2.316
94

Columnist

Kevin Levie (1986) schrijft over politiek en technologie. Hij is actief binnen links van links en was eerder o.a. voorzitter van de SP Rotterdam. Hij woont in Amsterdam en werkt als ZZP'er in de ICT.

Liever een PVV-kabinet dan een testbeeld-coalitie

Deze formatieronde geven we gewoon even op

2010. Achttien jaar na Fukuyama’s vermeende einde der geschiedenis, acht jaar na de opkomst van Fortuyn als antwoord op de neoliberale technocratie van Paars, en twee jaar na het begin van de grootste economische crisis sinds de jaren dertig. We hebben een verkiezingscampagne achter de rug waar het ging om een fundamentele vraag: hoe lossen we de enorme economische en andere problemen op, linksom of rechtsom? En toch, tóch kruipt het grootste gedeelte van de Nederlandse politiek onmiddellijk na de verkiezingen in het midden bij elkaar.

Terwijl de meeste Nederlanders dezer dagen tevergeefs stokbrood proberen te kopen in een boulangerie in de Dordogne, liepen gisteren de onderhandelingen voor Paars-plus stuk. Dat Paars überhaupt als mogelijkheid naar voren kwam verbaasde me al zeer. Juist de afwezigheid van enige fundamentele politieke tegenstelling onder Paars tussen 1994 en 2002 – gecombineerd met een kritiekloos marktdenken en een gebrek aan aandacht voor de werkelijke problemen in de samenleving – droeg bij aan een brede maatschappelijke onvrede over de politiek en aan de opkomst van Fortuyn. Paars-plus zou een testbeeld-coalitie zijn geworden: veel kleurtjes, maar geen enkele beweging.

Rotterdams SP’er Leo de Kleijn beschreef Paars-plus terecht als ‘een volgende stap op weg naar een postpolitiek tijdperk, waar botsende ideologieën plaatsmaken voor een overlegstructuur van verlichte technocraten’. De onderhandelingen zijn nu afgebroken, maar in feite was er bij voorbaat al grote consensus. Er moest bezuinigd worden, ergens tussen de 12 en 18 miljard per jaar tot 2015 – en de hemel weet hoeveel daarna. Sociale rechten als ontslagbescherming en WW moesten worden ontmanteld – met een magere verantwoording over ‘kansen voor outsiders’. De studiefinanciering moest worden afgeschaft, want dat is goed voor de competitie. De alternatieven van GroenLinks voor WW of stufi zijn socialer dan die van de VVD – maar de richting is hetzelfde: afbraak, afbraak, afbraak.

Wat voor Paars-plus geldt, geldt in nog ergere mate voor één van de opties die nu wordt overwogen: een kabinet met de drie grote middenpartijen PvdA, CDA en VVD. Job Cohen zou in zo’n kabinet de piketpaaltjes van de VVD (18 miljard bezuinigen zonder lastenverzwaringen, woningmarkt en mobiliteit) uit deze formatieronde kritiekloos moeten slikken. Een dergelijk kabinet zou uitsluitend bezuinigen en sociale zekerheid afpakken, met een sausje van ‘verantwoordelijkheid nemen’. Het zou de laatste stuiptrekking zijn van ideologisch failliete partijen. Hetzelfde geldt voor een eventueel breed middenkabinet van vijf partijen.

Uit de opkomst van het nieuw-rechtse populisme van Fortuyn tot Wilders is breed de les getrokken – ook bij de PvdA, bijvoorbeeld door Paul Kalma en René Cuperus – dat Nederland geen technocratie wil, maar juist ideologisch gedreven politiek, met werkelijke keuzes en nieuwe verbindende perspectieven. Die behoefte is met de economische crisis – en met energie-, klimaat- en voedsel-crises op de lange termijn – in 2010 nog veel groter dan in 2002. Als politici doorgaan met de neoliberale consensuspolitiek en hun rol beperken tot het brengen van het slechte nieuws – dat iedereen erop achteruit gaat, en de mensen aan de onderkant het meest – dan brengt dat niet alleen links nog verder van huis, het leidt ook onherroepelijk tot verdere groei van het rechts-populisme à la Wilders.

Merijn Oudenampsen zegt het hier als volgt: ‘Omdat de postpolitieke consensusdemocratie geen ruimte biedt voor emotie, voor conflict en voor identificatie langs ideologische (links-rechts) tegenstellingen, volgt steevast een emotionele herleving van politiek op andere terreinen: langs etnische, religieuze en nationalistische lijnen. De conclusie van Chantal Mouffe haar analyses [sic] is dat links zich opnieuw moet uitvinden door het in ere herstellen van een ideologische conflictpolitiek, die de links-rechts tegenstelling rond sociaal economische thema’s weer tot de centrale politieke scheidslijn maakt.’

Wil links – en laat ik daar eens royaal alle partijen tot en met de PvdA onder scharen – daadwerkelijk wat te vertellen hebben, dan moet ze niet willen deelnemen aan een postpolitiek paars-plus en dan moeten GroenLinks en PvdA zeker niet aanschuiven bij een rechtse middencoalitie. In plaats daarvan moet links daadwerkelijk een gezamenlijk ideologisch alternatief formuleren dat hout snijdt. Om te beginnen: de rekening van de crisis niet neerleggen bij degenen die hem niet veroorzaakt hebben – dus de sociale zekerheid niet uitkleden, en niet terugschrikken voor het aanpakken van de financiële sector en voor lastenverzwaringen aan de bovenkant. En aan de positieve kant bijvoorbeeld: zorgen voor écht zinnig werk voor mensen die nu aan de kant staan; en investeren in duurzame energie, hoogwaardig openbaar vervoer, en volkshuisvesting.

Wat zijn de alternatieven in het nu – behalve Paars-plus en een kleiner of groter middenkabinet? Er zijn nog twee opties met het gehalveerde CDA erbij: CDA-VVD-PVV en CDA-PvdA-GroenLinks-SP. Het is opvallend dat de laatste optie overal wordt doodgezwegen, terwijl beide evenveel zetels hebben (76) en de linkse optie waarschijnlijk meer gedoogsteun in de Kamer zou krijgen (PVDD, CU, D66) dan de rechtse optie. Tegelijkertijd is het ook de vraag wat een dergelijk centrumlinks kabinet, met een rechtse meerderheid in de Kamer, zou kunnen bereiken.

Een kabinet met CDA-VVD-PVV is mijn grootste nachtmerrie. Maar misschien zou uit die nachtmerrie wel iets heel nieuws en verfrissends kunnen voortkomen.
Stel het u eens voor, een kabinet met de PVV. Het hele land zou in rep en roer zijn.

Op de dag van de installatie protesteren tienduizenden mensen op het Plein tegen racisme en uitsluiting. Als het nieuwe kabinet controversiële economische maatregelen aankondigt, staan er net als in 2004 honderdduizenden mensen op het Museumplein. Honderdduizenden werknemers tegen het ontmantelen van het ontslagrecht of het verhogen van de AOW-leeftijd. Honderdduizenden huurders tegen de nieuwe huurliberalisatie. Honderdduizenden studenten tegen het afschaffen van de studiefinanciering. Honderdduizenden mensen tegen de kopvoddentax.

De linkse partijen in de oppositie en de vakbonden lopen samen te hoop tegen al die plannen. Al snel ontstaat de behoefte en noodzaak om meer samen te gaan werken. Links werkt aan een nieuwe meerderheidsstrategie, en aan een gezamenlijk programma. Het nieuwe kabinet Rutte-I valt al snel: om inhoudelijke meningsverschillen, of om een rel over het extreem-rechtse verleden van een willekeurige PVV-minister. In 2011 zijn er nieuwe verkiezingen, en komt er een linkse meerderheid die door brede lagen van de bevolking gesteund wordt. En die nieuwe meerderheid gaat vervolgens samen met de mensen werken aan een werkelijk alternatief voor de huidige consensus.

Dán slaat links pas écht een deuk in een pakje boter. Deze formatieronde geven we dan gewoon even op. Voor het succes van linkse idealen op de lange termijn, heb ik nu liever een PVV-kabinet dan een testbeeld-coalitie.

Geef een reactie

Laatste reacties (94)