775
15

Directeur UN Women Nationaal Comité Nederland

Marije Cornelissen (1974, Stiens) was tot 2014 Europarlementariër voor GroenLinks en vice-voorzitter van de Groene fractie. Nu is zij directeur van het UN Women Nationaal Comité Nederland

Laten we Super-Olli in zijn eentje de arbeidsmarkt hervormen?

In het Nederlandse parlement zou geen minister wegkomen met de botte-bijl-aanpak van Olli Rehn. Het is een ongehoorde aanval op de welvaartsstaat

Deze week publiceert de Europese Commissie voor de derde keer haar ‘jaarlijkse groeiraming’ en ‘waarschuwingsmechanismeverslag’. Ingewikkelde namen die ambtelijke en technische documenten doen vermoeden. Maar in werkelijkheid wordt hierin het sociaal-economisch beleid voor de eurozone uitgezet. Beseffen we dit en letten we wel goed op of dit beleid deugt?

Sinds het begin van de eurocrisis heeft de Europese Unie met horten en stoten een Europees economisch bestuur op poten gezet. De Europese Commissie houdt niet langer alleen een oogje in het zeil bij de nationale begrotingen, maar ook bij op nationaal beleid in de financiële sector, op de arbeidsmarkt en de huizenmarkt. Als de economische stabiliteit in gevaar komt, geeft de Commissie adviezen voor hervormingen mee. Worden die genegeerd, dan kunnen landen uiteindelijk sancties verwachten van Eurocommissaris Olli Rehn. Rutte was de grote pleitbezorger van de versterkte rol voor “Super-Olli”.

De argumentatie voor deze adviezen snijdt hout: economisch falen van één land kan een bedreiging vormen voor de hele eurozone. Dat geldt voor een te hoog begrotingstekort in Griekenland, maar ook voor een opgeblazen financiële sector (Ierland), een te groot handelsoverschot (Duitsland), een overmatige  hypotheekschuld (Nederland) of een vastlopende arbeidsmarkt (Italië).

De lastige vraag is echter: wat is precies economisch falen en wat zijn de juiste beleidsadviezen die de Europese Commissie moet meegeven aan landen? Het levendige publieke en politieke debat dat dit zou moeten opleveren, blijft echter uit. In Nederland staart men zich blind op de begrotingstekorten in Zuid-Europa die “Super-Olli” streng moet corrigeren, terwijl de discussie over welke hervormingen de Commissie zou moeten stimuleren om structurele economische zwaktes aan te pakken gemeden wordt.

De adviezen van de Commissie zijn vaak zinvol: zo vroeg de Commissie Nederland vorig jaar om congestie tegen te gaan met een kilometerheffing en dit jaar om de hoge private schuld te verminderen door de hypotheekrenteaftrek af te bouwen. Maar andere adviezen zijn uiterst controversieel.

Neem bijvoorbeeld de arbeidsmarkt. Uit een 171-pagina tellende analyse die de Commissie in september publiceerde blijkt welke hervormingen de conservatieve liberaal Rehn en zijn ambtenaren in gedachten hebben. De diagnose: arbeidsmarkten zijn te rigide, sociale zekerheid is te duur en de lonen te hoog. De bijbehorende “oplossingen”: maak de belastingen op arbeid minder progressief, bouw secundaire arbeidsvoorwaarden af, hef belemmeringen op voor het aanbieden en vernieuwen van tijdelijke contracten op, zorg ervoor dat de onderhandelingsmacht van vakbonden verzwakt, verlaag het minimumloon en verleng de werktijden.

Dat is geen nieuwe balans tussen flexibiliteit en zekerheid, geen bijdrage aan een eerlijke verdeling van kansen, maar een ongehoorde aanval op de welvaartsstaat. Het wantrouwen bij de Europese bevolking voor de zo noodzakelijke Europese afstemming zal er alleen maar groter door worden. In de Tweede Kamer zou een minister nooit wegkomen met een dergelijke botte-bijl-aanpak van de arbeidsmarkt. Vermoedelijk in geen enkel nationaal parlement in Europa en ook niet in het Europees Parlement.

Het probleem is dat het Europarlement nauwelijks invloed heeft op de grillen van commissaris Rehn. Zijn jaarlijkse sociaal-economische visie belandt direct op  de tafel van de Europese regeringsleiders. Hoewel die de economische sturing van de Commissie moeten goedkeuren, was dat de afgelopen jaren weinig meer dan een formaliteit. Nationale parlementen, ook de Tweede Kamer, hebben hun regeringsleiders nauwelijks aan de tand gevoeld voordat zij hun handtekening zetten. De verbazing of boosheid van mensen over dwingende Europese aanbevelingen  voor de arbeidsmarkt of huizenmarkt komt pas op het moment dat ze op de deurmat vallen in Den Haag.

Dit moet anders. Het Europees Parlement, sociale partners en nationale parlementen moeten zich vanaf stap één kunnen mengen in de richting van het Europees economisch beleid. Dan zullen we zien of de visie van Rehn draagvlak heeft in Europa en kunnen we democratisch bepalen dat we een andere kant op willen  met Europa.

Geef een reactie

Laatste reacties (15)