4.482
125

tekstschrijver en schipper, geobsedeerd door de energietransitie

Paul van Egmond is geobsedeerd door de energietransitie en werkt in het dagelijks leven als tekstschrijver en schipper. Hij woont in Amsterdam, niet in een zoekgebied, heeft twee dochters en voert tot op heden geen betaalde opdrachten uit voor overheden of partijen in de energiesector.

Kerncentrales zijn nu geen alternatief voor wind-op-land

Tegenstanders van windmolens en zonnepanelen op land voeren soms kernenergie op als alternatief. Daar moeten ze mee stoppen. Vind wat je wilt van kernenergie; op dit specifieke moment kán kernenergie geen alternatief zijn voor windmolens en zonnevelden.

cc-foto: Siggy Nowak

We werken aan een energietransitie die in 2050 een nagenoeg broeikasgasvrije samenleving oplevert. Het is belangrijk dat we die eindstreep halen, maar ook hoe we er komen: als we op de huidige voet doorgaan met fossiele brandstoffen en op 1 januari 2050 van de ene op de andere dag in 2050 geen CO2 meer zouden uitstoten, dan hebben we alsnog een groot probleem: onze uitstoot tot 2050 draagt dan zoveel bij aan klimaatverandering dat het niet meer (genoeg) uitmaakt dat we vanaf 2050 ‘schoon’ opereren. Daarom zijn de tussentijdse doelen voor 2030 zo belangrijk: 49 procent minder broeikasgassen dan in 1990 (in Europees verband is dit doel inmiddels opgeschroefd naar 55 procent) en minimaal 70 procent van onze elektriciteit uit duurzame bronnen.

Het is te laat voor kerncentrales op korte termijn
2030 is al over 9 jaar, een oogwenk in beleidstermen. We moeten dus flink aanpoten om de doelstellingen voor duurzame energie te halen, met concrete projecten voor zonne- en windenergie die er snel kunnen komen. Dat punt van snelheid lijkt voorbij te gaan aan sommige tegenstanders van wind-op-land die kernenergie voorstellen als alternatief.

Meerdere kerncentrales neerzetten kost in Nederland meer dan 10 jaar. Die zijn in 2030 niet klaar, waarmee we een belangrijke mijlpaal in de energietransitie zouden missen. Alweer. Sterker nog: in 2030 zijn ze niet alleen nog niet af; waarschijnlijk is de bouw dan nog niet eens begonnen én waarschijnlijk is het in 2030 nog niet eens zeker dat ze gebouwd zullen worden.

Het draagvlak voor kerncentrales is in Nederland tamelijk onzeker. Het staat wel vast dat tegenstanders van kernenergie zullen doorprocederen tot de laatste snik. En stel dat het eindresultaat van al die procedures is dat de kerncentrales er niet komen? Dan staan we in 2030 met lege handen. Zonder kerncentrales én zonder windmolens.

Politici en kerncentrales
Lokale en landelijke politici, waaronder die van CDA Amsterdam, spinnen momenteel garen bij de vele protesten tegen windmolens op land. Zij spreken steun uit aan de tegenstanders, en reppen van alternatieven: meer zon op dak (gebeurt al), meer wind op zee (gebeurt al), en ook dus kerncentrales. Maar zij weten ook dat als je in 2030 een kerncentrale wilt hebben draaien, je al minstens vijf jaar geleden begonnen had moeten zijn.

FvD en JA21 waren altijd al tegen de energietransitie; van hen is de roep om kerncentrales te verwachten. Maar ook het CDA zou ze dus wel willen; liever dan wind-op-land althans. Het gekke is: ze hebben er niets aan gedaan om meer kernenergie mogelijk te maken in Nederland. Geen subsidieregelingen ontworpen; geen coöperatieve vereniging opgericht met als doel een kerncentrale te bouwen; geen pro-nucleair standpunt in hun verkiezingsprogramma; geen vergunning aangevraagd. Niets.

En tóch stond eervorige week een lokaal CDA-raadslid op een drassig veldje te verkondigen dat we in plaats van windmolens rond Amsterdam ‘gewoon’ een paar kerncentrales moeten neerzetten. Een bad faith argument, zoals je dat in het Engels zo mooi kunt zeggen: je weet dat het onzin is maar je zegt het toch.

Voor 2030 is kernenergie simpelweg te laat. Wil je toch kernenergie inzetten voor de energietransitie, begin dan nu te ontwerpen voor 2040. Of jaag R&D aan voor thoriumcentrales in 2050. Daarvoor ben je nu op tijd. Maar dóe het dan ook! En vergeet niet dat we de doelen voor 2030 óók moeten halen. Met zon en wind, op land en op zee.

Nabrander: wat vragen we van de rest van de wereld?
Aan alle tegenstanders van wind-op-land: voor het tegengaan van klimaatverandering is Nederland sterk afhankelijk van de inspanningen van de rest van de wereld. Dat we het in ons land, deels beneden de zeespiegel gelegen, überhaupt in ons hoofd halen om te treuzelen, zelfs af te dingen op de energietransitie, is koren op de molen van NIMBY’s over de hele wereld. Ik hoop dat elke Amsterdammer zich dat terdege beseft.

Geef een reactie

Laatste reacties (125)