4.942
65

Psycholoog, auteur, columnist

Roos Vonk is hoogleraar sociale psychologie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Ze is daar onder meer betrokken bij de master-opleiding Gedragsverandering.

Daarnaast heeft ze jarenlange ervaring als coach en trainer op het gebied van zelfkennis, authenticiteit, en zelfontwikkeling. Ze staat bekend om haar talent om wetenschappelijke inzichten op begrijpelijke en onderhoudende wijze te presenteren aan een breed publiek.

Vonk heeft een column in Psychologie Magazine en schreef eerder de bestsellers Ego’s en andere ongemakken, Menselijke gebreken voor gevorderden en Liefde, lust en ellende.

Klimaatsmoezen

De meeste Nederlanders zijn wel overtuigd dat klimaatverandering bestaat en dat we er iets aan moeten doen. Maar in hun gedrag zijn ze toch nog ontkenners

Er zijn gradaties van klimaatontkenning. Het meest extreem is ontkennen dat het klimaat verandert. Dat horen we niet veel meer, zeker niet in Nederland. Er zijn nog wel veel mensen die stellen dat klimaatverandering niet door de mens komt. Drogredeneringen die deze standpunten onderbouwen zijn hier te vinden.

Na deze twee komen redeneringen in de stijl van: het is er wel, maar we hoeven er niks aan te doen. Bijvoorbeeld:

  • De natuur regelt zichzelf, het ecologisch evenwicht herstelt zich vanzelf weer. We werden ook gewaarschuwd over zure regen en het gat in de ozonlaag, daar hoor je niets meer van. (Maar dat dit niet meer zulke urgente problemen zijn, komt juist doordat we er wél iets aan gedaan hebben.)
  • CO2 is goed voor de bomen, er komt meer groen en dat zal CO2 compenseren. (Onjuist)
  • Juist lekker, een paar graadjes warmer! Kunnen we in februari al een terrasje doen.
  • Als er echt iets moest gebeuren, dan werd dat toch allang gedaan? (een mooi voorbeeld van het omstandereffect: allemaal niets doen omdat anderen ook niets doen)

Klimaattreuzelaars

Klimaatsmoezen
cc-foto: Pxhere

De meeste Nederlanders zijn wel overtuigd dat (a) klimaatverandering bestaat, dat het (b) door de mens komt, en dat (c) we er iets aan moeten doen; ze maken zich vaak zelfs zorgen. Maar in hun gedrag zijn ze toch nog ontkenners. Want ze doen niets, of te weinig, of te laat. Deze mensen worden ook wel klimaattreuzelaars (‘climate delayers’) genoemd. Dit label is van toepassing op het leeuwendeel van de mensen in de westerse wereld, die vrijwel allemaal op te grote ecologische voet leven. Klimaattreuzelarij is ook een heel algemeen verschijnsel onder politici. Hoe rechtvaardigen deze mensen (wij bijna allemaal dus) het contrast tussen hun opvattingen en hun gedrag? Ik heb dat via twitter gepeild en dat heeft het volgende rijtje opgeleverd (niet in volgorde van belangrijkheid of prevalentie).

1. Er zijn veel ergere problemen. Dit excuus is bruikbaar voor élk probleem, er bestaan immers altijd ook nog andere problemen. Uit onderzoek dat ik in de jaren negentig deed (ja, toen deed men dit ook al, maar ging het niet om klimaat) bleek dat mensen die andere problemen belangrijker vinden, gewoonlijk aan geen enkel probleem werken; dus ook niet aan het probleem dat ze ‘erger’ vinden. Wijzen naar ‘ergere problemen’ is dus duidelijk een smoes om niets te hoeven doen.

2. Technologische vooruitgang gaat zo snel, daarmee lossen we het wel op. Deze categorie omvat ook alle technologische oplossingen die al bestaan en waarvan al is vastgesteld dat ze onvoldoende effect hebben, niet op tijd gerealiseerd kunnen worden of onbetaalbaar zijn. Bijvoorbeeld CO2 opslaan, weer kernenergie introduceren.

3. Ik doe al genoeg. Bijvoorbeeld: ik heb geen kinderen, ik fiets, ik scheid mijn afval. Dit zogenoemde ‘moral self-licensing’ is een grote valkuil: je doet één ding goed en verdient daarmee permissie om verder niets te doen. Vaak is dat ene ding ook nog iets dat weinig zoden aan de dijk zet. Om vast te stellen of je inderdaad genoeg doet, kun je je CO2-voetafdruk testen.

4. Er moeten gewoon minder mensen komen. Dat klopt. Maar het betekent niet dat je verder niks hoeft te doen. De grootste vervuilers zijn westerse mensen; die kunnen nu per direct minder vervuilen, terwijl het effect van bevolkingskrimp veel te lang op zich laat wachten.

5. We hoeven de klimaatdoelen pas te halen in 2030/2040/2050 enz. Dus er is geen haast (Rutte). Ook argumenten als ‘we moeten het eerst doorrekenen’ en ‘we moeten het er eerst over eens zijn hoe de lasten verdeeld worden’ vallen in deze categorie. Het is een bekende drogreden die ik uitgebreid heb beschreven in Je bent wat je doet: de later-illusie. Alles wat we vervelend vinden stellen we uit, alsof het later makkelijker wordt. Terwijl het juist moeilijker wordt. Het is zoiets als iemand die 20 kilo wil afvallen en zegt: dat doel hoef ik pas over een jaar te halen, dus kalmpjes aan (‘Morgen doe ik aan de lijn’). Als je in de tussentijd teveel blijft eten, wordt met elke dag de kans kleiner dat je je doel haalt.

6. We mogen helemaal niks meer. We worden betutteld door de overheid/ groene lobby/ klimaatkerk. Ik bepaal zelf wel hoeveel energie ik verbruik/wat ik eet. Ik wil best meewerken aan een oplossing, maar niet als het me zo door de strot wordt geduwd. Dit is een bekend probleem in de psychologie van gedragsverandering: reactance. Wanneer mensen het gevoel krijgen dat ze een bepaalde kant op geduwd worden, komen ze in verzet. Om hun keuzevrijheid te beschermen willen ze juist des te meer díé kant op. De vraag is natuurlijk of mensen die dit zeggen, wel iets aan klimaatverandering zouden doen als het niet werd gevraagd.

7. Het is iets van de linkse kerk/elite en daar wil ik niet bij horen.

8. Ik heb hard gewerkt en daarom heb ik recht op die vliegreis/biefstuk/extra lang douchen.

9. Ik wil wel maar ik kan niet. Bijvoorbeeld: Ik heb mijn auto nodig, er zijn nog te weinig laadpalen, ik kan het niet betalen, ik heb geen tijd om me erin te verdiepen. Voor een deel zijn dit geen smoezen maar reële belemmeringen: het zou veel helpen als de overheid klimaatvriendelijke producten goedkoper maakt en klimaatonvriendelijke duurder, en betere voorlichting geeft over wat mensen concreet kunnen doen. Daar is ook behoefte aan volgens een recente peiling.

10. Ik kan in mijn eentje geen verschil maken. ‘Dat kleine beetje dat ik doe heeft geen invloed op dit wereldwijde probleem.’ Of, op landelijk niveau: Nederland is te klein om verschil te maken. In deze categorie zitten ook alle argumenten die erop neerkomen dat anderen (mensen of landen) veel vervuilender zijn. Vaak ook in de vorm van beschuldigingen naar anderen: ‘zo lang XX zo veel vliegt ga ik me niet opofferen’. Zo wijst de individuele burger naar bedrijven/industrie, bedrijven wijzen naar het buitenland (‘Als wij stoppen met gas, gaat ergens anders op de wereld een smerige kolencentrale open’), het buitenland wijst naar een ander buitenland. Mensen/ wijken/ gemeenten/ provincies/ landen om me heen doen niets, waarom ik/wij dan wel? Bij elke deeloplossing die naar voren geschoven wordt, is de reactie: ja maar, de industrie/ veehouderij/ cruiseschepen/ India/ China/… hebben een veel grotere impact, dus dit heeft geen zin. Mijn/onze bijdrage is een druppel op de gloeiende plaat. Ook in deze categorie: die vliegtuigen vliegen toch wel, wat maakt het dan uit of ik erin zit? Dat vlees was toch al dood, dan kan ik net zo goed opeten.

Smoes of reëel bezwaar
Sommige van deze argumenten klinken wel erg smoezerig, maar ook dit punt is wel een reële belemmering. Het klimaatprobleem is groot en wereldwijd, en het ís veel gevraagd om het goede te doen wanneer je denkt dat anderen dat niet doen of dat jouw bijdrage nihil is. Maar bedenk ook dit:

a) Als de bijdrage van Nederland echt nihil was, dan was de uitstoot van Nederland 0. En als jouw individuele bijdrage er niets toe doet, dan zie je dat aan je CO2-voetafdruk (zie punt 3). Met z’n allen, met ieders kleine verwaarloosbare bijdrage hebben we klimaatverandering veroorzaakt; dus met z’n allen, met ieders kleine verwaarloosbare bijdrage kunnen we het ook weer afremmen.

b) Alle gedrag van mensen is besmettelijk. Doe je niets, wacht je af, wijs je naar anderen, dan steek je elkaar aan met dat gedrag (het omstandereffect). Kom je in actie, dan kan zich dat als een olievlek verspreiden. Dat proces is al gaande. De mensen die nu nog stil zitten, komen ook heus wel in beweging. Een minderheid van ongeveer 25% kan al voldoende zijn om een kantelpunt te creëren waar de meerderheid makkelijk omslaat.

c) Je doet het niet alleen. We doen het met z’n allen. Zoals Jelmer Mommers zegt: met je individuele bijdrage ben je deel van een grotere groep die gezamenlijk het verschil maakt. Alle vooruitgang is te danken aan mensen die níet wachten tot anderen iets doen.


Laatste publicatie van RoosVonk

  • Je bent wat je doet

    van zelfkennis naar gedragsverandering

    2019


Geef een reactie

Laatste reacties (65)