2.844
28

Opiniepeiler

In 1971 ben ik afgestudeerd als Sociaal Geograaf bij de UvA in Amsterdam. Na een korte periode als wetenschappelijk medewerker ben ik 15 jaar actief geweest als onderzoeker, tussen 1973 en 1975 bij Inter/View, daarna samen met Hedy d’Ancona (Cebeon) en vanaf 1980 als mededirecteur van Inter/View. Vanaf 1976 was ik in de media actief op het terrein van verkiezingsonderzoek. Eerst bij Vara’s In de Rooie Haan. Later o.a. in Achter het Nieuws en NOVA.
In 1984 werd ik assistent van Anton Dreesmann, waarbij onder andere het project Micro Computer Club Nederland werd opgezet en ik directeur werd van Headstart in de Verenigde Staten. Bij de beursgang van Inter/View in 1986 werd ik gevraagd als voorzitter van de raad van commissarissen te functioneren. Dat heeft tot 1999 geduurd. Na vier jaar (1991-1995) te hebben gewerkt bij ITT Gouden Gids op het terrein van marketing en business development was ik drie jaar CIO bij Wegener Arcade. Daarbij onder meer verantwoordelijk voor de interne IT en de internetactiviteiten. Van 1998 tot en met 2001 ben ik CEO geweest van Newconomy.
Sinds 2002 run ik www.peil.nl, een opiniepanel, waarmee actuele ontwikkelingen in de Nederlandse samenleving op de voet gevolgd kunnen worden. En ik ben betrokken bij een aantal vernieuwingsprojecten op het terrein van technologie en media.

Let op de Eerste Kamer!

De kans is groot dat een nieuwe coalitie binnen enkele maanden de meerderheid in de Eerste Kamer verliest

In Nederland bepaalt de kiezer alleen met hoeveel zetels iedere partij in de Tweede Kamer komt. Dat is dan de uitgangspositie voor de partijen om via onderhandelingen tot een regeringscombinatie te komen. De grootste partij levert in het overgrote deel der gevallen ook de premier.

Steeds meer speelt bij de afweging van de kiezers bij Tweede Kamerverkiezingen een rol wie men wel of niet als premier wil en welke regeringscoalitie men wel of niet wenst (strategisch stemmen). En het zou best eens kunnen dat dit de komende verkiezingen meer zal gebeuren dan ooit – vooral omdat veel kiezers twee of meer partijen een kans geven. 
De onderstaande tabel biedt een overzicht van de 10 verkiezingen tussen 1977 en 2006 en de regeringen die vervolgens gevormd zijn. 

Ten slotte gebeurde het drie keer dat geen enkele combinatie een meerderheid had (1994, 2002 en 2006). In twee van de drie gevallen ging de grootste combinatie regeren met een derde partij (resp. LPF en ChristenUnie). In het derde geval was het de een na grootste combinatie. In 1994 en 2002 was de derde partij in het kabinet duidelijk de grootste partij van de overige partijen. In 2006 was dat met de ChristenUnie echter niet het geval. SP, PVV en Groen Links waren groter.

Op basis van de huidige peilingen zouden we wederom in de situatie komen dat geen van de combinaties van twee partijen een meerderheid haalt. VVD+PvdA staan nu samen op 66 zetels en de andere twee combinaties hebben 60 of minder zetels. In de volgende tabel zien we – op basis van die peiling – alle mogelijke combinaties met drie partijen (tot en met de ChristenUnie met 7 zetels). 

 

Vijf combinaties met twee grote partijen plus een derde partij hebben op dit moment meer dan 75 zetels. PvdA+VVD kunnen vier combinaties met nog een partij vormen, waarbij de vraag is welke ervan überhaupt reëel is. VVD+CDA kunnen op dit moment alleen met de PVV een meerderheid vormen. CDA+PvdA kunnen geen enkele meerderheidscombinatie vormen met een derde partij. 

Interessant is hierbij vast te stellen welke van deze 5 mogelijke combinaties op dit moment een meerderheid heeft in de Eerste Kamer.

 

Als de tabel van de mogelijke Tweede Kamer met die van de Eerste Kamer wordt vergeleken dan is vast te stellen dat er maar een combinatie van drie partijen is die in beide Kamers een meerderheid heeft, namelijk PvdA+VVD+SP! De andere 4 combinaties hebben die meerderheid niet. Enerzijds omdat de PVV 3 jaar geleden niet meedeed bij de Provinciale Statenverkiezingen en anderzijds omdat PvdA en VVD toen er slechter voor stonden dan nu.

Vanzelfsprekend kan er tot 9 juni nog veel gebeuren, maar belangrijk is daarbij te beseffen dat er sprake is van de wet van de communicerende vaten. Als een bepaalde combinatie meer zetels krijgt, dan gaan die van andere partijen af. Dat wordt dus een vrij delicate balans, waarbij op de avond van de verkiezingen uiteindelijk misschien zelfs 8 combinaties een regering kunnen vormen door een combinatie van twee grote partijen en een van de andere 5. Maar het is ook mogelijk dat er maar 1 à 2 combinaties mogelijk zijn. Maar wat die uitslag ook is, maar 1 of 2 zullen ook een meerderheid hebben in de huidige Eerste Kamer.

Op basis van de ervaringen bij coalitiebesprekingen in het verleden bleek het belangrijk te zijn welke reële alternatieven er mogelijk waren. Daarbij bleek dan ook een kleinere partij een belangrijke factor te spelen bij de besluitvorming. In 1994 had D66 met ieder van de drie combinaties van twee grote partijen een meerderheid kunnen vormen. Het was dus D66 die bepaalde wat de uitkomst werd (Paars).

In 2006 kon het CDA zowel een combinatie vormen met de PvdA als met een combinatie van VVD + ChristenUnie. Daarmee was het CDA de leidende partij bij. 

Wie na de verkiezingen op 9 juni a.s. de troef krijgt bij coalitiebesprekingen hangt niet alleen af van de vraag wie de grootste wordt, maar ook (en wellicht vooral) of er meer dan één combinatie van de drie grote partijen met een derde partij een meerderheid kan vormen. Er zijn op basis van de huidige peilingen immers 4 mogelijkheden: 

Geen enkele reële combinatie van drie partijen haalt meer dan 75 zetels. 

Alleen VVD+PvdA plus een derde partij haalt meer dan 75 zetels.

Alleen VVD+CDA plus een derde partij haalt meer dan 75 zetels. 

Zowel de combinatie van VVD+PvdA als de combinatie VVD+CDA met een derde partij haalt meer dan 75 zetels. 

Maar welke combinatie er ook mogelijk zou kunnen zijn de samenstelling van de Eerste Kamer zal een rol spelen. Niet alleen de huidige samenstelling maar zeker ook die na maart 2011 als er nieuwe verkiezingen zijn voor de Provinciale Staten.

Want er is ook een ander belangrijk gegeven:  Zowel in 2002, 2003 als in 2006 verloren één of meer partijen die in de regering zaten kort na de regeringsvorming de steun van een behoorlijk deel van de eigen kiezers, hetgeen vervolgens ook mede de gang van zaken in het kabinet beïnvloedde. (In alle drie gevallen kwam het kabinet ten val door de regeringspartij die op dat moment in de peilingen er het slechtst voor stond, resp. LPF, D66 en PvdA). 

Zeker gezien de ingrijpende bezuinigingsbeslissingen die in de komende tijd genomen moeten worden lijkt het in de lijn der verwachting dat welk kabinet er ook komt de steun onder het electoraat vrij snel niet zo groot zal zijn. En de kiezers van een deel van de regeringspartijen weer zullen wegtrekken naar oppositiepartijen binnen de eigen links-rechts vleugel. En als er dus een regering zou komen met slechts een paar zetels meer dan 75 zetels dan is de kans groot dat die partijen in de regering in de nieuwe Eerste Kamer in 2011 geen meerderheid zal krijgen. 

De kans is dus groot dat welke regering er ook in het najaar 2010 wordt gevormd, als die combinatie nu al een meerderheid in de Eerste Kamer heeft, die na de verkiezingen van maart 2011 zal verliezen!

Geef een reactie

Laatste reacties (28)