9.876
187

Columnist, wetenschapsjournalist

Gard Simons (Kerkrade, 1963) is schrijver, columnist en wetenschapsjournalist. Hij woont en werkt in Limburg. Van februari 2007 tot januari 2014 schreef hij columns en essays voor de twee Limburgse dagbladen. Na publicatie in het Limburgs Dagblad en Dagblad De Limburger verschenen zijn columns op dit weblog. Sinds december 2013 publiceert Simons bij gelegenheid in landelijke dagbladen.

Verder maakt Simons bedrijfsfilms, info-mercials, commercials, evenementenreportages (denk bijvoorbeeld aan Pinkpop), korte documentaires en promotievideo’s.

Martin Simek is geen bromvlieg

In de nabijheid van de Quinsy's en de Sylvana's van deze wereld moet je voortdurend op je tenen lopen

De attitude van mensen als Quinsy Gario en Sylvana Simons roept herinneringen op aan de hoogtijdagen van het feminisme, eind jaren zeventig, begin jaren tachtig. De Kabouters verlieten hun paddenstoel voor een wethouderszetel en de Provo’s hadden hun Witte Fietsen ingeruild voor een BMW van de zaak.

Mijn puisten en het feminisme bloeiden echter als nooit tevoren. Zo kwam het, dat er regelmatig feministen op televisie verschenen. Zij verkondigden daar hun mening. In het wild zag je ze ook wel eens, duidelijk herkenbaar aan een ziekenfondsbril , piekhaar en een zorgvuldig slordig over de schouders gedrapeerde handdoek, maar dan spraken ze niet, althans niet tegen mij.

Op televisie kwam er wel geluid uit. Zo vermoedden zij bijvoorbeeld achter elke boom een intimiteit van de ongewenste soort. Daar waren zij dus tegen. Elk weldenkend mens is daar tegen, maar de handdoeken ventileerden dat standpunt alsof ze het buskruit hadden uitgevonden.

Ik wist trouwens eigenlijk niet precies wat een ongewenste intimiteit was. Als de testosteron over de rand klotst kan elke intimiteit niet gewenst genoeg zijn, maar dat terzijde.

In de filosofie van het feminisme was de vrouw een zielig hoopje mens, dat door iedereen bepoteld werd. De vrouw was kansarm, onderdrukt, kortom, vrouw zijn was gelijk aan een kwijnend bestaan in een middeleeuwse kerker. Als ik dan, nauwelijks bekomen van die onheilspellende boodschap, om me heen keek, zag ik heel andere vrouwen. Ik zag huisartsen, advocaten, ministers, burgemeesters en docenten. Ik zag ook huisvrouwen, maar ik begreep niet wat daar mis mee was, want zo te zien hadden ze er plezier in.

Mij bekroop het donkerbruine vermoeden dat het vooral de feministen zelf waren die zuchtten onder hun vrouw-zijn, en niet zozeer de vrouwen die ze met niet aflatende ijver inpeperden dat ze onderdrukt werden. Het leek erop alsof ze liever een man waren geweest. Alsof dat zo leuk is.

Per ongeluk
De gedachtewereld van Gario en Simons vertoont overeenkomsten met die feministische kruistocht. Zij bespeuren achter elke boom een racist en ze stellen de goegemeente ervan op de hoogte dat discriminatie verwerpelijk is. Gario trekt ten strijde tegen Zwarte Piet en Simons zit constant op het puntje van haar stoel om geen opmerking te missen die als racistisch zou kunnen worden uitgelegd. Soms werpt dat vruchten af, zoals onlangs, toen Martin Simek het woord zwartjes in de mond nam.

De zachtaardige goedzak Martin Simek, het toonbeeld van beschaving, kind van de communistische dictatuur die als geen ander weet hoe het is om onderdrukt te worden, zei per ongeluk ‘zwartjes’. Maar zo praat Simek, hij bedoelt daar helemaal niks mee. Er zit geen kwaad in die man. Dat begrijpt Simons ook wel, want je kunt van alles van Sylvana vinden, maar niet ze niet goed bij haar hoofd is. Toch vond ze het nodig om het buitenkansje aan te grijpen en Simek op zijn nummer te zetten.

FlyValt dat te begrijpen? Ja en nee. Misschien moet je je inderdaad niet bedienen van een woord als zwartjes, maar de anti-discriminatiewetgeving is niet in het leven geroepen voor mensen als Martin Simek. Ze is bedoeld als stok achter de deur voor domme mensen die niet begrijpen dat er niet zoiets bestaat als ‘rassen’, maar dat we gewoon allemaal mensen zijn, van wie de een door klimatologische omstandigheden een andere huidskleur heeft ontwikkeld dan de ander. Iedereen met meer hersens dan een bromvlieg snapt dat, maar omdat er hele volksstammen bestaan die ook van een bromvlieg niet kunnen winnen met schaken, heeft de wetgever een en ander nog maar eens op papier gezet. Meer kunnen we niet doen. 

In de nabijheid van de Quinsy’s en de Sylvana’s van deze wereld moet je voortdurend op je tenen lopen. Je moet zo op je woorden letten, dat je van de weeromstuit juist de verkeerde dingen gaat roepen. “Ja, die Holocaust, dat was een zwarte periode in de geschiedenis.” Oh, wacht, neem me niet kwalijk! Ik bedoel donkere. Nee, ook niet. Heel nare, bedoel ik. Het lijkt soms wel alsof Gario en Simons liever wit waren geweest. Alsof dat zo leuk is. 
@GardSimons

cc-foto: Julien Bell

Geef een reactie

Laatste reacties (187)