2.173
5

Kunstenaar

TINKEBELL is kunstenaar. In 2005 studeerde zij af aan de afdeling design van het Sandberg Instituut te Amsterdam. In 2004 verkreeg ze landelijke bekendheid met een handtas die zij gefabriceerd had van het bont van haar eigen kat. Begin 2008 deed ze opnieuw van zich spreken met de tentoonstelling Save the pets, waarbij ze in galerie Masters in Amsterdam, 95 hamsters tegelijk liet rondlopen in zogenaamde hamsterballen. Zij wilde hiermee laten zien hoe mensen omgaan met hun huisdieren. Haar werk leverde meermalen een storm aan publiciteit en kritiek op, inclusief haatmail en doodsbedreigingen. Een deel van deze haatmail en doodsbedreigingen werden gepubliceerd in het boek Dearest TINKEBELL uit 2009. Onlangs publiceerde zij het boek 'De Duitsers zijn uitgeschakeld' http://www.uitgeverijatlas.nl/result_titel.asp?Id=3666. Lees meer over haar op de website http://www.torchgallery.com/tinkebell-.html

Lieve mevrouw Amiri

Tinkebell schreef een brief aan de moeder van Tamana Amiri, wier man uitgezet is naar Afghanistan

Het is zondagochtend en vanmorgen ben ik om 6 uur opgestaan. Vandaag ben ik uitgenodigd om een column achtige tekst voor te dragen in een kerkachtige setting. Mijn tekst zou dan als een soort preek fungeren waarin ik een mooi verhaal vertel wat eindigt in iets bemoedigends.

Mijn wekker ging zo vroeg vanmorgen, omdat ik die tekst nog moest schrijven.
Ik had zelfs nog geen idee over hoe ik het aan zou pakken.
Bijna twee uur heb ik aan mijn bureau voor me uit zitten staren om om 10 voor 8 tot de conclusie te komen dat mijn hoofd niet staat naar een preek in een kerkachtige dienst.

Ik wilde u schrijven.

Ik ben me gaan douchen en nu, om half 9, staar ik weer naar mijn scherm.
Wat schrijf ik aan de moeder van Tamana?

Toen ik op 2 januari een email kreeg waarin stond beschreven dat uw man, Feda, na 18 jaar legaal in Nederland te hebben gewoond, op 5 januari zou worden gedeporteerd op basis van slechts een verdenking en zonder dat hij u en jullie kinderen gedag mocht zeggen voelde ik direct een diepe verontwaardiging.
Ik las dat hij werd verdacht van oorlogsmisdaden omdat hij 25 jaar geleden als politieagent had gewerkt voor het communistisch regime in Afghanistan. Er zijn binnen dat regime afschuwelijke, onmenselijke handelingen verricht. Maar dat de alle naar schatting ruim 140.000 ambtenaren uit die tijd daar aan hebben meegewerkt is zeer onwaarschijnlijk.

Dat zeggen ook de UNHCR en Amnesty International.

En uw man zegt dat ook, las ik.

Hij heeft niets te verbergen zegt hij.

Sterker nog, hij heeft gesmeekt om een onderzoek naar zijn achtergrond. Tevergeefs.
Ik dacht altijd dat in ons land niemand schuldig was totdat dat is bewezen.

Dat iedereen te allen tijd recht heeft op een eerlijk proces, hoe erg de misdaad ook is waarvan iemand wordt verdacht.
Ik weet ook dat Nederland, terecht, andere landen waar mensen zomaar zonder bewijs kunnen worden gestraft, op de vingers tikt.
Was Amnesty International hier niet groot mee geworden?

Door de email die ik op 2 januari dit jaar kreeg werd ik geconfronteerd met een andere realiteit. Wij straffen wel degelijk mensen waarvan we helemaal niet zeker weten of ze wel iets hebben misdaan. Onze angst voor oorlogsmisdadigers is zo groot dat we iedereen die op het verkeerde moment op de verkeerde plaats was, direct veroordelen, zonder proces.

Ik belde met Hans Spekman, de voorzitter van de PvdA en hij zei: We willen geen oorlogsmisdadigers in ons land, maar om alle oorlogsmisdadigers op te pakken moeten we een prijs betalen. Die prijs is dat daar ook onschuldigen tussen zullen zitten.

Ik weet dat ik waarschijnlijk een van de laatsten ben, maar ik heb Hans Spekman best hoog zitten. Misschien juist daarom schrok ik er zo van dat juist hij er zo over dacht. Een foutje dacht ik toen. En eerlijk gezegd denk ik dat nog steeds. En daar zie ik een lichtpuntje. Want foutjes, die kunnen we herstellen.
Daar valt iets te fixen.

Op 4 en 5 januari heb ik, samen met een groep vrienden, heel veel telefoontjes gepleegd naar de KLM om te proberen mensen te overtuigen uw man niet mee te nemen op de vlucht richting Afghanistan.
En toen op 5 januari bleek dat zijn vlucht met een uur werd vertraagd hoopten we dat dat betekende dat hij toch mocht blijven.
Maar helaas.

De beelden van een huilende Tamana die haar vader niet meer had mogen zien, gingen bij mij door merg en been.

Mevrouw Amiri, ik kan niet tegen onrecht.

En ondanks dat ik op dat moment nog niet wist hoe uw man in detentie was gekleineerd en geestelijk was mishandeld omdat hij weigerde om u en uw gezin in Nederland achter te laten. Dat ze hem twee weken lang naakt in een kamertje op hadden gesloten met 24 uur per dag lampen en camera’s op hem gericht.
Dat zelfs de behandelaar van de IND moest huilen toen hij werd uitgezet omdat ze wist dat het niet klopte, maar het beleid nu eenmaal moest uitvoeren.
Dat de mannen van de marechaussee die hem op de vlucht moesten begeleiden hem met geweld belaagden toen hij om hulp schreeuwde omdat hij u en uw kinderen niet wilde verlaten.
Dat ze hem het vliegtuig uitsleurden in een busje om hem daar op de grond te gooien, zijn knie te breken, zijn lichaam als een mummie in te tapen, zijn mond dicht te plakken en hem een zak over zijn hoofd trokken om hem op die manier terug het vliegtuig in te slepen om hem uiteindelijk liggend over de schoot van drie van deze mareshaussees de lucht in te sturen.

Dat wist ik allemaal nog niet toen ik vond dat het gewoon niet kon hoe iemand zonder bewijs van schuld de ergst denkbare straf kon krijgen: Losgerukt worden van de mensen van wie hij het meeste houdt.

U.

Jullie gezin.

Ondertussen zijn we driekwart jaar verder.
Deze week vertelde Tamana me dat ze vorige week voor het eerst sinds die dag met u en met haar broers heeft gesproken. Gelukkig.
Want ik weet dat er, toen uw man na zijn deportatie zoek raakte in Afghanistan, zo veel verdriet was in jullie gezin dat iedereen zich van elkaar begon af te zonderen.
Dat Tamana u helemaal niet had verteld dat ze van plan was haar vader achterna te reizen in de hoop hem te kunnen vinden.
Toen ik haar sprak, net voor haar vertrek, loog ze dat u er van wist.
Maar toen ze eenmaal in Kabul zat en ik uw jongste zoon sprak werd me al gauw duidelijk hoe jullie zo veel van elkaar houden, dat jullie elkaar allemaal sparen door niet te praten.

Tamana vond uw man in een ziekenhuis in Kabul en ik reisde haar achterna om te helpen en alles vast te leggen.
De wereld móest van dit onrecht weten. Maar ik leerde dat iemand helpen, zonder daar zelf beter van te worden, met slechts als motief dat je niet tegen onrecht kan, iets zeer verdachts is.
Er moest iets anders achter zitten, dat kon niet anders en al gauw werd mijn ‘geheime agenda’ gevonden in de kunsten. Ik was immers een kunstenaar en het woord Kunst staat gelijk aan Nep.
Het kon dus niet anders dan dat ofwel mijn motieven ofwel het verhaal van uw man allemaal waren gespeeld.

Van Tamana weet ik dat door deze achterdocht en twijfels het verdriet binnen jullie gezin nog groter werd. 

Dat spijt me.

Zo erg.

Nog nooit heb ik zo veel verdriet gezien in een meisje, Tamana..
Ik heb nog niet eerder gezien hoe een gezin waar zo veel liefde is, zo werd verscheurd.
Niet meer willen praten of samen eten of uberhaubt een slaapkamer uit willen komen omdat elke confrontatie met een ander gezinslid te pijnlijk is.
Mijn hart breekt, elke keer wanneer ik Tamana spreek en ze me verteld hoe kapot jullie zijn.

Ik kan niet tegen onrecht en daarom schrijf ik u vandaag deze brief. Omdat ik weet dat het me verdacht maakt.
Het is niet gebruikelijk om onrecht wat niet jou, maar een ander wordt aangedaan, tot het uiterste aan te vechten. Maar ik heb het Tamana beloofd en ik beloof het ook aan u: Ik ga dit oplossen.

Ik ga blijven aanvechten dat er niemand als schuldig mag worden behandeld totdat daar bewijs voor is. Dat iedereen een eerlijk proces verdient. Ook uw man!

Niet alleen ga ik dat doen waar uw man jaren lang om smeekte: Een onderzoek starten naar zijn achtergrond om zo een eerlijk proces af te dwingen. Maar ook ga ik laten zien dat dit beleid niet kan en niet mag en zal ik mensen hier over blijven vertellen totdat het is bijgesteld. Want ik kan niet tegen onrecht en ik zou willen dat het normaal wordt.
Dat het niet meer verdacht is.
Om onrecht aan te vechten.

Jullie hebben als gezin, vorige week voor het eerst weer met elkaar gesproken.

De brief die ik u nu schrijf, schrijf ik op een moment dat ik eigenlijk mijn preek-achtige tekst zou moeten schrijven. En die tekst zou moeten eindigen met iets bemoedigends.
Ik ben blij dat jullie weer met elkaar praten en ik hoop – ik hoop dat jullie dat blijven doen. En hoe erg ik ook weet en invoel hoe gebroken jullie zijn. Hoe erg ik ook weet hoe ongebruikelijk het is wanneer mensen onrecht aan blijven vechten.
Ik weet ook zeker dat er veel meer mensen zijn dan ik alleen.

Mensen schamen zich soms ook gewoon een beetje voor afwijkend gedrag, zo ook voor moralisme.

Het publiek waaraan ik straks deze brief aan u zal voorlezen, dat is goed volk.
Een zaal vol goedgelukte mensen die, dat weet ik zeker, ook niet tegen onrecht kunnen.
En of ze me nu gaan helpen om jullie te helpen, of dat ze elders kleine en grote zaken van onrecht zullen aankaarten.
Samen gaan we het fixen. Allemaal.

Beloofd.

TINKEBELL

ps zie ook: www.facebook.com/justiceforfeda

Geef een reactie

Laatste reacties (5)