kabinet kent van alles de prijs, maar van niets de waarde

Niet de hoop, maar de angst regeert

We wonen in een mooi en sterk land. We zijn er heel redelijk in geslaagd door de crisis heen te komen. De vorige crisis bedoel ik. We hebben het in de meeste gevallen beter dan onze ouders. Maar we zijn onzeker geworden. Bestaat mijn baan straks nog? En wat is er voor werk voor mijn kinderen? Op wat voor school kunnen ze terecht? En kan ik voor mijn ouders fatsoenlijke zorg blijven bieden? Nu we iedere avond op het journaal zien dat banken en landen in de problemen komen wordt het gevoel geen grip te hebben groter en groter.

De regering moet juist nu tonen te begrijpen hoe Nederland op de lange termijn sterker kan worden en hoe de zorgen van mensen weer vervangen kunnen worden door vertrouwen. Vertrouwen in de toekomst én vertrouwen in elkaar. Na één jaar kabinet Rutte maken we vandaag in het parlement de balans op.

En voor het kabinet geldt: ze kennen van alles de prijs, maar van niets de waarde. Waarvoor vechten we ons door de crisis? Wat mij betreft bouwen we aan Nederland om straks fatsoenlijke zorg, betaalbare woningen, goed onderwijs en kans op werk te kunnen garanderen. Dit kabinet schrapt banen in de zorg, bezuinigt op onderwijs voor kinderen die afwijken, durft de woningmarkt niet te hervormen en durft arbeidsgehandicapten verdacht te maken terwijl hun banen verdwijnen.

Door het geklungel in Europa, waar onze premier en minister van financiën hard aan hebben bijgedragen, dreigt onze economie opnieuw in zwaar weer terecht te komen. Ons spaargeld, onze pensioenen, de werkgelegenheid en de economische groei staan op het spel. De eerste begroting van het kabinet-Rutte is alweer volstrekt achterhaald. De Raad van State schrijft dat de miljoenennota de ‘precaire situatie beschrijft waarin Europa zich thans bevindt en (…) de risico’s in kaart (brengt) die de Nederlandse economie bedreigen. De regering is evenwel terughoudend om de gevolgen van deze analyse voluit in beleid om te zetten’. Die terughoudendheid kunnen wij ons, zo stelt de RvS, niet meer permitteren. De Raad van State slaat de spijker op de kop. De Eurozone wankelt, de economie stagneert, de werkloosheid loopt op en het kabinet heeft zich ondertussen opgesloten in een rekensom van 18 miljard. Koersvast heet dat. Vasthouden aan een koers terwijl de wereld om je heen totaal veranderd is, dan ben je gewoon totaal de weg kwijt.

Het kabinet kijkt achterom, terwijl de storm van voren komt. Een nieuwe crisis? Daar gaan ze zich wel uitbezuinigen. Terwijl bij een grote vraaguitval extra bezuinigingen de problemen vergroten. De rekenmeesters waarschuwen niet voor niets: ‘Mocht de schuldencrisis (echter) verder uit de hand lopen en de economie daardoor tijdelijk in een ernstige recessie terechtkomen, dan moeten de fouten uit de jaren 30 niet herhaald worden. (…).’, aldus het CPB.

Niks snoeien om te groeien, wat we zien is Mark Rutte: de tuinman met de kettingzaag. Vrouwen en kinderen binnen blijven, Rutte komt snoeien. Kinderen die speciale zorg nodig hebben, werknemers in de sociale werkvoorziening, mensen die hun eigen zorg regelen, gewone gezinnen met kinderen, niets wat voor hen van waarde is, is veilig voor de kettingzaag van Rutte.

We kunnen de ogen niet sluiten voor de mondiale problemen die Nederland en de wereld dreigen te ontwrichten zoals armoede, klimaatverandering en de energie- en grondstoffencrisis. Het AOW-pensioenakkoord vraagt leiderschap van alle hoofdrolspelers. De hogere AOW-leeftijd is geen populair onderwerp, maar iedereen begrijpt dat we deze stap moeten zetten om onze zorg en onderwijs overeind te houden in de toekomst. Door het nu in gang te zetten, kunnen we het zorgvuldig doen en rekening houden met diegenen die niet langer door kúnnen werken. En daarom hebben wij met dat akkoord ingestemd.

Eenzelfde doorbraak is nodig op woningmarkt. Ook dat vergt politieke moed. Vorig jaar heb ik de premier opgeroepen om te komen tot een nationaal woonakkoord. Hij was toen nog niet zover, maar in het belang van ons land kan hij gewoon niet langer zijn ogen sluiten voor het feit dat onze woningmarkt muurvast zit en de omvang van de Nederlandse hypotheekschuld ons kwetsbaar maakt. Ik roep de premier op leiderschap te tonen en nu tot een nationaal woonakkoord te komen.

Meer dan ooit tevoren in de geschiedenis is de wereld een kluwen van onderlinge afhankelijkheid. De positie van de afzonderlijke Europese landen, waaronder Nederland, is lang niet meer zo dominant op het wereldtoneel als vroeger. Ieder voor zich, nemen de lidstaten van de EU een bescheidener positie in. Maar met alle 500 miljoen Europeanen samen, vormen wij  een enorme kracht. Om met China, India en Brazilië te concurreren moet Nederland samenwerken met andere landen. We moeten het van Europa hebben om te zorgen dat we hier in de toekomst banen houden die de moeite waard zijn. Het bashen van Europa – ik wacht nog op ‘ik heb niks tegen Europeanen als ze Europa maar afzweren’ – verhult ons nationale belang. Het vergt leiderschap, toekomstvisie en bovenal moed. En juist dat type leiderschap ontbreekt, waardoor de Eurobrand om zich heen grijpt en steeds moeilijker wordt om nog te blussen.

Deze crisis is eerst en vooral een vertrouwenscrisis. Het vertrouwen in de financiële sector en in overheden is weg. Europese banken, pas kort geleden gered met geld van de belastingbetaler, blijken ook zwakke economieën en onverantwoordelijke overheden in Zuid-Europa  te hebben gefinancierd. Door de schuldencrisis van deze landen dreigt een nieuwe bankencrisis en een economische crisis in heel Europa.

De uitgangspositie van Nederland was goed. Onze concurrentiepositie behoort tot de Europese top. De maatregelen van het vorige kabinet hebben 200.000 mensen van de werkeloosheid gered. Nederland zelf kent geen schuldencrisis, ook al wil onze regering ons iets anders laten geloven. Maar het kabinet heeft de schuldencrisis in andere eurolanden zó tenenkrommend aangepakt, dat het niet alleen geen enkel vertrouwen inboezemt maar nu ook onze economie rechtstreeks schaadt. Daarom is het heldere advies van Eurocommissaris Kroes: ‘Koppen dicht en doen wat gedaan moet worden’.

Oftewel, blussen, want het huis staat in brand. De Griekse crisis moet snel en eensgezind worden bezworen, zodat het risico dat de brand overslaat naar belendende percelen, waaronder ons eigen huis, zo klein mogelijk wordt. Op de lange termijn moet het huis wel veel minder brandgevaarlijk worden gemaakt. En dat kan alleen door regels te stellen en regels te handhaven. Om die reden bepleitte mijn fractie een Eurocommissaris met vergaande bevoegdheden om budgetdiscipline af te dwingen.

De banken hadden moeten zorgen voor veilig beleggen van het spaargeld van mensen, kredieten verschaffen aan bedrijven en particulieren, en stabiliteit in de economie; in plaats daarvan raakten mensen massaal spaargeld kwijt, kregen we woekerpolissen aangesmeerd en werd de reële economie gedestabiliseerd door een bankencrisis. Internationaal moeten we de lessen die we geleerd hebben van deze crisis nu doorvoeren: stevig toezicht op riskant bankieren, scheiden van riskant beleggen en dagelijks betalingsverkeer, een einde aan de krankzinnig hoge bonussen, een belasting op flitskapitaal, hogere kapitaalsbuffers bij banken. Ook dít is een noodzakelijke hervorming en omdat die sector internationaal opereert, zal de overheid dat ook moeten doen.

Tot dusver is er 300 euro per Nederlander in de garantstelling voor Griekenland gestopt. Als de eurocrisis zich in volle omvang doorzet, dan zal het elk Nederlands huishouden een veelvoud daarvan kosten. Maar waar eensgezindheid het vertrouwen van financiële markten had kunnen herstellen, hebben we het tegenovergestelde gezien. Het Griekse steunplan van 21 juli is beschadigd door vertraging, door Finse garanties, door Ruttes rekenfouten en verwarrende communicatie, door Duitse veto’s, door Grieks getreuzel. Ik verwacht van de Nederlandse regering, maar ook de andere regeringen dat ze nu eindelijk gaan doen wat nodig is om ons uit deze crisis te loodsen.

Wat nodig is, is een eurofonds dat voldoende groot is en niet vleugellam wordt gemaakt door garanties en veto’s. Wij zullen het zo nodig verhogen van het Nederlandse garantieplafond en de omvang van dat fonds steunen, maar zo’n groter fonds heeft alleen nut als de geloofwaardigheid niet wordt uitgehold. Dát moet ook de inzet van de Nederlandse regering in het Europese beraad zijn. Door het verstevigen van het fonds en het snel invullen van het 21-julipakket wordt een acuut omvallen van Griekenland, met alle desastreuze gevolgen van dien voor de hele eurozone, voorkomen. Vervolgens moet een geloofwaardig traject worden ontwikkeld om Griekenland zo snel mogelijk weer in staat te stellen zelf op de kapitaalmarkt terecht te kunnen.

Ik heb de vaste overtuiging dat de toekomst van ons land in Europa ligt en dat een afbraak van Europa voor ons land zowel financieel als maatschappelijk desastreus zou zijn. Deze week lekte een scenario uit dat een Grieks failliet ons land 80 miljard zou kunnen kosten, ons land kent 8 miljoen huishoudens, dus dat is per huishouden tienduizend euro. Ik vraag de premier of dit klopt.

Ik sprak van een vertrouwenscrisis. En dat roept de diepere vraag op of wij voldoende vertrouwen hebben in elkaar, in onze gemeenschappelijke toekomst. Vinden we het de moeite waard de verzorgingsstaat toekomstbestendig te maken en  dus te beschermen tegen neoliberale afbraak? Vertrouwen wij elkaar nog wel?

Mijn antwoord is ‘ja’! Want onder de zorgen, onzekerheid en soms onderling wantrouwen, klopt het warme hart van Nederland.

Dat warme hart van Nederland zien we in onze leraren die zich dag in dag uit inzetten om uit elk kind het beste te halen. Uit elk kind, dus óók uit kinderen die het moeilijk hebben om mee te komen en die met wat extra zorg en aandacht toch ver kunnen komen.

We zien het in de zorg voor elkaar, als dochters intrekken bij hun moeder met een lichamelijke beperking om te voorkomen dat zij naar een verpleeghuis moet, wij zien het als vrienden of buurtgenoten zich bekommeren om iemand die steun nodig heeft waardoor het leven een beetje fleurig blijft. We zien het bij al die medewerkers in de zorg als zij de ruimte krijgen om mensen te verzorgen zonder stopwatch. We zien het in onze buurten, waar mensen zich vrijwillig inzetten voor  sportclubs, buurtverenigingen, op school en in het bejaardenhuis.

We zien het in al die ouders die zich inzetten voor de beste toekomst voor hun kinderen. In hun vertrouwen dat als ze ziek worden, oud zijn of hulp nodig hebben, zij er niet alleen voor staan. Zij staan voor Nederland. Een land waarin “eigen verantwoordelijkheid” niet het eindpunt is, maar het startpunt voor betrokkenheid en samenwerking. Waar niet het recht van de sterkste en de grootste bek geldt, maar eerlijk delen. Dat is samen-leven.

Bij de demonstratie op het Malieveld eergisteren kreeg ik een doos met Persoons Gebonden Berichten. Berichten van mensen in het nauw, berichten, gericht aan de premier. Ik lees er een paar voor.

Geachte heer Rutte, beste Mark, nu bezuinigen op zorg en welzijn veroorzaakt opschuiven van problemen die later nog veel meer gaan kosten.

Beste Mark, ik hoor er ook bij.

Beste Mark, een samenleving voor iedereen, waar iedereen meedoet dat is het Nederland waar we voor moeten blijven strijden. Door deze maatregelen worden er mensen aan de kant gezet. Dat mag toch niet!

Beste Mark, wanneer wordt u weer wakker?

Wat deze mensen allemaal begrijpen, is dat het juist in tijden van crisis, belangrijk is dat we samen de schouders eronder zetten. Een andere houding kunnen we ons niet permitteren. En juist daarvoor, voor dat samen-leven, heeft dit kabinet een blinde vlek. Sterker nog, het kabinet breekt dit samenleven af. Het kabinet laat de problemen op de woningmarkt liggen, trekt een dikke streep door de inspanningen mensen aan het werk te helpen – zoek zelf maar een baan, ook als je arbeidsgehandicapt bent. Het kabinet doet niks aan crisisbestrijding, niks aan integratie, niks aan achterstanden in wijken, beknibbelt op onderwijs en onderzoek, laat buurthuizen en bibliotheken de deuren sluiten, schuift duizenden werknemers de WW in, sluit de toegang tot beschut werk, onthoudt mensen passende zorg en onderwijs, geeft mantelzorgers een financiële boete en maalt er niet om als mensen met een licht verstandelijke handicap aan hun lot overgelaten worden. Het gaat hier om het sociaal weefsel van onze samenleving dat voortdurend onderhoud vraagt. Maar deze coalitie laat straks een verwaarloosde samenleving achter.

Wij Nederlanders maken ons zorgen over de samenleving. Het antwoord van het kabinet is: meer markt, minder overheid. Dat is geen antwoord. We moeten de overheid niet afschaffen maar terugwinnen. Terugwinnen van de toezichthouders, de colleges van bestuur, de raden  en de zelfstandige bestuursorganen. Moderner maken, denken vanuit mensen in plaats van wetten, helpen in plaats van plagen.

Voor de zomer heb ik de premier aangesproken op het stapelen van bezuinigingen. Vaak komt het allemaal terecht bij mensen die met een beetje hulp heel goed kunnen deelnemen aan de samenleving: de jongen met het syndroom van Down in een sociale werkplaats, de man met een dwarslaesie als directeur van een onderneming, de jonge vrouw met een licht verstandelijke handicap in een aangepaste baan in een zelfbedieningszaak. De premier kon mij toen niet vertellen wat de inkomenseffecten van de stapeling zijn voor de mensen die het raakt zijn noch op welke wijze er in zijn kabinet rekening werd gehouden met de gevolgen voor de participatie van de mensen die het treft. Maar, zo beloofde hij, op Prinsjesdag zou hij nauwkeurig inzicht verschaffen.

Dat nauwkeurig inzicht heeft hij niet gegeven. Achterin de begroting Sociale Zaken zit een tabel waarin de effecten van de meeste ingrepen ontbreken. Opnieuw vertelt dit kabinet geen eerlijk verhaal. Het is opnieuw een voorbeeld van de Haagse papieren werkelijkheid, en staat ver van de werkelijkheid van alledag voor deze mensen. De werkelijkheid is dat alleen al in Amsterdam straks 19.000 jongeren, veelal met een verstandelijke beperking, in grote problemen komen, en als je niet oppast op straat of in verkeerde handen. De werkelijkheid is dat mensen met een arbeidshandicap straks thuis op de bank zitten, zonder die werkplek en met een uitgeklede uitkering. De werkelijkheid is dat kinderen met gedragsstoornissen straks geen zorg meer krijgen en ook niet zeker zijn van een plek in het onderwijs.

Ik vraag de premier zijn onverschilligheid af te schudden en zijn verantwoordelijkheid te nemen voor de gevolgen van zijn maatregelen op de mogelijkheden van mensen om deel te nemen aan de samenleving.

Want dat is waar het hier echt om gaat. Het Kabinet gaat het om bezuinigingen. Maar het moet gaan over de vraag of mensen mee kunnen doen in de samenleving. Dat is wat de meeste mensen het liefste willen. Het gaat erom de zorg en begeleiding, en de kans op onderwijs en werk zó te organiseren dat mensen maximaal mee kunnen doen.

Ik wil de garantie dat geen enkel kind straks dankzij deze maatregelen het ouderlijk huis moet inruilen voor een instelling. Ik wil de garantie er straks geen kinderen thuis zitten omdat zij geen plek in het speciaal onderwijs krijgen. En ik wil de garantie dat geen enkele WSW-er straks thuis op de bank zit omdat er geen beschermde werkplek meer is.

Alles gaat op de schop de komende jaren en ten dele terecht: Het passend onderwijs, speciaal onderwijs, de jeugdzorg, de Persoongebonden Budgetten, de Wet Werk en Bijstand, de Wajong en Sociale werkvoorziening. Er bestaat veel overlap en samenhang tussen deze regelingen. Het gaat vaak over dezelfde mensen. Nu het kabinet alles overhoop gaat gooien, hoe is het dan mogelijk dat er geen de afstemming tussen alle stelselherzieningen is?

Verkokerde departementen werken langs elkaar heen, er is geen verbindende doelstelling en de razend ingewikkelde uitvoering wordt onderschat. Het gevolg is dat het kabinet aankoerst op een ongekend harde ingreep in het leven van heel veel mensen met grote uitvoeringsrisico’s en kansen die er zijn op werkelijke verbeteringen gaan verloren.
Ik vraag de premier de samenhang zo snel mogelijk alsnog aan te brengen en zich te verdiepen in en verantwoordelijkheid te nemen voor de voor veel jongeren en gezinnen rampzalige gevolgen van stapeling van bezuinigingen. Niet alleen waar het de inkomenseffecten betreft, maar óók de kans op participatie. Dat vergt meer dan een vangnetje waar de Minister-president gisteren naar verwees (50 mln bijz bijstand). Mensen moeten gewoon mee kunnen doen in de samenleving. Ik vraag de premier hoe hij dat gaat regelen en garandeert.

De rekening van de crisis moet betaald worden en iedereen zal daaraan een bijdrage moeten leveren. Maar het kan eerlijker en verstandiger. Door pijnlijke maar eerlijke hervormingen niet uit de weg te gaan. En door iets van de allerhoogste inkomens te vragen, net als in alle landen om ons heen gebeurt. Dat laat zien dat ook diegenen die het zo goed hebben, zich bekommeren om het welzijn van onze samenleving. Van iemand die tonnen op zijn bankrekening krijgt vraagt dit kabinet veel minder dan van een lager inkomen of een modaal tot twee keer modaal inkomen. Zo lees ik de begroting, en naar ik aanneem de premier ook. Daarom heeft de PvdA in haar tegenbegroting een toptarief opgenomen. Ook vragen we van het bedrijfsleven en de banken een extra bijdrage.

De verlaging van de winstbelasting kunnen we ons niet permitteren in deze tijd. Wij kiezen ervoor om nodeloze stapelbezuinigingen op de zorg, het persoongebonden budget en de huurtoeslag terug te draaien en te investeren in het onderwijs en de veiligheid in steden en dorpen. Ook creëren we 10.000 banen waarmee langdurig werkelozen aan de slag kunnen. Zo laten wij zien dat het ook anders kan.

Het kabinet-Rutte kent van alles de prijs, en van niets de waarde. De eerste miljoenennota van deze coalitie leest als het product van een onverschillige boekhouder.

Ik reken het kabinet niet alleen af op een getal, maar vooral op de werkelijke gevolgen voor de mensen in ons land. Zorg liever voor banen dan voor rekensommen. Lieg niet over de bezuiniging op PGB maar red de regeling door soberder te worden en minder bureaucratisch. Gun mensen met een gewoon salaris een woning en laat de rijksten meer betalen voor hun hypotheek.

Terwijl de lasten voor de werknemers jaar in jaar uit worden verzwaard, zien we dat de werkgevers jaarlijks honderden miljoenen aan lastenverlichting krijgen. Op hetzelfde moment worden steeds meer vaste krachten ontslagen en vervangen door goedkopere flexkrachten. Zzp-ers, oproep- en uitzendkrachten moeten steeds meer de klappen opvangen van de crisis. En als het aan het kabinet ligt worden die klappen nog harder.

Want wat we zien is dat minister Verhagen wil dat werkgevers straks eindeloos tijdelijke contracten kunnen blijven verlengen zonder uitzicht op een vaste baan. Wat we ook zien is dat – ondanks de belofte van Wilders –  de ontslagbescherming toch wordt aangetast. Ik nodig de heer Wilders uit hier nu eens samen op te trekken tegen deze aantasting van de ontslagbescherming.

Er is zonder twijfel een groep mensen die kiezen voor flexibel werk of eigen baas zijn. Maar dan gaat het vaak om hoger opgeleiden. Voor veel anderen blijft de vaste baan, met carrièreperspectief, het ideaal. Zij willen, net als hun ouders, een gezin stichten, een hypotheek kunnen krijgen voor een eigen huis, vooruit kunnen komen in een bedrijf.

Dat is in onze arbeidsmarkt, waar flexibiliteit zonder zekerheid steeds normaler lijkt te worden, geen vrije keuze meer. Nederland is bijna Europees kampioen flex geworden. De praktijk is dat veel jongeren van tijdelijke baan naar tijdelijke baan hoppen zonder verder perspectief. De barre praktijk is dat bouwvakkers en zorgprofessionals worden ontslagen om als flexwerker of zzp-er weer ingehuurd te worden tegen lagere kosten. Heftruckrijders die te horen krijgen dat hun 8-urige contract een 4-urig contract wordt in het holst van de nacht, en als ze dat weigeren worden ze vervangen door flexibele Poolse arbeiders.

De PvdA wil dat er een einde komt aan dit soort praktijken. Dit is niet de bescherming die je van de overheid mag verwachten. Sociaal werkgeverschap wordt steeds meer uitgehold. Goedkoop voor de werkgever is hier duurkoop voor de samenleving. Want risico’s van ziekte en arbeidsongeschiktheid worden afgewenteld op de werknemer en – als de werknemer die niet kan dragen- uiteindelijk op de overheid. Nederland wordt pas productiever als bedrijven weer meer gaan investeren in de kennis en vaardigheden van hun werknemers, als zij hen aan zich binden. Niet als ze hun werknemers van de ene op de andere dag kunnen dumpen.

Wij willen dat bedrijven meer gaan meebetalen aan de werkloosheidsuitkeringen die ze zelf veroorzaken. Wij willen een rem op tijdelijke contracten. Wij willen een betere bescherming tegen ziekte en arbeidsongeschiktheid voor zpp-ers en een betere pensioenopbouw. Dat willen we fiscaal ondersteunen. We willen betere mogelijkheden voor scholing van flexwerkers. En we willen dat werkgevers verantwoordelijkheid gaan dragen voor flexwerkers bij ziekte en re-integratie. Ik hoor graag of deze coalitie bereid is deze mensen, die veelal onvrijwillig in flexibel werk terecht komen, te beschermen, meer zekerheid te bieden en hun kansen op de arbeidsmarkt te verbeteren.

Na een mailtje ben ik laatst op bezoek geweest bij twee aardige Hagenaren. Laat ik ze voor het gemak Henk en Ingrid noemen. Ze waren diep bezorgd over het dreigend verlies van de baan van Henk, die bij het Haagse vervoersbedrijf HTM werkt. Dat wordt aanbesteed. Ze maken zich grote zorgen over de moeder van Ingrid, die met lichamelijke beperkingen kampt. Met haar PGB en huursubsidie lukt het haar net het hoofd boven water te houden.

Geert Wilders noemt mij de grote gedoger. Het past bij zijn neiging alles te verdraaien. Maar meneer Wilders u kunt met woorden draaien en reuze slimme grappen maken. Er is één ding erger dan het breken van uw beloftes om het vervoer niet aan te besteden, om de zorg niet te bezuinigen, om ontslagbescherming te verdedigen. Er is één ding erger dan uw kiezers in de steek laten. En dat is: er niet eens verantwoordelijkheid voor durven nemen. U loopt weg bij debatten, u loopt weg voor uw eigen verantwoordelijkheid. U bent een Grote Goedkope Goochelaar die mensen teleurgesteld achterlaat.

Ruim tien jaar geleden werd het westen in het hart getroffen met de aanslagen van 11 september. Het symbool van de vrije handel stortte in elkaar in de hoofdstad van de vrije wereld. Duizenden mensen uit meer dan 90 landen, seculieren, christenen, moslims en joden, verloren het leven. De aanslagen vormden een afschuwelijk begin van tien moeilijke jaren. Jaren van oorlog in Afghanistan en Irak, aanslagen op Bali, in Jakarta, Casablanca, Marrakech, Madrid en Londen met een veelvoud aan slachtoffers. Met in Nederland de moorden op Pim Fortuyn en Theo van Gogh door een extremistische dierenactivist en een extremistische islamist. Het heeft ons geschokt, we zijn er bang door geworden. En recent was er de aanslag in Noorwegen door een anti-islam extremist. Met dit keer tientallen jonge sociaal-democraten als slachtoffer. Ze waren op een leeftijd waarop ik ook zelf politiek actief ben geworden. Ik was 18 toen ik lid werd van de PvdA. Het was midden jaren zestig. Een generatie stond op om het juk van de betutteling en beperking van zich af te werpen. Een generatie die door hoop gedreven werd. Die geloofde dat de samenleving maakbaar was. En daar ook voor streed.

Hoe anders lijkt het soms vandaag. Niet de hoop, maar de angst regeert. De angst voor aanslagen van een extremist of een gek. De angst voor een economische ramp. De angst voor de islam of de angst voor elkaar in een samenleving met zoveel verschillende culturen en geloven. We mogen niet toestaan dat de angst gaat regeren. Laten we dat na tien jaar bange tijden achter ons laten. Dat kan. We kunnen vertrouwen op onze kracht. De euro kan overeind blijven als politici niet bang zijn voor de kritische kiezers, maar lef tonen. We kunnen economisch de strijd met China en India aan als onze leiders vooruit kijken en zorgen dat we investeren in de slimste, snelste en beste arbeidskrachten van de wereld door het beste onderwijs. De spanningen in de samenleving zijn te overbruggen als we hard werken aan integratie en gezamenlijk  de vrijheden die we hier hebben opgebouwd voor iedereen verdedigen. Het kan. Maar het vergt wel leiderschap.

De aanslagen in Noorwegen  waren niet alleen aanslagen op de sociaaldemocratie. Ze waren bovenal een aanslag op de hoop. De hoop van een nieuwe generatie. De hoop op een welvarend land, een open land, een saamhorig land. De hoop van een jonge generatie dat de toekomst beter wordt dan vandaag. Het is Breivik niet gelukt. De Noren hebben eendracht getoond: meer democratie, meer openheid en meer tolerantie was hun antwoord. De hoop blijft leven en is sterker geworden.

Wij kunnen hier veel van leren. Het geloof in de kracht van de samenleving. Het belang van elkaar vasthouden in barre tijden. Het zelfvertrouwen dat we gezamenlijk sterker kunnen worden. Niet verdelen maar verbinden. Onze samenleving is te bijzonder om te verwaarlozen. We willen geen land van boekhouders maar van vrije Nederlanders. Fatsoenlijke zorg in plaats van eigenwaarde wegbezuinigen. Goede scholen in plaats van leerfabrieken. Veilige buurten in plaats van onbeschoftheid. Respect voor werk in plaats van graaien door de grootste. Ik roep de minister president op de ogen te openen voor de echte uitdagingen die voor ons liggen. Kijk naar de pijn in de samenleving, investeer in de kracht van Nederland. Het kabinet, ook dit kabinet kan rekenen op onze steun bij plannen die mensen echt sterker maken. Maar ik zal u te vuur en te zwaard bestrijden bij iedere aanval op de ware Nederlandse identiteit: het fundamentele geloof dat we er samen sterker uit kunnen komen.

Geef een reactie

Laatste reacties (33)