1.811
55

Historicus

Maarten Middelkoop studeerde geschiedenis in Groningen. Hij woonde een jaar in Belgrado, een decennium in Londen en nu in Antwerpen. Hij schrijft af en toe een column.

Lekker vooroordelen met Hollanders

Onze vooroordelen zijn de brandstof waarop iedere affaire loopt, zo ook bij Yunus

Wie zégt dat er geen perpetuum mobile bestaat? De média zijn een perpetuum mobile – een eeuwigdraaiend schoeprad dat incidenten en affaires in zich op zuigt, om ze dagen later vergruizeld weer uit te spuwen.

Het meest recente slachtoffer van dit rad? De twaalfjarige Yunus. De reden? Simpel: de strijd om zijn voogdij ontwikkelde zich van een confrontatie tussen een moeder en een aantal overheidinstanties – iets waar we niet in geïnteresseerd zijn – tot een confrontatie tussen onszelf – het stampende, joelende Oranje-legioen, dat naar elke voetbalwedstrijd afreist met de overwinning eigenlijk al op zak – en ‘hullie’: Turkse moslims.

Onze vooroordelen zijn de brandstof waarop iedere affaire loopt. En in het geval van de Yunus-affaire konden we ’s Neerlands favoriete setje vooroordelen weer eens oergezellig van stal halen: die over moslims.

Dus viel er weer een week lang in talrijke columns te lezen, en ik parafraseer: “Wij Hollanders zijn hoogontwikkeld want wij respecteren homo’s. Wij hebben altijd gelijk want wij zijn rijker en beter georganiseerd en menslievender, en wij vangen kinderen wél goed op. Dus draai er maar niet langer omheen: wij zijn superieur. Er kan er maar één het superieurst zijn. En laat dat nou net toevállig ons wezen. Nou, toevallig? Maar niet héus toevallig.”

Dat we het daarbij over een twaalfjarig jongetje hebben dat in onzekerheid leeft, een moeder die haar kind jarenlang – ten onrechte – niet heeft mogen zien, lesbische pleegouders die – ten onrechte – gestigmatiseerd worden, in een schrijnende kwestie die alleen verliezers kent, dat is bijzaak voor de cultureel superieure Hollanders en Turken. Ook voor mij trouwens. Ik was eigenlijk gewoon op zoek naar een onderwerp voor mijn stukje. Doe die Yunus-affaire dan maar.

Was er ooit een beter bewijs voor mijn eigen huichelachtigheid dan mijn bezoek aan Istanbul, tien jaar geleden? We waren de miljoenenstad goedgemutst binnengereden, maar hopeloos verdwaald in het labyrint van straatarme buitenwijken. In het schijnsel van een piepklein winkeltje parkeerden we onze sjofele camper om wat te eten te halen. Meteen verschenen in het braakliggende perceel ernaast tussen roestende golfplaten en zwerfvuil een tiental donkere ogen. Straatkinderen. Smoezelig en teneergeslagen stonden ze daar. Een anachronistisch, Dickensiaans tafereel.

Dus rekenden we wat extra pakken koek af en een six-pack huismerkcola. Voor we wegreden gaven we het af aan de jochies, die ons aankeken alsof er een delegatie aartsengelen in oogverblindend licht was neergedaald, speciaal voor hen.

Terwijl de schemerige straten van de miljoenenstad een tel later weer aan mij voorbijtrokken, voelde ik me – onderuitgezakt in mijn stoel – even een soort westerse halfgod, een Hercules, die in zijn oneindige goedheid en gulheid pakken koek en sixpacks huismerkcola verdeelde onder de noodruftigen der aarde.
Huichelarij. Borstklopperij. Ik weet wat het is. Het is ook de Turkse media in de Yunus-affaire niet vreemd. Ze zijn ons evenbeeld. We denken in onze toorn dat we de slechtheid van de Ander haarscherp kunnen ontwaren. Maar we kijken gewoon in de spiegel. We zien onszelf.

Een superieure samenleving is een samenleving die zichzelf onder de loep neemt. Een superieure samenleving denkt niet in vaststaande groepen. Ik weet het: zoiets relativerends zeggen: het is zo typisch ‘geitenwollen-sokken’, zo nineties, zo niet post-Fortuyn.

Maar zó waar. Want luister maar. Het duizendkoppige gefoeter van de Turkse en Nederlandse chauvinisten overstemt en smoort de milde nuanceringen van de zelfkritische minderheid – aan beide kanten. Is dat niet wat écht onverdraaglijk is?

Geef een reactie

Laatste reacties (55)