1.916
121

Directeur Amnesty International

Eduard Nazarski is sinds maart 2006 directeur van Amnesty International, afdeling Nederland. Hij werkte 15 jaar bij VluchtelingenWerk Nederland, waar hij eerst verantwoordelijk was voor de ondersteuning van vluchtelingen en later voor de beleidsbeïnvloeding. De laatste 6 jaar van zijn dienstverband was hij er algemeen directeur. Nazarski was tot zomer 2008 voorzitter van de European Council on Refugees, een samenwerkingsverband van 65 NGO's in 28 landen in Europa.

Kwetsbare mensen in vreemdelingenbewaring

De nieuwste berichten uit het land van Slot en Grendel

Bijna anderhalf jaar geleden schreef ik over ‘Justine’, een jonge vrouw uit de Democratische Republiek Congo, die 6 maanden in Vreemdelingendetentie doorbracht en gelukkig plotseling werd vrijgelaten. Ik pleitte toen voor alternatieven voor het opsluiten van vreemdelingen, zoals een meldplicht of een borgsom. Minister Leers heeft inmiddels voorzichtige stappen in die richting gezet. Helaas hebben vreemdelingen in detentie daar op dit moment nog niets aan.

De afgelopen dagen vond ik drie nieuwe dossiers op mijn bureau, alledrie gaan ze over vreemdelingen die in bewaring zijn gesteld, niet omdat ze iets strafbaars hebben gedaan, maar alleen omdat ze het land moeten verlaten. Jaarlijks gaat dat om zo’n 8000 mensen. Amnesty International houdt zich nu al een aantal jaren met dit onderwerp bezig en ik heb al heel veel schokkende verhalen gehoord. Maar deze keer raakte ik toch echt weer even in ademnood.

Het eerste dossier dat op mijn bureau ligt betreft een vrouw van 32 jaar uit Zimbabwe. Haar medisch dossier in detentie meldt: mogelijk Post-Traumatische Stress Stoornis(PTSS) bij verkrachting in het verleden in Zimbabwe en bij het zien van de verkrachting van haar toen 9 jarige dochter.’ Desondanks wordt ze in detentie na elke overplaatsing of transport gevisiteerd. En dat betekent in Nederland: uitkleden en drie kniebuigingen maken. Volgens de dienstinstructies van het detentiecentrum Zeist moet iedere ingeslotene die langer dan een dag buiten het centrum is geweest bij terugkomst worden gevisiteerd. Dit gebeurt altijd, indien mogelijk, door personeelsleden van hetzelfde geslacht. Omdat mevrouw de visitatie blijft weigeren wordt ze in een isolatiecel geplaatst. Het personeel trekt haar kleren uit. Een mannelijk personeelslid doet haar volgens procedure bij weigering een beenklem om. Omdat mevrouw weigert de drie kniebuigingen te maken inspecteert een vrouwelijk personeelslid haar bilnaad. De medische dienst treft haar die dag naakt aan in haar cel, ze wil niet praten en staart alleen maar voor zich uit. Als maatregel van orde wordt mevrouw twee dagen in de isoleercel opgesloten.

Daarna open ik mijn email en ik lees het bericht van een advocaat die zich zorgen maakt over de detentie van twee bejaarde vrouwen. Eén van hen loopt met een rollator en is afkomstig uit Burundi. Na een aantal maanden verblijf in de Vrijheidsbeperkende Locatie wordt ze door de Dienst Terugkeer en Vertrek met een treinticket op de trein naar Roosendaal gezet. Daar raakt ze de weg kwijt, ze zwerft rond en valt. De ambulance en de politie worden gebeld en in overleg beslist men in alle wijsheid haar in detentie te plaatsen. Daar zit ze nu. Volgens haar advocaat stamelt ze voortdurend dat ze zo niet naar Burundi kan. De andere vrouw is afkomstig uit Sri Lanka, ze heeft een zoon in Nederland. Ook haar uitzetting lijkt niet te lukken. Haar presentatie voor de ambassade – al maanden geleden – heeft niets opgeleverd. Ze wordt eerst in de Vrijheidsbeperkende Locatie geplaatst, ze houdt zich keurig aan de meldplicht, maar het helpt haar niet, ook zij wordt in vreemdelingendetentie geplaatst. Lichtere middelen dan detentie zijn volgens de minister in beide zaken niet aan de orde omdat de vrouwen niet mee zouden werken aan hun terugkeer. Beide vrouwen hebben geen idee hoe ze hun terugkeer moeten regelen en begrijpen niets van hun detentie.

Enige tijd later krijg ik telefoon van een collega. De Ethiopiër Abu Kurke is in vreemdelingenbewaring geplaatst. Dat kan niet waar zijn denk ik opnieuw. Abu Kurke ontvluchtte de wreedheden in de Ethiopische gevangenis, kwam in Libië terecht en deed vervolgens drie dramatische pogingen om uit Libië weg te komen. De eerste keer wordt zijn schip door een boot van de Italiaanse overheid terug naar Libië gestuurd. Daar wordt hij acht maanden achter de tralies gezet. De tweede keer raakt het gammele vaartuig met ongeveer zeventig passagiers aan boord in nood en dobbert 15 dagen rond. Ze krijgen geen hulp van passerende NAVO schepen, helikopters en vissersboten. Wel gooit de helikopter nog wat water en koekjes naar beneden. Na twee weken zijn nog maar negen mensen in leven. Het bootje strandt opnieuw in Libië en weer wordt Abu Kurke wekenlang gevangen gezet. De schipbreukelingen besluiten daarna op zoek te gaan naar hulp in Tunesië, maar onderweg worden ze opnieuw aangehouden en gedwongen in een boot te stappen. Deze keer komen ze na veertig uur in Lampedusa aan. Abu Kurke is getraumatiseerd, voelt zich niet veilig in Italië en krijgt er niet de medische zorg die hij nodig heeft.

Hij zoekt hulp in Nederland, maar terwijl de Raad van Europa haar onderzoeksrapport naar het zogenaamde NAVO incident publiceert krijgt Abu Kurke opnieuw de handboeien om. Ditmaal om te worden opgesloten in een Nederlandse gevangenis.

In reactie op vele brieven en rapporten van Amnesty International over vreemdelingendetentie in Nederland stelt de minister tijdens het algemeen overleg op 29 februari 2012 opnieuw dat detentie alleen als laatste middel wordt toegepast. Ook belooft de minister extra aandacht te besteden aan kwetsbare groepen. In de praktijk komt van beide uitgangspunten bitter weinig terecht.

Lees ook van Nazarski op Joop.nl: Een nieuw bericht uit het Land van Slot en Grendel

Geef een reactie

Laatste reacties (121)