742
4

Emeritus hoogleraar Gezondheidszorg

Ivan Wolffers (1948) studeerde af als arts. Sindsdien schrijft hij over medische onderwerpen, variƫrend van medicijnen tot zijn eigen prostaatkanker. Hij promoveerde in de medische antropologie en werd in 1989 benoemd tot buitengewoon hoogleraar aan de Vrije Universiteit in Amsterdam waar hij tot zijn emeritaat in 2014 Gezondheidszorg en Cultuur doceerde.

Kun je letterlijk ziek worden van een mediahype?

Elke dag een gezond weetje van Ivan Wolffers, vandaag over hoe mediaberichtgeving een nocebo-effect kan hebben op je gezondheid

Onlangs was ik ergens bij een bedrijf waar iemand me vertelde dat het verstandig was om elk uur even een kwartier naar buiten te gaan om het wifisyndroom te voorkomen. De radioactieve golven van het wifisignaal zouden namelijk behoorlijk schadelijk zijn. De vraag is echter of het wifisyndroom wel bestaat. Ik weet het niet want het beschikbare onderzoek is nogal magertjes. Als ik er iets over zou moeten beweren zou het gebaseerd zijn op wat ik denk, geloof, aanvoel. Voor geloof moet je in de kerk zijn en niet bij de wetenschap aankloppen.

Maar daarover gaat het onderzoek dat me vandaag opviel niet. Dat gaat over de invloed die berichtgeving in de media op het wifisyndroom heeft (of wat voor andere mogelijk mediahype dan ook). 

147 gezonde willekeurig gekozen vrijwilligers werden verdeeld over twee groepen. De ene helft kreeg een BBC programma uit 2007 te zien, waarin op nogal sensationele wijze over het wifisyndroom werd bericht. De andere groep keek naar een neutrale documentaire over hetzelfde fenomeen. Vervolgens gingen de laptops open – in een ruimte waarin mensen dachten dat ze wifi hadden – en werd er gekeken wat er gebeurde. Het interessante was echter dat de ruimte waarin ze zaten helemaal geen wifi had.

Wat bleek? 54 procent van de 147 deelnemers aan het onderzoek had last van verschijnselen zoals tintelende vingers of concentratieproblemen, en dat is nu net typisch voor het wifisyndroom. Dat hadden ze zojuist in het programma kunnen zien. Verreweg de meeste mensen die verschijnselen van het syndroom hadden, zaten in de groep die de sensationele berichtgeving had bekeken.

Tja, we zijn mensen, leven in groepen en zijn daardoor bijzonder gevoelig voor beïnvloeding. Het is niet anders. Dat kan in gunstige zin gebruikt worden als je positieve beïnvloeding veroorzaakt. Bij gezondheidsklachten gebeurt dat via het gebruik van een placebo. Je gebruikt iets waarvan je denkt dat het een medicijn is en je klachten verdwijnen, maar in feite is het een fopmiddel. Dat placebo-effect is vaak verrassend groot. De gewone dokter dankt voor een belangrijk deel zijn resultaten overigens ook aan het placebo-effect, hoewel hij het toeschrijft aan de wetenschap. Als de beïnvloeding negatief is (voodoo) spreekt men van nocebo: je gelooft dat je bewerkt bent en je krijgt de verschijnselen. Of zoals in dit onderzoek: je hebt net gezien dat dat wifisyndroom een probleem aan het worden is en je krijgt de verschijnselen.

De onderzoekers zeggen dat media ook niet zo sensationeel over medische ontwikkelingen moeten berichten. In dat geval hoop ik maar dat als je dit stukje op je iPhone of iPad hebt gelezen, je niet onmiddellijk onwel wordt door het wifisyndroom, want het is beslist niet mijn bedoeling geweest je te bewerken.

Volg Ivan Wolffers ook op Twitter
Iedere dag schrijft Ivan een Gezond Weetje op Joop. Het vorige weetje: Hormonen maken vrouwen kwetsbaar

Het nieuwe boek van Ivan Wolffers is: Het gezonde lifestyleboek


Laatste publicatie van IvanWolffers

  • Broer van God

    Oktober 2017


Geef een reactie

Laatste reacties (4)