548
15

Student en GroenLinks-lid

Frank Hemmes is 24 jaar en studeert momenteel Science & Security aan King's College in Londen. Hiervoor behaalde hij zijn bachelor Natuur- en Sterrenkunde aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en een master Environment and Resource Management aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Frank is lid van GroenLinks, maar verkondigt desalniettemin zijn eigen mening. Ook is hij lid van blogcollectief Vrij-Zinnig.

Maak van Europa ook weer een politiek project

De weg hieruit is om het Europese project grotendeels terug te draaien en landen weer meer autonomie te geven

Vandaag vergaderen regeringsleiders over een nieuw plan van Merkel en Sarkozy om zowel Griekenland als de Euro te redden. Hoewel dit plan goedgekeurd moet worden door andere landen in de Eurozone, is overeenstemming tussen Berlijn en Parijs een traditionele sine qua non voor een belangrijke Europese operatie. Natuurlijk moet een minister De Jager dan opmerken dat ook Nederland zijn zegje heeft moeten doen, maar het is naïef om te beweren dat Den Haag een dikke vinger in de Brusselse pap heeft.

Toch laten de recente ontwikkelingen ook veranderingen zien. Het zwaartepunt in de voortdurende schuldencrisis ligt immers al sinds het begin in Berlijn, niet in Parijs. Ondanks de theatrale glansrol die Sarkozy bij tijd en wijle weet te spelen, is het algemeen bekend dat zonder fiat van ‘Mutti Merkel’ geen enkel voorstel kans van slagen heeft. Dit is een logisch gevolg van de accentverschuiving in de EU van de laatste jaren. Europa was voor Parijs altijd een manier om buiten de Amerikanen en Britten om nog een politieke rol van betekenis te kunnen spelen. Voor de Duitsers was het in de directe na-oorlogse periode vooral een manier om zich in Europa te rehabiliteren. Iets waarvoor, destijds nog Bonn, best een groot deel van de Europese rekening wilde betalen. Met de toenemende economische integratie, hereniging van Duitsland en het langzaamaan uit de schaduw treden van WOII, is deze taakverdeling niet langer vanzelfsprekend. In een voornamelijk rond economische samenwerking gebouwd Europa telt niet politiek primaat, maar economische macht. Hiermee heeft Duitsland wederom haar historische rol genomen van centrale speler, letterlijk en figuurlijk, in de Europese politiek. Of, om in de lijn van deze commentator te blijven; “het Europese project is opgericht als verzekering tegen een assertieve rol van Duitsland, maar kan nu niet verder zonder assertieve inzet van Duitsland”.

Voor de toekomst van Europa zou het mooi zijn als deze verandering wordt vergezeld van een tweede breuk met het directe verleden, namelijk de focus op economische integratie, ten koste van politieke samenwerking. Politieke eenwording is altijd een heter hangijzer geweest, wat zich heeft vertaald in de korte termijn oplossing van verregaande economische harmonisering zonder de navenante groei van een Europese polis. Bij economische integrate en eenwording van een Europese markt kon immers worden beweerd dat ‘iedereen’ er beter van werd. Van deze aanpak plukken we nu de wrange vruchten. Nu er immers een echte crisis is uitgebroken, blijkt de politieke infrastructuur te ontbreken waarmee deze kan worden opgelost en, niet minder belangrijk, kan worden vertaald naar de Europese burgers. Momenteel is Europa nog vooral overgeleverd aan nationale regeringsleiders en een leger technocraten in Brussel. De eersten verdedigen, vanzelfsprekend, eerder het landsbelang dan landsoverstijgende Europese belangen. Bij de laatste ontbreekt het dan weer aan een democratisch mandaat om in het belang van Europese burgers te handelen.

Naast het vele gepraat over verdergaande economische samenwerking om een crisis te voorkomen, moet een verdere opbouw van democratische en politieke instituties dus ook weer op de agenda. Dankzij Griekenland is het intussen immers pijnlijk duidelijk geworden dat in het geval van crisis democratie op nationaal niveau ondergeschikt kan raken aan dwingende ‘richtlijnen’ van hogere instanties. Terecht merken de Griekse burgers op dat het beleid van hun land nu is overgenomen door actoren waar zij zelf, noch anderen, enige democratische controle op kunnen uitoefenen. De ene weg hieruit is om het Europese project grotendeels terug te draaien en landen weer meer autonomie te geven. Dat is onwaarschijnlijk, maar ook onwenselijk. Veel van onze hedendaagse verworvenheden, zoals vrede, stabiliteit en welvaart, komen voort uit Europese integratie. De andere oplossing is om meer te investeren in democratie op Europees niveau. Dat kan pijnlijk zijn voor de lidstaten, maar hoeft dat niet direct te zijn voor hun burgers, zolang de laatsten een eigen democratische relatie met de EU hebben om hun wensen kenbaar te maken.

Een dergelijke stap vraagt echter van elke lidstaat de erkenning dat hun toekomst onvermijdelijk ‘in Europa’ ligt en dat deze gezamenlijke lotsverbondenheid profijtelijker gestalte kan worden gegeven wanneer ook de instituties voor samenwerking worden gecreëerd en bewaakt. Deze keuze ligt nu vooral bij de Duitse bevolking. Niet alleen hebben ze de keuze tussen hun directe nationale belang of dat van Europa als geheel. Eveneens kunnen ze hun nieuw gevonden economische macht gebruiken om de technocraten uit Brussel en Washington de Grieken de duimschroeven aan te draaien, of juist om monetaire steun in te wisselen tegen politieke en democratiserende concessies. De vraag is echter of Merkel, en met haar Sarkozy, de politieke moed van een Schumann of Adenauer hebben om deze keuze aan hun electoraten voor te leggen.

Dit artikel is ook te lezen op de website van Frank Hemmes

Geef een reactie

Laatste reacties (15)