1.538
13

Socioloog

Merijn Oudenampsen (1979, Amsterdam) is socioloog en politicoloog. Sinds januari 2011 doet hij als promovendus onderzoek naar populisme en culturele studies bij de Universiteit van Tilburg. Hij was gastredacteur van de 20e editie van het tijdschrift Open, de Populistische Verbeelding. Hij schrijft regelmatig voor boeken, bladen en tijdschriften, over stadsontwikkeling, kunst, politiek, filosofie en wat dies al niet meer zij.

Klassenstrijd

Over een nieuwe polarisatie met een aloude thematiek

Het was de meest zichtbare uiting van het oproer binnen de VVD. Op de website van de VVD verschenen vele duizenden reacties onder de aankondiging van het regeerakkoord. Op het moment van schrijven zijn het er inmiddels 16808. Velen voelden zich verraden. Sommigen pleitten voor een splitsing van de VVD. Anderen voor de oprichting van een nieuwe partij. Maar wat bovenal opvalt, is de totale afwezigheid van de culturele thema’s die de afgelopen tien jaar de politieke agenda hebben bepaald.

“De hogere inkomens moeten zich opnieuw verenigen!”, staat er in een commentaar. Anderen pleiten voor de oprichting van een nieuwe partij: “Een partij die wel rechts is. Met andere woorden, die wel opkomt voor de wat hoger opgeleide werknemer die zich kapot werkt!” Weer een andere reactie vraagt om een partij “voor de goed verdienende werknemers en een voor de ondernemers.”

Het is duidelijk. Voor deze mensen is de VVD in de kern van haar wezen niet de volkspartij die zij voorgeeft te zijn. Het beeld van de hardwerkende Nederlander als de gewone man die zich van zijn zuurverdiende belastingcentjes beroofd ziet door een migrantenknuffelende linkse elite, is hier vervangen voor de leaseauto rijdende grootverdiener.

Ook vinden we een andere definitie van rechts dan we gewend zijn. Niet langer is het verzet tegen het multiculturalisme en het kosmopolitisme van de linkse grachtengordel bepalend, nee rechts dient in de eerste plaats op te komen voor het economische belang van de hoger opgeleiden en de hogere inkomens. We hoorden vergelijkbare geluiden van VVD burgemeesters op het NOS journaal. Vergelijkbare verhalen waren te lezen op de opiniepagina’s. Hier is iets fundamenteels aan de hand.

Scheidslijnen
De hedendaagse Nederlandse politiek, zo stelt men in de politieke wetenschap, wordt gekenmerkt door twee belangrijke politieke scheidslijnen. Een culturele en een sociaaleconomische tegenstelling. Deze scheidslijnen stelt men meestal voor als een assenstelsel, zoals ook bij het kieskompas het geval is. Er is een verticale as, met aan het ene uiterste zogezegd de conservatieve nationalisten (PVV, SP) en aan de andere kant de progressieve kosmopolieten (GL, D66). Dan is er de horizontale sociaaleconomische as, waar de traditionele links-rechts strijd zich afspeelt over materiële verdelingskwesties, met de SP en de VVD als uitersten.

De verwatering van de links-rechts tegenstelling onder paars, zoals Bart Tromp op memorabele wijze uiteen heeft gezet, creëerde de ruimte voor een andere tegenstelling om de politiek te gaan beheersen. De nieuwrechtse cultuurpolitiek van Fortuyn was geboren. De afgelopen tien jaar is door de niet aflatende activiteit van het rechtspopulisme, de culturele tegenstelling centraal komen te staan in de politiek. Het waren de rolluiken tegen de bakfietsen, Henk & Ingrid tegen de coalitie van multiculturele elites en Fatima & Mohammed. Een conflict waarbij Wilders aan de ene kant en D66 en GroenLinks aan de andere kant, de meest vooruitgeschoven posities innamen.

Veel opiniemakers en sociaal wetenschappers zijn de dominantie van deze culturele scheidslijn als een structureel gegeven gaan zien. Een tegenstelling die op vrij dubieuze wijze wetenschappelijk verklaard werd uit een groeiende kloof tussen (progressieve) hoogopgeleiden en (conservatieve) laagopgeleiden.

Lente
Sinds het Lenteakkoord is er echter sprake van een andere dynamiek. Vlak na het akkoord, droeg ik een column voor in een debat met Jan Marijnissen, Frans Timmermans en Paul Kalma in mei 2012. Mijn analyse was toen als volgt:

Lange tijd kenmerkte de politiek zich door twee smaken: vooruit of achteruit, progressief of conservatief, kosmopoliet of nationalist. Een apolitiek en postideologisch idee, mooi verwoord in de GroenLinks slogan “Zin in de Toekomst”. Na het Kunduz akkoord is er geen neutraal midden meer, er is enkel een linkse visie en een rechtse visie op de crisis, investeren of bezuinigen. We beleven een verrassende terugkeer van de ideologie. De eerdere polarisatie op het gebied van cultuur en integratie heeft na het Kunduz akkoord plaatsgemaakt voor een polarisatie op sociaaleconomisch gebied.

Nu werd in de media het Lenteakkoord overwegend gezien als een overwinning van het midden op het rechtspopulisme van het kabinet Rutte I. Den Haag kon weer rustig terugkeren naar bestuurlijke no-nonsense politiek. Althans dat was de hoop.

Wat er werkelijk gebeurde was dat onder druk van de economische crisis het politieke landschap razendsnel kantelde en een nieuwe polarisatie zichtbaar werd. Nieuwe polarisatie
De aanvang van deze ontwikkeling was het Lenteakkoord zelf. Het gewraakte akkoord was een harde scheiding der geesten, met aan de ene kant de rechtse monetaristen die pleitten voor harde bezuinigingen en verlaging van de lonen, en aan de andere kant de linkse neo-Keynesianen (SP en PvdA) die lieten weten dat bezuinigen in een tijd van crisis de problemen enkel verergert; er moet geïnvesteerd worden.

Deze tegenstelling is sindsdien dominant gebleven. De linkse partijen hebben weliswaar hun positie gematigd, uit vrees uitgesloten te worden bij de coalitievorming. Uit vrees zich te veel te marginaliseren in een Europees bestel dat onder Duitse leiding hard inzet op een neoliberale bezuinigingspolitiek. Niettemin stond in de aanloop naar de verkiezingen de strijd tussen links en rechts centraal, waarbij de VVD en SP lange tijd tegen elkaar opboksten in de peilingen.

De uitslag van de verkiezingen werd door de media alweer geframed als een keuze voor het midden: ‘De kiezer is de polarisatie meer dan zat’ (Trouw). ‘Geen gewaagde experimenten over de flanken, maar orde op zaken’ (de Volkskrant). ‘Bestuurskracht nodig’ (NRC Handelsblad). Zoals velen al hebben opgemerkt, is dit een fundamenteel incorrecte lezing, een oppervlakkig wensdenken, net als het idee dat de uitslag een keuze voor Europa zou zijn, zoals de Financial Times meldde.

Zowel de PvdA als de VVD hadden zich in de aanloop naar de verkiezingen ver uit het politieke midden gemanoeuvreerd om de flanken zoveel mogelijk de wind uit de zeilen te halen. Daarna dachten Rutte en Samsom in de formatie onbekommerd terug naar het midden te kunnen bewegen. Het gevolg werd snel duidelijk: grote onvrede onder het electoraat. De positie van Mark Rutte in deze is enigszins vergelijkbaar met die van Mitt Romney: na een zeer conservatief begin van zijn campagne, moest Romney zich weer in het midden zien te positioneren in de slotfase van de verkiezingen, wat zijn geloofwaardigheid niet ten goede kwam.

Hetzelfde ongemak staat de PvdA te wachten als de partij in tegenstelling tot de beloofde eerlijkheid, mensen van sociale rechten (WW, huurwoning) moet gaan ontdoen, in de tijd dat die juist het hardste nodig zijn.

De dominantie van deze nieuwe tegenstelling verklaart een aantal zaken. Het verklaart de irrelevantie van Wilders. De PVV profileert zich conservatief op cultureel gebied en gematigd links op sociaaleconomisch gebied. Nu de nadruk op sociaaleconomische thema’s is komen te liggen, kan de PVV haar politiek moeilijk gaan framen als een strijd tegen de linkse elite. De verontwaardiging van de PVV over Rutte zijn ruk naar het midden en de tegemoetkoming op het gebied van nivellering is niet makkelijk uit te leggen in Henk & Ingrid termen. In tegenstelling tot de rednecks – de conservatieve arbeidersklasse in de V.S. – is er in Nederland geen historische haat ten opzichte van het socialisme. De enige mogelijke strategie voor Wilders in deze context is het culturaliseren van economische tegenstellingen, door er bijvoorbeeld een Nederland vs. Europa thema van te maken. Voorlopig lukt dat niet en lijkt de PVV een marginale factor te blijven.

Het gekantelde landschap is tevens een van de bepalende factoren in de crisis van GroenLinks. De partijtop van GroenLinks heeft zich blindgestaard op de culturele as. Of, zoals de gefaalde partijstrateeg Jesse de Voogd het noemde, de lifestyle tegenstelling tussen bakfietsen en rolluiken. De partij heeft precies de tegenovergestelde problematiek als Wilders: zij is cultureel progressief, maar heeft op sociaaleconomisch gebied een ruk naar rechts gemaakt. Naast alle persoonlijke verwikkelingen kwam de partij met zichzelf in de knoop te liggen toen zij in het Lenteakkoord voor de rechterzijde van het politieke spectrum koos. Dit alles in de volle overtuiging dat haar progressieve cultuurpolitiek de doorslag zou geven. D66 heeft natuurlijk minder ongemak met haar rechtse economische profiel en heeft stemmen kunnen winnen als de ‘nette’ optie ten opzichte van de VVD. Bij de CDA is eerder het gebrek aan enig profiel op economisch gebied het probleem. Zij heeft zich in de verkiezingen opgesteld als kleurloze middenpartij. In een polariserende strijd tussen links en rechts was de partij simpelweg niet relevant.

Wat gaat de toekomst brengen?
Slechts een beperkt deel van de bezuinigingen van Rutte I zijn uitgevoerd, laat staan die van Rutte II. Crisis en bezuinigingen zullen de komende tijd de politieke agenda blijven bepalen. Verwacht nog veel te horen over verantwoordelijkheid nemen, offers maken, de broekriem aanhalen en meer van dat soort gemeenplaatsen van de crisispolitiek. Alle reden dus om aan te nemen dat de links-rechts polarisatie zich de komende tijd nog verder zal doorzetten.

In de formatie is de PvdA er relatief sterk uitgekomen. De sociaaldemocraten zullen het echter veel moeilijker gaan krijgen dan de VVD om een hard neoliberaal bezuinigingsbeleid aan haar kiezers uit te leggen. Zoals Ewald Engelen al opmerkte, het geplande beleid is fundamenteel in tegenspraak met de eerdere keynesiaanse overtuigingen van de PvdA, die uitgingen van de noodzaak van contracyclisch investeren in crisistijd. Met haar inzet op nivellering heeft de PvdA geprobeerd zich in te dekken tegen de toekomstige kritiek die zij van linkerzijde zal gaan krijgen, als de pijn van de bezuinigingen eenmaal gevoeld gaat worden. De nivelleringsmaatregelen vallen echter in het niet bij de grootte van het totale bezuinigingspakket, het zijn daarmee vergeleken slechts sociale accenten. Zoals de Amerikaanse uitdrukking gaat: je kunt een varken van lippenstift voorzien, het blijft echter een varken. In dit geval is het zeer de vraag of de rode lippenstift afdoende is. Economen voorspellen een significante stijging van de werkloosheid. Analisten van de ABN AMRO voorspellen een grote toename van bedrijfsfaillissementen. De crisis zal zich doorzetten en verergeren. De contradicties en incoherenties in de koers van de PvdA (bezuinigen op de WW in een tijd van werkloosheid, bezuinigen op huurbeleid in een tijd dat weinigen een hypotheek kunnen krijgen) zullen open en bloot komen te liggen.

Ruimte op links dus, en een fundamenteel instabiel kabinet. Dat belooft wat.

Merijn Oudenampsen is als socioloog verbonden aan de universiteit van Tilburg. 


Laatste publicatie van MerijnOudenampsen

  • Ter verdediging van Utopia

    2017


Geef een reactie

Laatste reacties (13)