1.847
10

Blogger

Kauthar is. In plaats van proberen het 'wat' in dit hokje te stoppen, stapt ze liever daarbuiten om kennis te maken met degene die dat 'wat' überhaupt wil leren kennen. Koffie?

Mag ik naast je zitten?

Het meten van mensen en het stoppen in hokjes. Ik begrijp het hele idee van deze wetenschap niet zo goed. Waarom zou je mensen meten?

Acht november. Ik zit in Amsterdam bij de opnames van de Universiteit van Nederland. Het thema? Ras en racisme.

Cc-foto: Laura Thorne
Cc-foto: Laura Thorne

‘Mag ik naast je zitten?’ Ik kijk op van mijn laptop, die ik tevergeefs effectief probeer te gebruiken in een donkere clubzaal die tot collegezaal omgedoopt is. Een man van in de vijftig. Wit baardje, vilten hoed. Ik glimlach. ‘Natuurlijk. Mijn naam is Kauthar. Aangenaam.’ Hij heet Harry. We raken aan de praat.

Individu
‘Als over een hele groep negatief gesproken wordt, dan is dat toch geen discriminatie? Het gaat dan niet meer om het individu.’ Ik kijk hem in het donker nadenkend aan. Er is net te weinig licht om zijn ogen te peilen, maar volgens mij is Harry serieus. Oprecht. Ik vertel hem dat het wegzetten van een hele groep bepalend kan zijn voor wat als norm wordt ervaren en dat dat verstrekkende gevolgen kan hebben. Voor de groep, maar ook voor het individu. Discriminatie is niet enkel die ene vrouw die hardhandig uit de bus wordt gezet. Hij kijkt me aan en knikt. De muziek gaat uit, het programma begint.

Duizenden kilometers verderop worden briefjes ingeleverd. Hokjes gekleurd. Misschien ook door mensen die geloven dat het wegzetten van een hele groep geen discriminatie is. Sommigen van hen zouden nooit naast me willen zitten.

Mythes
Het eerste college wordt verzorgd door Julian Schaap en gaat over muziek. Een van de mythes die wordt ontkracht is dat muziek mensen samenbrengt en verschillen overstijgt. Ik werp een vlugge blik op Harry. Hij is muzikant, daar hebben we ook fijn over gesproken. Wat ons bij elkaar bracht was echter niet de muziek zelf, die zat in deze specifieke zaal zelfs letterlijk in de weg. We moesten onze stem verheffen om elkaar te horen. Wat ons wel samenbracht? Menselijkheid, openheid, nieuwsgierigheid. De bereidheid met elkaar in gesprek te gaan. Toen werd ons gesprek zelf muziek.

Het tweede college is van Judi Mesman en gaat over vermeende kleurenblindheid bij kinderen. Al heel jong valt kinderen verschil in huidskleur op, terwijl volwassenen denken en doen alsof dat niet zo is. Ondertussen weten sommige volwassenen zich geen houding te geven als ze met verschillen in huidskleur te maken krijgen, ook dit ontgaat kinderen niet. Sterker nog: als zij zien dat volwassenen niet met verschil kunnen omgaan, dan straalt een deel van het ongemak op hen over en vinden zij ‘de ander’ zelf ook minder sympathiek. Ook hier moet ik denken aan mijn buurman. Die heeft me verteld op zijn 35e te zijn begonnen met het bespelen van een nieuw instrument en zit hier als misschien wel de oudste van het publiek college te volgen. We kunnen altijd nog leren. Veranderen. Groeien. Als we maar willen.

Net als ik maakt Harry aantekeningen op papier. De laptop heb ik weggezet.

Hokjes
Het derde college wordt door Fenneke Sysling gegeven en gaat over rassenwetenschap. Het meten van mensen en het stoppen in hokjes. Ik begrijp het hele idee van deze wetenschap niet zo goed. Waarom zou je mensen meten? Van het college krijg ik de indruk dat de wetenschappers die zich hiermee bezighielden het ook niet precies wisten. Meten is weten, maar als de terminologie het wint van ideeën, dan is de ziel eruit.

Hokjes. Stemmen. Er wordt gemeten, geteld. Wat we precies weten nu zal nog moeten blijken. Het voorspelt allemaal niet veel goeds.

Vierde college, door Amade Mcharak. Over DNA. Ras. Over hoe iemand met een donkere huidskleur genetisch wit kan zijn. Als mensheid is bijna al ons DNA gelijk, toch blijft men zoeken naar verschillen. Het laatste college is van Sinan Çankaya en gaat over de politie. Over een systeem dat er niet alleen is om misdaad te bestrijden en orde te handhaven, maar ook voor de bewaking en de monitoring van bestaande machtsstructuren. Bescherming van met name geprivilegieerde burgers, waarbij gemarginaliseerde burgers aan het kortste eind trekken. Sinan eindigt met een pleidooi voor een politie die er echt voor iedereen is. Met de echo van luid applaus in mijn oren ga ik ’s avonds naar huis.

Triomfantelijk
De volgende ochtend breng ik mijn jongste broertje naar school. Het is vroeg. Ik werp een snelle blik op mijn telefoon. Dan nog een. Het staat er echt: Trump is aan het winnen. Hij zal over verschillende systemen wat te zeggen hebben, het kortste einde wordt nog korter. Geert Wilders stuurt triomfantelijk een tweet de wereld in. ‘The people are taking their country back. So will we.’

‘We.’ Wie zijn dat?

Buiten is het koud. Ontzettend. Ik heb mijn broertje in de warme veiligheid van ons huis een dikkere jas aangetrokken en kijk naar zijn kleine rug als ik hem achterna fiets. Hij probeert een groepje duiven te ontwijken, bang om hen aan te rijden.

Mijn broertje is onderdeel van een minderheid. ‘Minder.’ Ik hoop, tegen beter in, dat hij zich niet zo zal voelen als hij later groot is en wil graag aan de slag om daar iets voor te betekenen. Het helpen ontwikkelen van een dikke huid is niet genoeg, voor verandering van systemen is meer nodig. Het goede en samenwerking van mensen, ook als wat in de VS gebeurt doet vermoeden dat het alleen maar kouder wordt in Europa. Ik hoop dat we allemaal nog wel naast elkaar kunnen blijven zitten. Durven zitten. In gesprek gaan. Aan de slag gaan. Handen uit de mouwen steken. Ook als het koud is.

Vooral als het koud is.

Geef een reactie

Laatste reacties (10)