746
6

Het Beste Idee is een jaarlijks verschijnende bundel van uitgeverij De Wereld waarin meer dan honderd wetenschappers, journalisten en kunstenaars vertellen wat zij het beste idee van het voorbije jaar vonden, op hun eigen vakgebied of daarbuiten, van henzelf of van een ander, in binnen- of buitenland.
De ingezonden ideeën gaan over politiek, filosofie, mens en maatschappij, innovatie, computers, geschiedenis en toekomst, theorie en praktijk. Soms behandelen ze grote algemene zaken en soms zijn ze concreet en klein. Door de bonte samenstelling ontstaat er een kruisbestuiving van ideeën. Sommige ideeën wringen met andere, alle ideeën wringen ergens met de werkelijkheid.

Kunnen we steden een gevoel voor humor geven?

Hoogleraar Anton Nijholt over de slimme stad waarin verkeersborden, stoeptegels en lantaarnpalen levend gemaakt kunnen worden.

Het Beste Idee is een bundel waarin een groot aantal wetenschappers, journalisten, schrijvers, filosofen en kunstenaars vertellen wat zij het beste idee vinden dat ze het afgelopen jaar hebben gehoord, gelezen of bedacht. Joop publiceert de komende dagen een selectie uit die bijdragen. Deze keer beantwoordt Anton Nijholt de vraag of je steden een gevoel voor humor kunt geven.

De meest humoristische stad in de VS is Chicago. Een aantal humoronderzoekers turfde het bezoek aan humoristische websites, humoristische tweets, het aantal comedy clubs, en nog wat van die zaken. Ook werden honderden mensen ondervraagd om tot een ranking van steden te komen. In Engeland is het Bristol dat de titel van speelse stad claimt. Kunstenaars en wetenschappers werken samen om door middel van speelse steedse installaties, zoals pratende lantaarnpalen, de stad die naam te bezorgen. In dat kader had ik het voorrecht in 2014 een voordracht te mogen houden over hoe je een stad speelser kunt maken of zelfs een gevoel voor humor kan geven. Bristol was de derde stad (na Chicago en Krakau) die ik in 2014 aandeed met mijn verhaal.

Ontwikkelingen in de informatie- en communicatietechnologie zorgen ervoor dat, waar we ook zijn, sensoren weet hebben van onze aanwezigheid, van ons gedrag en zelfs van onze uitwisseling van gedachten met anderen. Sensoren die ons volgen, of het nu in huis- of werkomgeving is, in openbare ruimten of in pretparken, zullen steeds meer aanwezig zijn en onvertraagd van ons handelen weten en het kunnen voorspellen. Naast de sensoren zijn er actuatoren. Informatie die verzameld wordt door sensoren leidt tot actie door actuatoren.Dat kan gaan van het automatisch inschakelen van licht als het donker wordt, het activeren van een verdwijnpaal in het wegdek tot het tonen van een berichtje op je slimme bril.

Slimme omgevingen
Het kan leiden tot een verandering in de omgeving waarin iemand zich bevindt. Met wat wel genoemd wordt het ‘Internet of Things’, kunnen slimme omgevingen voortdurend van vorm en inrichting veranderen. Zo ook de slimme stad. Verkeersborden, stoeptegels en lantaarnpalen kunnen levend gemaakt worden. De reclamekreet “De stad leeft!” krijgt een nieuwe betekenis.

Het herkennen en creëren van potentieel humoristische situaties wordt mogelijk. Humortheorie, in het bijzonder de ongerijmdheidstheorie, kan ons daarbij helpen. Zorg ervoor dat in onze steden de sensoren en actuatoren op scherp staan voor het creëren van potentieel humoristische en absurde situaties, die ingevuld kunnen worden door de inwoners.

De sensoren en actuatoren worden steeds intelligenter, of anders gezegd: ze gaan steeds meer van het werkelijke leven en ons gedrag afweten. We mogen dus verwachten dat ze niet enkel potentieel humoristische situaties creëren, in te vullen met menselijk gedrag, maar dat ze zelfstandig humor gaan genereren en mensen ‘slachtoffer’ laten worden van practical jokes. Ze kunnen mensen terecht laten komen in situaties die we kennen van funny home video’s, maar dan kunstmatig gecreëerd door onze slimme en van ongerijmde humor bewuste sensoren en actuatoren die ingebouwd zijn in de omgeving.

Natuurlijk, er zullen zuurpruimen opstaan die zeggen: Niet in mijn stad. Bijvoorbeeld Youp van ’t Hek, die met steeds groter afgrijzen Amsterdam ziet ‘verworden’ tot pretpark voor toeristen en mensen ‘uit de provincie’. We beginnen dus in Amsterdam en het moet geen probleem zijn om deze zuurpruimen niet alleen zichzelf te laten blijven, maar ook om ze een historisch verantwoorde en door technologie ondersteunde rol te geven in een speelse stad met gevoel voor humor.

Anton Nijholt is hoogleraar mens-machine interactie aan de Universiteit Twente. Zijn belangstelling gaat uit naar speelse toepassingen van de computer. Daarbij past onderzoek naar de aansturing van apparaten met hersenactiviteit, lichaamsbewegingen, gebaren en gezichtsuitdrukkingen. Gedurende de laatste jaren heeft hij zijn eerder onderzoek op het gebied van het door computers begrijpen van humor weer opgepakt.

Geef een reactie

Laatste reacties (6)