1.165
59

Voorzitter Landelijk Beraad Marokkanen

Mohamed Rabbae (1941) is voorzitter van het Landelijk Beraad Marokkanen (LBM). Het LBM werd opgericht als reactie op de film Fitna van Geert Wilders. Het LBM is nu één van de partijen die Geert Wilders aanklagen wegens haatzaaien en discriminatie van moslims. Hij is oud-lijsttrekker van GroenLinks.

Marokkanen mogen kiezen tussen de koning en de … koning!

Verkiezingen in Marokko zijn 'democratische maskerade' bedoeld om absolute macht van de monarchie te camoufleren

Volksopstanden in Marokko komen sinds de onafhankelijkheid in 1956 regelmatig voor, om verschillende redenen: onderdrukking van de noordelijke regio Rif (1958), de onderwijspolitiek (1965), voedselprijzen (1981, 1984). Ook heeft de onvrede over het politieke regime geleid tot minstens drie pogingen tot een staatsgreep, waaronder twee vanuit het leger (1971,1973). Door de voortduring van de politieke en sociale misstanden was daarom de aansluiting van de Marokkaanse jeugd bij de Arabische Lente snel voltrokken.

Immers, ondanks een verwachtingsvol begin van de huidige koning Mohamed VI in 1999, zijn die misstanden er nog steeds. Met name de willekeur van de autoriteiten jegens de burgers, de armoede, de grote werkloosheid – ook onder hoogopgeleiden- , de rechtloosheid van de burgers en de diepgaande corruptie van het politieke, bestuurlijke en rechterlijke systeem knagen dagelijks aan het leven van de Marokkanen.

De opstand op 20 februari 2011 van de Marokkaanse jeugd, die zich daarbij onafhankelijk opstelde van de politieke partijen, legde opnieuw de vinger op de zere plek. Deze beweging formuleerde een paar fundamentele eisen waaraan het Marokkaanse regime moest voldoen om af te rekenen met het absolute karakter van de monarchie, de continue schending van mensenrechten en het ontbreken van een echte rechtstaat. De koning zag dat de protestbeweging in het hele land snel navolging kreeg en besloot de grondwet te hervormen, om zodoende deze protestbeweging in de kiem te smoren. De nieuwe grondwet werd op 1 juli j.l. goedgekeurd, volgens de autoriteiten met 98% van de stemmen! Ten gevolge  hiervan zullen er aanstaande vrijdag verkiezingen worden gehouden om een nieuw parlement tot stand te brengen.

De 20 februari- beweging heeft echter opgeroepen tot een boycot van deze verkiezingen en zet haar protest- demonstraties in de steden voort. De 20 februari- beweging Nederland steunt deze oproep, en wel om de volgende reden: een ware democratie begint met de scheiding van de wetgevende, de uitvoerende en de rechterlijke macht. Echter, lezing van de nieuwe grondwet leert ons dat deze drie machten alsmede de religieuze macht verstrengeld en geconcentreerd zijn bij één persoon:  de koning! De volgende grondwetsbepalingen mogen dit illustreren:

Ten aanzien van de uitvoerende macht: de koning benoemt – al dan niet op voordracht van de premier – de ministers, de hoofden van alle belangrijke en strategische organisaties en de ambassadeurs. De volgende ministers vallen onder de “soevereiniteit” van de koning en worden daarom al jaren door hem aangewezen en benoemd: de ministers van binnenlandse zaken, van buitenlandse zaken, van justitie en van religieuze zaken. De koning zit de ministerraad voor. Hij is het hoofd van het leger en heeft het alleenrecht om te beslissen over defensiezaken. Er is daarom geen minister van defensie. De koning is voorzitter van de Raad voor de Veiligheid in het binnenland en buitenland. Deze raad gaat over alle veiligheidsdiensten.

Ten aanzien van de rechterlijke macht: de koning zit de hoge raad voor justitie voor. Deze raad beslist over de rechterlijke organisatie en de rechters.

Ten aanzien van de wetgevende macht: de koning benoemt de voorzitter en vijf leden van het Constitutionele Hof. Hij is bevoegd om wetten uit te vaardigen per dahir (decreet), buiten het parlement om. De koning kan ook de tekst van een wet die hem niet bevalt aan het parlement terugzenden voor een tweede lezing. Hij ontvouwt jaarlijks zijn strategische beleid in het parlement, maar over zijn toespraken mag het parlement echter niet debatteren.
Parlementsleden genieten immuniteit over hun uitspraken in het parlement, behalve in gevallen van kritiek op de koning, de islam en de integriteit van het territorium. De koning heeft – volgens de grondwet – het recht om het parlement op te heffen.

Ten aanzien van de religieuze macht: de koning is voorzitter van de Hoge Raad voor religieuze zaken. Deze raad doet uitspraken
over religieuze kwesties en gaat over de imams.

Conclusie: de koning heeft alle vier machten onder controle.

Hiernaast is hij feitelijk de eerste bankier en de eerste ondernemer van het land. Ondanks deze cumulatie van alle machten is hij onschendbaar en dus aan niemand verantwoording schuldig. De macht van de koning is nu even absoluut als voor de “hervorming van de grondwet”. Deze nieuwe grondwet is niet meer dan “oude wijn in nieuwe zakken”! Maar Obama en de Europese Unie – inclusief Nederland – reageerden zeer enthousiast over “de democratische hervormingen van de koning”. Kennelijk heeft het westen nog niets geleerd van zijn misstappen in het verleden.

Voor de Marokkanen hebben de verkiezingen echter geen enkele zin. Immers het echte parlement en de echte regering zitten in het koninklijk paleis, en daar hebben de kiezers geen enkele invloed op. Deze verkiezingen zijn een  “democratische maskerade” bedoeld om de absolute macht van de monarchie te camoufleren. De parlementsleden en ministers zijn niet meer dan goed betaalde figuranten in het Marokkaanse politiek toneelstuk. Deze figuranten zijn in de regel zich dan ook bewust van hun rol. Toen de huidige
minister-president El Fassi na de winst van zijn partij bij de verkiezingen van 2007 aan de “macht” kwam, werd hem door journalisten gevraagd welk politiek programma hij ging uitvoeren. Zijn antwoord was duidelijk: “het programma van de koning”!

Op 25 november a.s. hebben de Marokkanen feitelijk maar één keus, namelijk : de koning of de koning! 

Geef een reactie

Laatste reacties (59)