2.359
26

Hoogleraar humanitaire hulp

Thea Hilhorst is hoogleraar humanitaire hulp en wederopbouw aan Wageningen Universiteit. Haar onderzoeksprogramma speelt zich af in fragiele staten, conflictgebieden en in landen getroffen door natuurrampen, waaronder Angola, Congo, Mozambique, Ethiopië en Afghanistan. www.disasterstudies.wur.nl

Komt het geld voor Nepal wel goed aan?

Die vraag krijg ik deze dagen vaak

De meest gestelde vraag vandaag op de radio als het gaat over Nepal: ‘komt mijn donatie wel goed terecht’? Als we de beelden zien van de aardbeving en de verschrikkelijke schade aan tempels, huizen en wegen is er geen twijfel dat er veel geld nodig is voor de eerste opvang en de wederopbouw. De Verenigde Naties hebben de allereerste noodopvang geraamd op 400 miljoen dollar. Over de wederopbouw wordt nog niet gespeculeerd, daar wordt pas over een paar weken serieus naar gekeken. Wat veel mensen tegenhoudt om ruimhartig te geven, is de twijfel of het geld wel goed terecht komt.

Als we de vraag strikt tot op de cent opvatten, is hij terecht. Eerste opvang bij rampen is nooit op de eerste plaats ingericht op efficiëntie. Snelheid is het devies. Dan past het niet om uitgebreid langs een aantal groothandels te gaan om concurrerende offertes op te vragen voor duizenden dekens. Nee, dan wordt snel ingekocht en desnoods tegen stukprijs. Dan past het niet om goederen per schip aan te voeren. Nee, dan worden hulpgoederen op het vliegveld gezet.

Eerste noodopvang is dus duur, want mensen redden staat voorop. Juist deze noodopvang is de laatste decennia wel veel effectiever geworden. Er zijn flinke stappen gezet om hulp beter op elkaar af te stemmen, om de (dure en langzame) bureaucratie te verminderen en om optimaal gebruik te maken van lokale middelen. De meeste noodopvang komt tegenwoordig uit de regio. Er waren binnen drie dagen zo’n 1000 buitenlandse hulpverleners in Nepal. Voor het allergrootste deel kwamen die uit India en andere buurlanden. Misbruik van hulp in deze eerste fase kan wel worden aangepakt, maar vaak pas na afloop, als mensen klagen en misstanden onderzocht kunnen worden.

Als de nood eenmaal onder controle is, mensen zijn opgevangen en het verstrekken van hulp is georganiseerd, komt de wederopbouw aan de beurt. Hier zien we verschillende realiteiten optreden. Een deel van de wederopbouw gebeurt met redelijk kleinschalige projecten. Het zijn vaak de niet-gouvernementele organisaties, de NGO’s, en lokale overheden die deze projecten uitvoeren. Het gaat om huizenbouw waarbij families geholpen worden met basismateriaal terwijl ze zelf flink meewerken aan de constructie. Hier kan corruptie op verschillende manieren een rol spelen: een levering van materiaal die onderhands gegund wordt, materiaal dat niet precies voldoet aan de eisen waarvoor betaald wordt, een NGO directeur die baantjes geeft aan familie, of een dorpsleider die vriendjes voortrekt bij de toebedeling van huizen.

Over de hele linie worden dit soort projecten meestal goed uitgevoerd, en misbruik heeft meer het karakter van graantjes meepikken dan van grootschalige verduistering. Het blijft belangrijk hiertegen op te treden en er worden steeds meer manieren gevonden om dit soort misbruik terug te dringen. De hulp van nieuwe informatietechnologie die het bijvoorbeeld mogelijk maakt hulpgoederen te volgen speelt een rol. Nog belangrijker is het de hulp transparant te organiseren en kanalen open te hebben waar mensen hun verhaal kunnen doen als ze het mis zien gaan. Het zou echter een illusie zijn om te denken dat het helemaal uitgebannen kan worden.

Daarnaast speelt een grootschalige realiteit van wederopbouw. Dan gaat het om grote aanbestedingen voor wegenbouw, herstel van havens en elektriciteitsvoorzieningen, restauratie van scholen en andere publieke gebouwen. Dat is een ander verhaal. Dit soort projecten zijn altijd corruptiegevoelig, en dat is bij een ramp eerder meer dan minder het geval. Wereldwijd is de aanbesteding van projecten een probleem. De Nederlandse vastgoedfraude, of deze week de aanbesteding van het treinverkeer in Limburg, geeft de nodige reality check om niet alleen te denken dat dit ‘in die landen’ altijd zo gaat. ‘In die landen’ gaat het zo want het gaat overal zo, er is hooguit een gradueel verschil en bij een zwakke overheid als in Nepal zijn dit soort problemen meer zichtbaar. Bij rampen is het eerder meer dan minder het geval. Het gaat vaak om heel grote projecten en de meeste hulp komt uit het buitenland, zodat er meerdere schijven zijn waarlangs aanbesteding en controle verloopt.

Deze grootschalige wederopbouw speelt niet bij de donaties van Nederland aan giro 555. Dit is het domein van de Wereldbank en de grote internationale instellingen, daar komen NGO’s nauwelijks aan te pas. De Nederlandse Euro voor giro 555 of een ander particulier kanaal komt bijna altijd terecht in de meer kleinschalige hulp. Misbruik komt daarbij voor, maar op een schaal die niet opweegt tegen de echte hulp die gegeven wordt om mensen in Nepal weer op weg te helpen.

Geef een reactie

Laatste reacties (26)