5.259
153

Historicus, Theoloog en Arabist

Gert Jan studeerde Geschiedenis, Theologie, Arabische Taal & Cultuur, Internationale betrekkingen, American studies en Middle East & Mediterranean Studies aan de Rijksuniversiteit Groningen, de Universiteit Utrecht, de University of Wisconsin-Madison, King's College London en de London School of Economics. Hij was in het verleden onder meer werkzaam voor de European Council on Foreign Relations in Londen en het Europees Parlement in Brussel en is thans woonachtig en actief in de Haagse Schilderswijk.

Maak het onderscheid tussen islam en islamisme

Want dan wordt het ook voor moslims makkelijker zich uit te spreken tegen islamistisch extremisme en zich te spannen om dit te bestrijden

De discussie over hoe we het beste kunnen reageren op het extremisme dat zowel in het Midden-Oosten als in Europa steeds sterker aanwezig is blijft voortwoeden. De recente aanslagenen in Somalië, Tunesië, Koeweit en Frankrijk hebben deze weer doen oplaaien. Vanuit de gedachte dat dit extremisme door de islam geïnspireerd is wordt er naar moslims gekeken of zij zich hiertegen willen uitspreken. Een deel van hen doet dit dan ook, een ander deel weigert dit te doen omdat zij van mening zijn dat dit extremisme niets te maken heeft met hun islam, en dat zij ook geenszins verantwoordelijk zijn voor wat extremisten doen. Maar als burgers van dit land hebben we in wezen allemaal de verantwoordelijkheid om ons uit te spreken tegen extremisme.

Het is echter begrijpelijk dat een deel van de moslims hier niet in mee wil gaan omdat zij het gevoel hebben dat deze gewelddadigheden los staan van de islam. Hierin heeft men deels gelijk. De oorzaak van het extremisme dat we hier zien is niet zozeer de religie islam, maar de politieke ideologie islamisme, de politisering van de islam. Het is deze ideologie die ten grondslag ligt aan het geweld van groepen als IS, Al-Qaeda, Boko Haram en Al Shabaab. En het is belangrijk om te erkennen dat het islamisme hier de oorzaak is van het probleem. Want dit zal voor niet-moslims ertoe leiden dat zij niet langer de islam in haar geheel, en daarmee ook haar islamitische medeburger hiervoor verantwoordelijk houden. Voor moslims zal dit onderscheid het makkelijker maken om zich niet alleen uit te spreken tegen het islamisme, maar ook om het te bestrijden.

Politisering
Het islamisme is de politisering van de religie islam. Islamisten geloven dat islam meer is dan een religie alleen, maar ook een politiek systeem dat alle facetten van het leven en de maatschappij bepaalt. Islamisten willen daarom een utopische, op theocratische leest gestoelde, samenleving stichten, waarbij de islam de basis vormt voor alle wetgeving. Het kent verschillende takken, de politieke tak, maar ook een gewelddadige tak, het jihadisme.

De jihadistische tak is voornamelijk geïnspireerd door het jihadistisch-salafisme, een van de meest voorname stromingen binnen het salafisme, een puriteinse vorm van islam die weliswaar religieuze principes, maar niet noodzakelijkerwijs politieke overtuigingen, deelt met het islamisme. Groepen als IS en Al-Qaeda plaatsen zichzelf dan ook binnen deze traditie, waarbinnen zij behoren tot de meest extreme variant van het islamisme, het islamistisch extremisme. Ze hangen het gedachtegoed aan dat teruggaat op extremistische splintergroeperingen die sinds de begintijd van de islam al actief zijn geweest. IS en Al-Qaeda claimen daarom religieuze bewegingen te zijn, die staan voor de enige ware islam. Het enige waar zij echter voor staan is het islamisme, en dan met name haar jihadistische variant. De islam is een religie die zoveel meer is dan alleen de politieke islam. Het is tijd om dit te erkennen, de politisering van de islam te stoppen, het islamisme te isoleren en het te bestrijden.

Hervormingen
Want wat betreft de religie islam zijn er zeker hervormingen nodig. Veel moslims erkennen dit ook. Maar de ideologie van het islamisme dient niet zozeer hervormd, maar eerder bestreden te worden. Zowel door moslims als door niet-moslims. Voor beiden is het van belang om eerst dit onderscheid te maken, en om daarna over te gaan tot het bestrijden van het islamisme. Om het islamisme te bestrijden moeten we ons allereerst uitspreken tegen de islamistische ideologie. Het is belangrijk om hier te erkennen dat deze ideologie, naast structurele sociaal-economische, psychologische en maatschappelijke factoren, een cruciale rol speelt bij het radicaliseren van moslims overal ter wereld. Want het is niet zo dat extremisten deze ideologie inspireren, maar het is de ideologie die extremisten inspireert. We kunnen de extremisten weliswaar verslaan, maar de ideologie blijft voortbestaan, net zolang totdat zij een nieuwe drager zal vinden. Daarom is het zaak dat we ons hier niet alleen tegen uitspreken, maar ook de strijd hiermee aanbinden.

De vraag is nu hoe we dit het beste kunnen doen. Hierbij spelen de overheid, niet-moslims en moslims allen een rol. De overheid dient recht en rechtvaardigheid na te streven, zowel in Nederland als in het buitenland. Niet-moslims zouden op moeten houden moslims als ‘de Ander’ te zien, en zouden er goed aan doen om vanuit horizontaal perspectief om te gaan met hun islamitische medeburgers. En moslims zouden zich moeten realiseren dat het islamisme de islam steeds verder dreigt te corrumperen, en haar uiteindelijk van binnenuit kapot zal maken. Wil men de religie islam van dit lot redden, dan is het zaak om het islamisme, en dan met name het islamistisch extremisme, te bestrijden binnen de mogelijkheden die men heeft.

kharidjieten
Hierbij kan men hoop putten uit het verleden. De Ummah, de wereldwijde moslimgemeenschap, is er in het verleden vele malen in geslaagd om extremisme binnen haar eigen rangen uit te bannen. De eerste keer dat zij dit deed was met de opkomst en de ondergang van de Kharidjieten. De kharidjieten waren een extremistische stroming uit de begintijd van de islam, die veel overeenkomsten vertoont met het islamistisch extremisme. De kharidjieten werden door de vroege moslims als vijanden van de islam gezien, en als gevolg daarvan bestreden en uiteindelijk door de Ummah verslagen. In de begintijd van de islam waren moslims in staat om extremisme uit te bannen op het moment dat zij de noodzaak hiertoe inzagen en zich ervoor inspanden. Het is zaak om nu die noodzaak opnieuw in te zien, en er opnieuw inspanning voor te verrichten.

Alleen op deze manier kan het islamisme, de politisering van de islam, en het islamistisch extremisme dat uit haar midden voort komt een halt toegeroepen worden. Natuurlijk ligt er hiernaast ook een grote verantwoordelijkheid bij overheden wat betreft haar binnen- en buitenlandbeleid, en bij niet-moslims voor hun houding jegens moslims. Maar het voorbeeld van de kharidjieten toont aan dat niet-moslims niet de sleutel in handen hebben tot het verslaan van deze vorm van extremisme. Zij kunnen zich hiervoor inspannen, en moslims bijstaan, maar uiteindelijk kan het islamisme en dan met name het islamistisch extremisme alleen vanuit de islam van binnenuit, en niet van buitenaf, bestreden en verslagen worden. Daarom is het tijd om het onderscheid tussen islam en islamisme te maken, ons uit te spreken tegen het islamistisch extremisme en deze extremistische politieke ideologie te bestrijden, opdat we gezamenlijk in staat zullen zijn haar te verslaan. 

Geef een reactie

Laatste reacties (153)