Laatste update 17:46
3.733
59

Duoraadslid BIJ1 Amsterdam

Jelle de Graaf (1989) behaalde in Amsterdam West de eerste zetel voor de Piratenpartij in Nederland. Hij zet zich in voor een directere democratie waar mensen vaker dan tijdens verkiezingen iets in te brengen hebben. Naast zijn fractievoorzitterschap is hij campagnecoördinator voor de Piratenpartij bij de Provinciale Statenverkiezingen in Noord-Holland.
Jelle werd in 2018 duo-raadslid in Amsterdam voor BIJ1.

Klimaatracisme vraagt om een intersectionele klimaatpolitiek

Klimaatracisme gaat erover dat de mensen die het minst aan klimaatverandering bijdragen – ontwikkelingslanden, minderheidsgroepen, de oorspronkelijke bewoners van Noord-Amerika - het meest geraakt worden door haar gevolgen

cc-foto: UN Photo/Eskinder Debebe. Tebikenikora, een dorp van de eilandstaat Kiribati in de Stille Oceaan.

Niet de witte directeuren in het hoofdkantoor van Shell in Den Haag maar hun zwarte werknemers in de delta’s van Nigeria behoren tot de eerste slachtoffers van klimaatverandering. De mensen die de minste verantwoordelijkheid dragen voor de vernieling van onze planeet lijken er het hardst door geraakt te zullen worden. Daarom mag een linkse klimaatpolitiek er niet slechts op gericht zijn klimaatverandering tegen te gaan en haar gevolgen zoveel mogelijk te beperken. Zij moet ook zorgen dat de kwalijke effecten van klimaatverandering niet terecht komen bij die mensen die ze het minste kunnen dragen en dat de mogelijkheden van de energietransitie scheve machts- en inkomensverhouding niet vergroten maar wegnemen. Het is tijd voor een intersectionele klimaatpolitiek.

Intersectionaliteit of kruispuntdenken gaat er vanuit dat onderdrukking en discriminatie ontstaan door een samenspel van factoren als economische status, etniciteit, gender, lichamelijke gezondheid, seksualiteit, geboorteplaats en leeftijd en dat je die bij het onderzoeken van ongelijkheden dus ook altijd in samenhang moet bekijken. Hoewel intersectionaliteit in Nederland de laatste jaren aan een opmars bezig is, komt een intersectionele kijk op klimaatproblematiek hier nog niet van de grond. De klimaatbeweging is overwegend wit en lijkt los te staan van de rest van activistisch Nederland. Het is de hoogste tijd hier verandering in te brengen.

Sinds de waterverontreiniging van het overwegend gekleurde stadje Flint in 2014 in het nieuws kwam, heeft klimaatracisme aandacht in het mainstreamdebat. Ook de aanleg van de Keystone XL Pipeline, dwars door het leefgebied van de oorspronkelijke bewoners van Canada heeft hier aan bijgedragen. Klimaatracisme gaat erover dat de mensen die het minst aan klimaatverandering bijdragen – ontwikkelingslanden, minderheidsgroepen, de oorspronkelijke bewoners van Noord-Amerika – het meest geraakt worden door haar gevolgen en milieuverontreiniging in het algemeen en het minst delen in de opbrengsten van de energietransitie. In Nederland lijkt het debat op dit uitstekende stuk na echter amper begonnen. Toen Sylvana Simons bij haar maiden-speech in de Amsterdamse gemeenteraad het thema klimaatracisme aanstipte volgde er een ongemakkelijk gegniffel. Brengt Sylvana racisme nou zelfs met het milieu in verband kon je de raadsleden bijna horen denken. Het was een gemiste kans van de overwegend linkse gemeenteraad. Ik zou wel eens onderzocht willen zien welke Amsterdammers het meest geraakt worden door klimaatverandering en, als dit net als in het buitenland vooral minderheden zijn, wat we hier aan kunnen doen.

Hoewel de klimaatbeweging de naam heeft een elitair clubje te zijn is klimaatverandering alles behalve een luxeprobleem. Klimaatverandering en het opraken van fossiele brandstoffen zijn een direct en onvermijdelijk gevolg van het kapitalistisch systeem, met haar focus op eeuwige groei. Net zo onvermijdelijk raakt klimaatverandering in dit systeem minderbedeelden het eerst en het hardst. Het lijkt me geen toeval dat de Amsterdamse kolenhaven bij het kwetsbare Slotermeer ligt, en niet bij het duurdere Java-eiland. Onze ecologie en economie zijn onlosmakelijk verbonden. Willen we klimaatverandering bestrijden zullen we haar economische oorzaken moeten aanpakken. En willen we inkomensongelijkheid aanpakken moeten we kijken hoe de lasten van klimaatverandering en de lusten van de energietransitie goed terecht kunnen laten komen.

De energietransitie draagt een gigantische belofte van zelfbeschikking en democratisering mee. Door energie lokaal op te wekken en op te slaan kunnen we onze afhankelijkheid van buitenlandse mogendheden stoppen. Door de macht van monopolistische energiebedrijven te breken kunnen mensen zelf energieonafhankelijk worden. En ook met lokale voedselproductie kan de transitie naar duurzaamheid bijdragen aan zelfbeschikking en democratisering. Maar willen we deze belofte waarmaken moeten we wel zorgen dat de mogelijkheden van de energietransitie er voor alle bewoners van Nederland zijn. Bijvoorbeeld door zonnepanelen aan te leggen op de daken van sociale huurwoningen en te investeren in energie- en voedselcoöperaties waar ook mensen met mindere inkomens lid van kunnen worden. Duurzaamheid hoeft geen luxeproduct te zijn.

Ook internationaal hebben we een verantwoordelijkheid. Landen die relatief weinig uitstoten worden het eerst en hardst getroffen door klimaatverandering. Niet alleen kunnen zij niet zelfstandig de uitstoot van broeikasgassen in de wereld genoeg terugbrengen om hun leven veilig te stellen, daarvoor zullen we toch echt het westen moeten aankijken, ook hebben zij vaak niet de financiële mogelijkheden om de gevolgen van klimaatverandering te bestrijden. Naomi Klein illustreert de samenhang tussen onze koloniale wereldorde en klimaatverandering treffend. ‘Als orkaan Katrina de huizen van welgestelde, witte Amerikanen had doen verdwijnen, en niet die van hun zwarte landgenoten, als niet de Filipijnen maar Canada jaarlijks werd getroffen door historische tyfonen en niet Bangladesh maar Australië bedreigd werd met onderlopen zou zelfs de meest conservatieve regeringsleider tot actie overgaan’, houdt zij ons voor. Na eeuwen van koloniale onderdrukking is het de verantwoordelijkheid van het Westen haar uitstoot radicaal terug te brengen en landen die daar zelf de middelen niet voor hebben te helpen zich te beschermen.

Links heeft de dure plicht te werken aan een inclusieve, anti-racistische, sociale en internationale klimaatpolitiek. Daarvoor moet de klimaatbeweging zich openstellen en actief werken aan het werven van mensen met andere achtergronden en perspectieven. De overheid moet onderzoeken waar in Nederland en bij welke groepen de klappen van klimaatverandering en milieuverontreining het hardst vallen en daar tegen optreden. Zij moet investeren in het democratiseren van de duurzaamheidstransitie zodat alle inwoners van Nederland de vruchten kunnen plukken van duurzaamheid. We moeten werken aan een economisch systeem dat wel in balans is met onze planeet, onze uitstoot dusdanig terugbrengen dat we niet alleen onze eigen toekomst veilig stellen, maar ook die van andere landen. En we moeten investeren in het tegengaan van de gevolgen van klimaatverandering in landen die dat niet zelf kunnen doen.

Het is tijd voor een radicaal linkse klimaatpolitiek.

Geef een reactie

Laatste reacties (59)