1.147
22

oud-ambassadeur

Na mijn studie, theoretische economie en sociologie, aan de Nederlandsche Economische Hogeschool, nu Erasmus Universiteit, was ik voor UNESCO verbonden aan een onderzoeksinstituut in Rio de Janeiro, Brazilië [1967-1070]. Daarna werkte ik tot mijn pensionering in tal van functies voor het Ministerie van Buitenlandse Zaken [1970-2003].
Als plaatsvervangend bewindvoerder in de Aziatische Ontwikkelingsbank, Manilla, Filippijnen, vertegenwoordigde ik de Scandinavische landen, Finland, Canada en Nederland [1975-1977]. Aansluitend was ik adviseur van de Nederlandse bewindvoerder in de Wereldbank, Washington DC [1977-1980]. Teruggeroepen naar het ministerie kreeg ik de leiding van de Directie Financieel-Economische Zaken van het ministerie en ontwikkelingssamenwerking [1980-1987], met een gelijktijdige functie van Chef van de Interne Accountantsdienst [1985-1986].
Daarna was ik ambassadeur in Jemen, Tanzania, Comoren, Mauritius, Madagaskar en Saudi Arabië [1987-2000]. Ik sloot mijn ambtelijke carrière af als adviseur buitenlandse aangelegenheden van de minister-president van de Nederlandse Antillen [2000-2003].
Na mijn pensionering [maart 2003] houd ik mij bezig met het bevorderen van een rechtvaardige en duurzame vrede op basis van het internationaal recht tussen Israël en Palestina. Ik was bestuurslid van de stichting Stop de Bezetting [2007-2010] en manager van het Burgerinitiatief Sloop de Muur, dat medio 2012 leidde tot een geruchtmakend debat in de Tweede Kamer.
Johannes Jacobus (Jan) Wijenberg, geboren in Rotterdam, 02-03-1938, getrouwd, vier kinderen en zeven kleinkinderen.

Maak van de Antillen een volwaardige provincie

En vervang het Statuut, dat onding, door de Nederlandse grondwet

Twee weken geleden plaatste minister Plasterk Sint-Eustatius onder curatele. Met Griekenland vers in gedachten is Minister Plasterk’s disciplinerende budgettaire ingreep op Sint-Eustatius verstandig. Maar op het eiland worstelen ze met een gevoel van verlies van controle over hun eiland. De vraag is of binnen zijn ministerie gekwalificeerde ambtenaren uit Sint-Eustatius aan het besluitvormingsproces deelnemen. zIj zouden kunnen bijdragen aan het gevoel dat de belangen van hun eiland goed worden behartigd. Naar het voorkomt, zijn zij afwezig.

In Nederland leeft de indruk van wijdverbreide corruptie op alle Carabische eilanden. Zeker, er zijn problemen. Maar Nederland, met bouw-, woekerpolis- en vele andere grootschalige fraude, past wel enige bescheidenheid.

De grote herschikking van het Caribisch deel van het Koninkrijk in drie ‘landen’ en drie Nederlandse ‘gemeenten’ vraagt om moeilijkheden. De zogenaamd onafhankelijke ‘landen’ missen voldoende bestuurlijke capaciteit om intern, regionaal en wereldwijd zelfstandig te opereren. Waar in de globaliserende wereld steeds grotere samenwerkingsverbanden ontstaan, wordt De West ten koste van bestuurlijke slagkracht juist opgedeeld. Hun relatie met bestuurlijk Nederland is uiteindelijk een ondergeschikte. De ‘landen’ zijn veelal de vragende partij.

De ‘gemeenten’ zijn niet ingebed in de Nederlandse bestuurlijke huishouding van Rijk en Provincie. Zij hebben niet de rechten en plichten, de invloed en zeggenschap zoals Nederlandse gemeenten. Ze hangen er een beetje bij.

Het niet opgeloste probleem is Het Statuut, nooit bedoeld geweest voor het regelen van de relaties tussen de Rijksdelen. Schaf dat onding af en maak de Nederlandse Grondwet geldig voor het hele Koninkrijk. Geen Nederlandse minister – belast met Koninkrijksaangelegenheden – meer, functionerend als niet zelf gekozen boeman. Doe die ‘landen’ en die ‘gemeenten’ weg. Dan vervallen alle Rijksdelen, ook ‘Nederland’. ‘Het Koninkrijk’ is dan de norm. Geef alle zes eilanden de wettelijke en bestuurlijke status van Nederlandse gemeente, verenigd in de Provincie “De West” of  misschien “De Antillen”. Aldus delen onze Rijksgenoten overzee in de democratie van het gehele Koninkrijk. Zorg voor een goede vertegenwoordiging van onze Caribische landgenoten in de – nu nog – Nederlandse bestuursorganen. Geef hen plaats op het Binnenhof, in de Rekenkamer en in het kabinet. Niets zou de Caribische gemeenten het behartigen van hun regionale belangen in de weg staan.

Deze constructie geeft de nieuwe gemeenten meer gestructureerde invloed dan nu en verschaft een meer rechtszekere budgettaire inbedding. Het concept berust op eeuwenlang opgebouwde ervaring en zorgt voor de nodige checks and balances.

Misschien is het belangrijkste effect wel dat het proces van uit elkaar drijven wordt omgezet in integratie en saamhorigheid.

Geef een reactie

Laatste reacties (22)