8.960
129

Schrijver/journalist

Bart de Koning (1967) is schrijver, onderzoeksjournalist en spreker. Van zijn hand verscheen in 2008 'Alles onder controle. De overheid houdt u in de gaten over de uitholling van onze privacy'. In 2010 schreef hij 'Operatie Blauw: weg met de bureaucratie bij de Nederlandse politie'. De Koning publiceert onder andere in NRC Handelsblad, Varagids en Maarten. Hij maakt daarnaast web-tv voor Limboland.tv. Hij schreef en schrijft over een breed scala aan onderwerpen: economie, overheid, politiek, ontwikkelingssamenwerking, privacy, recht, veiligheid en terrorisme. De Koning studeerde economie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij werkte onder andere voor Algemeen Dagblad, Quote, FemBusiness en HP/De Tijd. De Koning is lid van de jury van de Big Brother Awards.

De foto werd gemaakt door Lonneke Stulen

Links lullen, rechts brullen

Net als de Amerikaanse Democraten laten progressieve politici in Nederland zich te vaak in het politieke frame van hun tegenstanders duwen

Ook rechtse partijen begaan grove blunders. Waarom krijgt links dan toch vaak de schuld van die fouten? Dat zit zo: rechts spreekt de taal van de kiezer veel beter. Links kan veel leren van de Amerikaanse Democraten: hoe kan je beschaafd terugmeppen? Een cursus.

Een kwart van de PVV-stemmers denkt dat Geert Wilders minister is, zo blijkt uit kiezersonderzoek. Van alle Nederlanders denkt eenzesde dat. Het is typisch zo’n bericht dat je onmiddellijk doormailt of twittert naar je vrienden: ‘Zie je wel!’ Het bevestigt alle vooroordelen die je kan hebben over kiezers. Nieuw is het natuurlijk niet. In het oude Athene moesten filosofen als Plato niets hebben van democratie, omdat handige volksmenners de emoties van de gewone man bespeelden. Het was beter om het land door een elite te laten besturen, die op basis van de rede zou beslissen. Tegenwoordig weten we dat zo’n Platoonse dictatuur een recept is voor rampen, maar dat andere klassieke ideaal – de rede – is nog springlevend.

De onuitgesproken gedachte achter democratie is dat kiezers rationele wezens zijn, die op basis van rationele argumenten keuzes maken. Daarom stellen partijen verkiezingsprogramma’s op en laten ze hun plannen doorrekenen door het Centraal Planbureau. Het grote probleem is dat de rationele kiezer helemaal niet bestaat. Er is een overweldigende hoeveelheid wetenschappelijk onderzoek gedaan naar hoe kiezers kiezen en de duidelijke maar pijnlijke conclusie is: mensen letten nauwelijks op feiten, ze gaan op hun gevoel af. Dat geldt voor links én rechts, laag- én hoogopgeleid. Kiezers laten zich leiden door hun sympathieën en vooral ook door hun angsten.

Rechtse politici hebben dat veel beter door dan linkse. In zijn boek ‘The political brain’ (2007) liet de Amerikaanse psycholoog Drew Westen met talloze voorbeelden zien dat Democraten hun kiezers volpompen met feiten, terwijl de Republikeinen bewust op de emoties en angsten van kiezers mikken. Met die tactiek hebben ze kandidaten als Dukakis, Gore en Kerry verslagen. De Democraten hadden vaak geen antwoord op die aanvallen, omdat ze terugmeppen niet chic vinden of denken dat de kiezer niet van negatieve campagnes houdt. Het gevolg was dat ze zich in het politieke frame van de Republikeinen lieten duwen: als watjes, geldverspillers of vijand van de gewone Amerikaan. Drew Westen toonde hoe de Democraten slimmer en harder campagne kunnen voeren – zonder zelf onder de gordel te slaan. The political brain heeft een enorme invloed gehad op de Democraten, zoals ook blijkt uit de winst van Barak Obama.

De Amerikaanse politiek zit uiteraard anders in elkaar dan de Nederlandse, maar toch kan progressief Nederland er wat van leren. Net als de Democraten laten ze zich in het politieke frame van hun tegenstanders duwen. Rechts is er in geslaagd om het rijtje subsidies=geldverspilling=linkse hobby in het hoofd van de kiezer te krijgen. En dat terwijl rechtse hobby’s véél duurder zijn dan linkse. Denk maar aan de JSF of de hypotheekrente-aftrek.

Links heeft zich ook ‘de multiculturele samenleving’ in de schoenen laten schuiven. En dat terwijl alle grote groepen allochtonen (Antillianen, Surinamers, Turken, Marokkanen, Molukkers) in Nederland zijn omdat ze ooit door het bedrijfsleven geronseld (of ontvoerd) zijn als goedkope arbeidskrachten – hetzij hier, hetzij in de koloniën. Immigratie is het gevolg van rechtse hobby’s, niet van linkse. Het is ook een mythe dat alleen ‘de linkse kerk’ het multicultisprookje in stand heeft gehouden. Alle grote partijen deden daar aan mee. ‘De VVD-fractie vindt, mocht de fusie doorgaan, het essentieel het multiculturele aspect te waarborgen; dat is een absolute voorwaarde,’ zo zei Geert Wilders als gemeenteraadslid in Utrecht in de jaren negentig over de fusie tussen een migrantenomroep en de stadsomroep. Hij pleitte toen ook voor meer geld voor cultuur en hogere huursubsidie voor kunstenaars. Het zijn citaten waar Amerikaanse campaigners wel raad mee zouden weten.

Schijnheiligheid en draaikonterij zijn altijd de zwakste plekken in het harnas van een politicus. Rechtse spindoctors weten dat: zo bezorgde Jack de Vries als campagneleider van het CDA ooit Wouter Bos het imago van een draaikont. Progressieve spindoctors voelen zich daar te chic voor. Ten onrechte, want het menselijk brein besteedt meer aandacht aan negatieve informatie dan aan positieve. De geloofwaardigheid van de tegenstander ondergraven kan heel effectief zijn. Het kabinet-Rutte presenteert zich als liberaal, goed voor de hardwerkende Nederlander en streng tegen tuig. Daar zitten dus de zwakke plekken.

Na het aantreden van het kabinet-Rutte spraken sommige PvdA-ers over Bruin I, maar de oorlog erbij halen is afgezaagd oudlinks. GeenStijl introduceerde het kabinet-Lucassen I. Dat is niet alleen geestig, maar ook vrij dodelijk. Rutte kan alleen regeren omdat Wilders een veroordeelde ontuchtpleger en straatterrorist in de fractie gedoogt. Wilders heeft wel huilie-huilie gedaan over de linkse media, maar dat kan niet verhullen dat het kabinet-Lucassen I regeert bij de gratie van een brievenbussenpisser. Voor een premier die beloofd heeft het land te willen heroveren op de hufters is dat pijnlijk. Voor Wilders ook, omdat de PVV voortdurend roept dat ‘het woord gedogen niet voorkomt in ons woordenboek.’ GeenStijl verrijkte de Nederlandse taal ook met de prachtterm ‘pornobaron’ voor het afgetreden PVV-kamerlid James Sharpe.

Dion Graus probeert nu wanhopig om van de term ‘caviapolitie’ af te komen. Na de formatie kwam kwam hij glunderend vertellen dat hij wel 500 ‘animal cops’ geregeld had. Inmiddels maakt heel Nederland – van PvdA-burgemeesters tot GeenStijl – zich vrolijk om zijn caviapolitie. Met dank aan de Amsterdamse korpschef Bernard Welten, die de term heeft verzonnen. Frames zoals Lucassen I, caviapolitie en pornobaron zijn effectiever dan tien kamerdebatten. Welten zei ook terecht dat zijn dienders wel wat beters te doen hebben dan op burka’s jagen. De hobby’s van de PVV gaan ten koste van de misdaadbestrijding. Vooral ook omdat het kabinet zijn verkiezingsbelofte van 3000 agenten extra verbroken heeft. Tel daarbij op dat de politie ook kraakpanden moet gaan ontruimen (waarvan de meeste geen overlast veroorzaken) en moet gaan toezien op de wietpas en het beeld is compleet: dit kabinet beloofde minder papierwerk voor agenten, maar verzint een hoop extra regels voor niet-bestaande problemen, berijdt stokpaardjes en houdt de politie van haar werk. Ga boeven vangen!

Een goed Amerikaans campagnegebruik is om tegenstanders met oude standpunten om de oren te slaan. Zo was Ivo Opstelten als burgemeester van Rotterdam tegen de nationale politie, die hij als minister nu wil invoeren. Dat zijn leuke interviews om uit het archief te halen. Ook aardig zijn de essays die Mark Rutte in 2007 schreef in Elsevier en Opinio. Hij poseerde toen nog als liberale intellectueel. Rutte citeerde onder andere Isaiah Berlin over vrijheid en sprak over ‘onvervreemdbare klassieke grondrechten, die het individu toekomen, zoals integriteit van het menselijk lichaam en het recht op een persoonlijke levenssfeer.’ Das war einmal. Tegenwoordig is Rutte voorstander van preventief fouilleren door heel Nederland, een slimme elektriciteitsmeter die ieder kwartier doorgeeft wat de bewoner thuis uitspookt (koken, douchen, toilet), een centrale opslag van vingerafdrukken en meer camera’s op straat. Bij zijn essay in Elsevier in 2007 stond als fotobijschrift: ‘Het sleutelwoord is “vertrouwen”: dat blijkt niet uit het plaatsen van camera’s op straat.’

De staatsschuld liep het snelste op onder het kabinet Van Agt-Wiegel. Toch hebben PvdA-ers de naam potverteerders te zijn en heeft de VVD zich succesvol geprofileerd als de ‘partij van de belastingbetaler.’ En dat terwijl geen enkele andere partij zoveel financiële debacles op zijn naam heeft: de Betuwelijn (Annemarie Jorritsma, Loek Hermans), de Noordzuidlijn (Geert Dales), de JSF (Annemarie Jorritsma, Gerrit Zalm), de Ceteco-affaire (Joan Leemhuis-Stout), de Landsbanki-affaire (Ton Hooijmaijers), de Haagse tramtunnel (Henk-Jan Meijer), de Rotterdamse ‘blunderput’-parkeergarage (Jeannette Baljeu) en de overbodige containerterminal in de Amsterdamse haven (Edgar Peer, Harry Groen, Geert Dales, Mark van der Horst). Natuurlijk waren er ook andere partijen bij die besluiten betrokken, maar op cruciale moment waren het steeds VVD-ers die politiek verantwoordelijk waren. Het is een pijnlijke lijst voor een partij die zegt liberaal te zijn en op te komen voor de belastingbetaler. De verantwoordelijke VVD-ers worden altijd heerlijk boos als ze geconfronteerd worden met kritiek op hun geldverspilling. Ze draaien dan steevast een verweer af over ‘daadkracht’, ‘doorpakken’, ‘risico’s durven nemen’ en ‘boven het maaiveld uitsteken,’ maar gewoon toegeven dat ze fouten gemaakt hebben is er niet bij. Ze leren ook niet van hun fouten. Na het debacle met de bananenterminal in de Eemshaven (verkocht als schroot) zetten VVD-ers rustig voor 128 miljoen een al even overbodige containerterminal neer in Amsterdam. Na het speculeren met geld van Zuid-Holland (Ceteco), raakte Noord-Holland onder verantwoordelijkheid van Ton Hooijmaijers 78 miljoen euro kwijt op IJsland. Diezelfde Hooijmaijers at voor 290 euro met ambtenaren in het Okurahotel. Het zijn heerlijke voorbeelden om bij de hand te hebben, als de VVD zich weer eens voordoet als de partij van de hardwerkende Nederlander. De JSF – waarvan de kosten blijven oplopen – is ook een cadeautje voor de oppositie, omdat die deal vrijwel geheel door VVD-ers in elkaar is gezet. De luchtvaart is sowieso, na de landbouwsector, de zwaarst gesubsidieerde bedrijfstak ter wereld. Hoor je de VVD niet over.

De duurste rechtse hobby is de hypotheekrente-aftrek. Die subsidie verstoort niet alleen de huizenmarkt jaarlijks met tien miljard euro, maar ook de arbeidsmarkt. De overheid kan de huizen alleen subsidiëren door het kunstmatig hooghouden van de inkomstenbelasting- en straft daarmee werken af. Een liberale partij zou de hypotheekrente-aftrek dus afschaffen. De VVD blijft liever twee markten tegelijk verstoren door het bureaucratisch rondpompen van belastinggeld.

Dit stuk verscheen eerder in VARAGids no. 8

Geef een reactie

Laatste reacties (129)