1.101
23

Oud-minister van Milieu

Jacqueline Cramer (Amsterdam, 1951) werd in de jaren 1970 gegrepen door het rapport van de Club van Rome en heeft zich sinds die tijd sterk gemaakt voor een duurzame samenleving. In 1976 studeerde Cramer af als biologe aan de Universiteit van Amsterdam. Daarna was zij als medewerkster verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, waar ze in 1987 promoveerde.

Tot 2007 was Cramer hoogleraar duurzaam ondernemen aan het Copernicus Instituut van de Universiteit van Utrecht. Daarvoor was ze achtereenvolgens hoogleraar milieumanagement aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam, hoogleraar aan de Katholieke Universiteit Brabant en bijzonder hoogleraar milieukunde aan de Universiteit van Amsterdam. Ook werkte ze als adviseur bij TNO. Vanaf 1999 heeft ze naast haar wetenschappelijke activiteiten een eigen adviesbureau op het gebied van duurzaam ondernemen geleid. Zij heeft vele nevenfuncties gehad, waaronder kroonlid van de Sociaal Economische Raad en diverse commissariaten.

Jacqueline Cramer maakt zich al haar leven lang sterk voor een beter milieu. Als milieuactivist, als wetenschapper, in het bedrijfsleven, en de laatste jaren in de politiek. Haar motto is ‘duurzaamheid is van iedereen’. Op Joop.nl zal ze opiniestukken schrijven over duurzaamheid, energie en politiek.

Lokale duurzame energieproductie rukt op

Inspirerend om te zien hoeveel lokale duurzame energie initiatieven er in snel tempo van de grond komen. 

Het is een ontwikkeling die niet meer te stuiten is. Of het nu gaat om lokale burgers en bedrijven die willen deelnemen aan duurzame energieprojecten. Of om initiatieven waarbij mensen zelf opgewekte energie verkopen op de markt. Het draait telkens om hetzelfde: lokaal komen de mensen in actie om zoveel mogelijk duurzame energie op te wekken en daaraan zelf actief deel te nemen.

De grote, traditionele energiebedrijven pakken deze ontwikkeling te traag op. Daarom komen lokale energiebedrijven als paddenstoelen uit de grond. Zelf was ik vorige week bij de oprichting van de Noord Hollandse Energie Coöperatie. Het nieuwe energiebedrijf hanteert andere uitgangspunten dan de reguliere energiebedrijven. Ze heeft een langere termijn horizon, werkt met lagere financiële rendementen, richt zich op de regionale markt, wat het lokale draagvlak voor duurzame energie kan vergroten en ze investeert de winst weer in de productie van nieuwe duurzame energie. Dit maakt het mogelijk om veel meer duurzame energie te produceren tegen lagere kosten.

En reizend door het land ben ik de afgelopen tijd veel meer van dit soort initiatieven tegengekomen. Van Lochem tot Texel, van Amsterdam tot Veenendaal. Mensen nemen zelf het heft in handen. Ze gaan met nieuwe bedrijfsconcepten aan de gang gebaseerd op directe lijnen tussen klant en producent. Allerlei schakels die de kosten opdrijven, worden ertussenuit gehaald. En de financieringswijze is collectief en transparant. Duurzame energie wordt zo goedkoper. Fantastisch! 

Als ik dit vergelijk met de prijzen voor bijvoorbeeld zonne-energie die de reguliere energiebedrijven rekenen, dan begint er een wereld van twee snelheden te ontstaan. Afgaande op de gebruikelijke rekensom zijn zonnepanelen ongeveer 5 maal zo duur als wind op land. En is wind op land aanzienlijk duurder dan kolen en gas. Subsidie op de onrendabele top van zonne-energie is in die rekensom dus heel hoog. Maar als je andere bedrijfsconcepten gaat toepassen, pakt de rekensom veel beter uit. Dat was ook de boodschap die ik hoorde op een grote zonne-energie conferentie waar ik kortgeleden als spreker optrad. Sommige aanwezigen beweerden zelfs dat de kosten snel gehalveerd zouden kunnen worden.

Het komt er dus op aan om die nieuwe lokale duurzame energie initiatieven de wind in de zeilen te geven. We moeten de kracht van de lokale initiatieven veel meer gebruiken. Dat versnelt de introductie van duurzame energie en vergroot het lokale draagvlak.

Geef een reactie

Laatste reacties (23)