2.764
68

Schrijver

Caspar Visser ‘t Hooft is de auteur van de romans Koningskinderen (IJzer,
2010), Feniksbloem (IJzer, 2012) en Waldenberg (IJzer, 2014). Caspar Visser 't Hooft woont en werkt in Frankrijk.

Links moet zich concentreren op strijd tegen ongelijkheid

Emancipatie, discriminatie, dierenwelzijn en dergelijke, zijn bijzaken

Het wordt hoogste tijd dat we onze krachten bundelen en we ons in ons politiek streven toespitsen op één gegeven: de ongelijkheid. De Franse econoom Thomas Piketty heeft er met zijn boek ‘Kapitaal in de 21e eeuw’ voor gezorgd dat het thema weer op de voorgrond is komen te staan. Dáár moet links zich op concentreren.

Thomas Piketty heeft de vinger gelegd op de zere plek. We kunnen nu allemaal kletstheorieën (het perfecte marktevenwicht, het trickle-down principe…) van economen en politici van de tafel vegen en ons concentreren op de hoofdzaak: het bestrijden van de toenemende ongelijkheid. Maar we zouden er hierbij goed aan doen te luisteren naar een andere Fransman, de filosoof Jean-Claude Michéa. Ja, want om ons op de hoofdzaak te kunnen concentreren – te weten een rechtvaardiger verdeling van de rijkdom – zullen we onze andere strijddoelen zo niet los moeten laten dan toch relativeren.

De strijd tegen het racisme, tegen het seksisme, tegen de homofobie, tegen de tabak, tegen de dierenmishandeling enzovoort enzovoort – te vaak worden deze doelen door linkse partijen en politici op de voorgrond geschoven om zich ervoor schadeloos te stellen dat ze geen poot uitsteken om het schandaal van de volstrekt indecente ongelijkheid (en de groeiende armoede) te lijf te gaan.

O wat zijn we vooruitstrevend! – jongens wat zijn we links! – wanneer we gehoor geven aan een zoveelste actiegroep die het opneemt voor een gediscrimineerde minderheid waarvan niemand wist dat hij bestond. Goed, ik overdrijf – er bestaan minderheden, en ze mogen niet in een hoek worden gedrukt. Maar laat dit gegeven ons niet afleiden van waar het een verantwoordelijke politiek vandaag in de allereerste plaats om zou moeten gaan =: strijd tegen de groeiende economische ongelijkheid. Het links van nu is te zeer een ‘afleidingslinks’. Goed, Jean Michéa beschrijft de Franse situatie. Maar het komt mij zo voor dat er duidelijke parallellen zijn met wat er in Nederland gaande is.

Het liberale programma van het ‘moderne links’
Jean-Claude Michéa gaat verder. In ‘Les mystères de la gauche’, ‘L’empire du moindre mal’, ‘Le complexe d’Orphée’ verdedigt hij de volgende stelling: het liberale project van een gemondialiseerde vrije markt veronderstelt de toepassing van enerzijds een economisch en anderzijds een cultureel-maatschappelijk programma. Het zijn in de regel de ‘rechtse’ partijen die zich sterk maken voor de toepassing van het economische programma, het is het ‘moderne links’ dat opkomt voor de toepassing van de cultureel-maatschappelijke variant. Twee kanten van een zelfde medaille.

We zijn het natuurlijk gewend om ‘rechts’ liberaal te noemen. Maar ‘links’ ? Volgens Michéa heeft het ‘links’ van vandaag niets meer te maken met het socialisme uit de tijd van de Franse voorman Jean Jaurès (1859 – 1914) die het nog binnen de kaders van de klassenstrijd beschouwde. Door het idee van de voortuigang, dat haar vanouds eigen is, te koppelen aan de strijd tegen de krachten die de emancipatie van minderheden, het multiculturalisme en het ‘verleggen’ en opheffen van de grenzen belemmeren, levert het ‘moderne links’ ook een essentiële bijdrage aan de totstandkoming van het integraal liberale project.

Michéa ontleent dit idee aan de schrijver George Orwell. Hij deelt Orwell’s kritiek op een vorm van linkse politiek die in zijn tijd al gestalte begon te krijgen. Orwell ging uit van het bestaan van een ‘common decency’ bij de volksklasse. Hij maakte hier kennis mee tijdens zijn verblijf in de industriegebieden van midden-Engeland. Deze ‘common decency’ laat zich omschrijven als een sterk gevoel van saamhorigheid binnen een gegeven gemeenschap, als de gehechtheid aan een bepaalde lokatie (wijk, fabriek, voetbalveld, pub), en aan de verhalen die aan deze lokatie een specifiek karakter geven, als een vasthouden aan een bepaalde rolverdeling binnen familiaal en sociaal verband, en boven alles als een scherp gevoel voor wat ‘fair’ is en wat niet, met name op het gebied van de verdeling van de rijkdom.

Volgens Jean-Claude Michéa is Orwell’s veronderstelling van de aanwezigheid van een aldus omschreven ‘common decency’ pertinent en pleegt het ‘moderne links’ verraad jegens de volksklasse door systematisch deze ‘common decency’ te ondermijnen. Hoe? Door zich de zaak van talloze emancipatoire bewegingen eigen te maken, door de bewieroking van het multiculturalisme, door een sympathie voor alles wat ‘grenzen verlegt’, met name op het gebied van de kunst en van de moraal. Want dit schept verwarring, hierdoor verdwijnen vaste zekerheden, de bodem wordt onder de voeten van mensen weggeschoven. En hierdoor vallen gemeenschappen uiteen, mensen worden op hun eigen persoonlijke ‘keuzes’ aangesproken, want de dingen zijn niet meer gegeven, maar zijn te ‘kiezen’, de maatschappij verbrokkelt, mensen worden losse atomen. Anders gezegd, manipuleerbare consumenten, losgeslagen (witte- en blauwe boorden) slavenvolk, volstrekt overgeleverd aan de krachten van de gemondialiseerde vrije markt. Ze zijn niet meer in staat zich te verzetten, want het ontbreekt hen aan de gemeenschap en de aan vaste oriëntatiepunten (die alleen een gemeenschap kan verschaffen) die hen dat mogelijk maken. Losse atomen zijn machteloos.

En zo heeft het ‘moderne links’ op cultureel-maatschappelijk vlak hetzelfde weten te bewerken als ‘rechts’ op het vlak van de economische politiek: mensen uit hun oude verbanden losmaken. Ja, want ook de eis van een steeds grotere fysieke mobiliteit en flexibiliteit – eis van het vrije markt-mechanisme dat ‘rechts’ verdedigt – maakt mensen los. Een gemeenschap. met wat dat meebrengt aan zekerheden en gedegen oriëntatiepunten. veronderstelt een minimum aan duurzaam geworteld-zijn.

Democratie
Dit alles wil niet zeggen dat we de strijd tegen discriminatie en stigmatiseringen moeten laten varen. Wel doen we er goed aan ons de stelling van Michéa ter harte te nemen. Een waarschuwing. Een kwestie vooral van het bepalen van prioriteiten. Ook Naomi Klein zegt het in haar boek ‘No Logo’ te betreuren dat de strijd die ze als studente voerde binnen het kader van typisch ‘politiek correcte’ doelen (feminisme, gendergelijkheid, multiculturalisme – op grond van ‘deconstructief’ en cultuur-relativistisch denken) haar lange tijd blind heeft gemaakt voor de kwalijke ontwikkelingen die met de economische politiek van de jaren tachtig-negentig in Amerika begonnen.

Het gaat erom onze krachten te bundelen, ons op het essentiële te concentreren, anders verwatert de strijd. Iedereen is erbij gebaat, ook de minderheden, dat we eens goed met ons allen het schandaal van de economische ongelijkheid en de groeiende armoede aanpakken. Dat wordt de grote test: leven we nog in een democratie of niet? En zo ja, dan kunnen we ons met ons allen ook op dat andere gigantische probleem richten: het behoud van onze planeet.

Het één is trouwens nauw met het ander verbonden. We zijn met ons allen, meerderheden, minderheden – we laten ons onze vrijheid niet door economen, technocraten en lobbyisten voor multinationals uit handen nemen. Makkelijker gezegd dan gedaan? Ik weet het. Maar het is al een heel ding dat we het kunnen zeggen – dat doen we dus.

Van Caspar verscheen in oktober de nieuwe roman Waldenberg

cc-foto: marc roussel


Laatste publicatie van Caspar Visser 't Hooft

  • Frankrijk in 50 fragmenten

    met een voorwoord van Nelleke Noordervliet

    2017


Geef een reactie

Laatste reacties (68)