Laatste update 21:25
4.625
41

Lid Stadsdeelcommissie Amsterdam West (PvdA)

Namens PvdA zit ik in de Stadsdeelcommissie Amsterdam West. Ik werk al jaren binnen Justitie en Jeugdzorg.

Lekker de schuld bij de juf neerleggen, ja hoor

Wat ik niet begrijp is dat wij alles weten en zien gebeuren en er toch niks aan doen

Dierbare landgenoten,

Help mij dit te begrijpen, alstublieft. Kijk…

cc-foto: toonheirweg

Jamal is een geboren Nederlander maar wordt gezien als Marokkaan. Hij is heel slim, verbaal lenig en haalt een giga Cito-score op het einde van de basisschool. Op advies van de juf kiest de familie voor een prominent gymnasium, wel aan de overkant van de stad. Jamal is net 12 jaar oud, meer een kind nog dan een jongen, maar hij gaat.

“Voelde je je gediscrimineerd, met je hoofddoek tussen die rijke, witte ouders?”
“Nee joh. In Marokko kijken artsen en zo erg op je neer, hier helemaal niet,” was het antwoord van de moeder, sneller dan het einde van mijn vraag.

Binnen paar maanden was haar zoon weggestuurd. Er volgde een reeks aan pijnlijke gebeurtenissen: wel of niet welkom op een andere school, elders weer verwijderd zonder alternatief, dan thuis wachten, dan afwijzingen… Het werd de jongen tegen het systeem. Het systeem dat de jongen amper ziet, vooral zijn gedrag.

Op het kind inzoomen vanuit een brede context en ook kritisch kijken naar de omgeving (ligt het aan “ons” of alleen aan deze prille intellectueel?), het zijn mooie voornemens, die alleen nog al eens vergeten worden als een kind niet komt uit de dominante groep. Per slot van rekening heeft de meerderheid altijd gelijk. Het is de eenzame Jamal die de balans moet maken: verloren jeugd en verpeste toekomst.

Een paar jaar later barst het verkiezingsseizoen los, vrijwel op dezelfde wijze als (ver) voor de geboorte van Jamal. Monden van de politici hoeven zelfs niet te worden geopend, wij weten er al wat er uit komt: kansen(on)gelijkheid als prioriteit en beter onderwijs. Niemand meer, noch onze minister De Jonge, die het ontkent: “We zijn nog geen Amerika, maar de kansenongelijkheid neemt wel toe”. Hoewel in maart 2017, vlak voor zijn aantreden, spetterde het van de beloftes aan de kiezers: “Volgens verkiezingsprogramma’s breken gouden tijden onderwijs aan”.

Dat goed onderwijs van doorslaggevend belang is voor kansen(on)gelijkheid is evident. Dat wij er niet in slagen om dat goed te organiseren net zo. Wij hebben de wil en het geld, de beloftes, en toch…: “In ons onderwijs speelt zich een catastrofe af.” Of “Laaggeletterdheid groeit onder jongeren” en “De witte buren fietsen langs de gekleurde school de wijk uit”, steeds meer en meer.

De wetenschap is er allang uit: “De kloof tussen leerlingen van hoog- en laagopgeleide ouders wordt steeds groter. Die segregatie is gevaarlijk…” Omdat racisme en discriminatie zich ongehinderd blijven nestelen tussen ons, waarvan de gevolgen in toenemende mate zijn voelbaar.

Geld is er. Echt. Als het om onderwijs gaat, is de regering niet gierig. Steeds opnieuw wordt gedacht dat het met een paar miljoen extra echt moet gaan lukken. Toch is van vooruitgang geen sprake. De cijfers zijn onze beste vrienden niet. We blijven opgezadeld met de treurige en ruige kant van onze (oneerlijk) verdeelde welvaart.

De wil is er ook. Echt. “Dag buurtschool, het is tijd om te gaan mengen”, roept een witte moeder in de Volkskrant in volle oprechtheid. Bewonderingswaardig is de spiegel die zij zichzelf en ons voor houdt. Aan de wil om te mengen ontbrak het haar niet en toch koos zij er niet voor. “Au. Ik voelde me gewoon niet zo, eh, thuis tussen de hoofddoeken en Adidas-slippers. Ik zag het niet zitten om die sociale ladder af te dalen.” Daarom vraagt ze aan de overheid om in te grijpen: “Alleen met quota zal het lukken scholen gemengder te krijgen.”

Voor veel klasgenoten was Jamal de eerste Marokkaan in het echt. Hij mocht op bezoek, zijn moeder kreeg de koffie aangeboden. Bij de eerste grap over Adidas-slippers, tasjes, bontkraagjes en zulke lachte Jamal mee, bij de derde lachte iedereen behalve hij. Hoofddoeken komen ook geregeld aan bod op het schoolplein. Het kind wilde ooit rechter worden. Hij werd dat te vroeg. Nog onvolmaakt en breekbaar stond hij op tegen het onrecht, de vernedering en de minachting die hem en de zijnen wordt aangedaan.

Je verzetten met de juiste woorden, als je in je wezen wordt gekrenkt, is een kunst die we van huis uit moeten leren. We doen het op de manier die past in de groep waarin we opgroeien. Of leren we op school, van de juf en onze klasgenoten. Eenmaal in een onbekende groep kunnen de aangeleerde gewoonten leiden tot wederzijds onbegrip en vervreemding. En dan ontstaat al snel een spiraal waarin een woordenwisseling bekvechten wordt. Of schelden over en weer.

Een onderwijssysteem dat uitsluiting op basis van klasse of culturele verschillen laat voortwoekeren kan geen kansengelijkheid tot stand brengen. Kinderen op jonge leeftijd uitsorteren pakt al even slecht uit. Bijzonder (religieus) onderwijs creëert selectie aan de poort en verdiept de scheidslijnen. Jong geleerd is oud gedaan, dus wat we op onze jeugdige leeftijd niet mee krijgen, is nauwelijks later in te halen.

Dat mengen gaat dus niet vanzelf. Nu we ook weten dat het aantal Nederlanders met een migratieachtergrond zal toenemen “van 4,2 miljoen inwoners in 2020 naar tussen de 5,3 en 8,4 miljoen in 2050.”, gaan we onze adem inhouden en hopen dat het goed afloopt of gaan we iets structureels veranderen aan ons systeem? Bijvoorbeeld door jongeren veel langer samen naar school te laten gaan en pas op hun vijftiende te laten doorstromen naar verschillende niveaus en types onderwijs. Zodat de kinderen rijp genoeg zijn voor een volgende levensfase?

En door niet meer de juf de schuld geven voor een onterecht laag schooladvies, maar een instrument te ontwikkelen dat kinderen over de jaren volgt, waardoor willekeur verdwijnt. En dat bijzonder (religieus) onderwijs, is dat nog wel verantwoord? Moeten wij onze jeugd – onze toekomst – in het heden scheiden of juist mengen? Is een gelijk/ identiek/ seculier onderwijspakket geen betere basis voor gelijkwaardigheid? Gezellig samen en gemengd naar school. Een school, waar klassen – rassen – en andere verschillen niet tellen, maar slechts vriendschappen en verliefdheden, kennis en groei?

Wat ik niet begrijp is dat wij alles weten en zien gebeuren en er toch niks aan doen. “Een probleem dat met geld is op te lossen, is geen probleem”, zei mijn vader altijd. Blijkbaar hebben wij te maken met een hardnekkige kwaal die alleen te genezen is met een totaal andere aanpak. Niet met extra geld, maar met radicale keuzes. Of zie ik het verkeerd?

Geef een reactie

Laatste reacties (41)